Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP6336

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-03-2011
Datum publicatie
02-03-2011
Zaaknummer
200910192/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan

"Maliskamp" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/562
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200910192/1/R3.

Datum uitspraak: 2 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch,

en

de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan

"Maliskamp" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 december 2009, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 januari 2011, waar [appellanten], en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.C. Blonk, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet onder meer in de bestemming "Gemengd-1" en de nadere aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 1' ter plaatse van het Businesspark Maliskamp aan de Eikenburglaan. Ingevolge deze nadere aanduiding, in samenhang met artikel 4, lid 4.6, van de planregels, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd de bestemming van deze gronden te wijzigen in de bestemmingen "Bedrijf", "Kantoor", "Wonen" en "Verkeer-Verblijfsgebied".

2.2. [appellanten] wonen ten noorden van het plangebied en kunnen zich niet verenigen met de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 1'. In dit verband wijzen zij erop dat het met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mogelijk is om gebouwen tot op de erfgrens van hun perceel te bouwen. Zij betogen dat hun privacy hierdoor ernstig zal worden aangetast, wat zal leiden tot een waardevermindering van hun woning. Ook heeft de bouw van gebouwen tot op hun erfgrens een vermindering van de lichtinval en het zonlicht in hun woning en hun tuin tot gevolg. De huidige bedrijfsgebouwen staan op een afstand van 20 m van hun woning. Zij voeren voorts aan dat het voornemen van de raad om woningen in het wijzigingsgebied te bouwen zal leiden tot een sterke verkeerstoename op de Graafsebaan, waardoor zij geluidhinder en stankoverlast zullen ondervinden. Bovendien zal een terugkaatsing van geluid plaatsvinden vanwege de ligging van hun woning achter een geluidwal.

2.3. De raad brengt naar voren dat het gemeentebestuur voornemens is met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid het huidige bedrijventerrein te veranderen in een woongebied. Aan de noordrand van het gebied zijn gestapelde woningen en bedrijfsgebouwen voor kleinschalige bedrijvigheid mogelijk. Volgens de raad zullen [appellanten] minder hinder ondervinden van de voorgenomen woningbouw dan van het huidige bedrijventerrein. Daarbij stelt de raad zich op het standpunt dat volgens de vigerende bestemming "Gemengd-1" reeds bebouwing met een hoogte van 3 m op de erfgrens is toegestaan en dat door de transformatie van een bedrijventerrein in een woongebied de verkeersintensiteit zal afnemen.

2.4. Ingevolge artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) kan bij een bestemmingplan worden bepaald dat het college van burgemeester en wethouders binnen bij het plan te bepalen grenzen het plan kan wijzigen.

Mede gelet op de rechtszekerheid van belanghebbenden dient in een wijzigingsbepaling in voldoende mate te worden bepaald in welke gevallen en op welke wijze hiervan gebruik mag worden gemaakt. Een op artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro berustende wijzigingsbevoegdheid dient derhalve in deze beide opzichten door voldoende objectieve normen te worden begrensd. De vraag of een wijzigingsbepaling door voldoende objectieve normen wordt begrensd hangt af van de omstandigheden van het geval. Hierbij kan onder meer belang worden gehecht aan de aard van de wijziging, de omvang van het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid ziet en de aanleiding voor het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid.

2.5. Aan de gronden van het Businesspark Malispark is de bestemming "Gemengd-1" toegekend en de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied'.

Ingevolge artikel 4, lid 4.6, van de planregels kan het college van burgemeester en wethouders de bestemming van het gebied, ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 1' op de plankaart, wijzigen in de bestemmingen "Bedrijf", "Kantoor", "Wonen" en "Verkeer-Verblijfsgebied" zoals opgenomen in de artikelen 4, 9 en 11 van de planregels, met in achtneming van de volgende regels:

a. het betreffende wijzigingsgebied wordt omgezet naar een bedrijfs-, kantoor-, woon- en verkeersbestemming;

b. als woningtypologieën zijn uitsluitend toegestaan grondgebonden woningen in de klasse 'A, aaneengebouwde woningen', 'H, halfvrijstaande/geschakelde woningen', 'V, vrijstaande woningen' en 'G, gestapelde woningen', waarbij de gestapelde woningen enkel aan de noordelijke rand van het gebied gesitueerd mogen worden;

(…)

f. de nokhoogte van de gestapelde woningen bedraagt niet meer dan 8 meter;

(…)

h. de nokhoogte van de bedrijfsruimten mag niet meer bedragen dan 7,5 meter;

(…)

j. de nokhoogte van de kantoorvilla mag niet meer bedragen dan 11 meter;

(…)

l. er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen;

m. het bepaalde in de artikelen 4, 9 en 11 is van overeenkomstige toepassing.

2.5.1. In artikel 4, lid 4.6, worden geen afstanden voorgeschreven van de bedrijfs-, kantoor- en woonbebouwing tot de erfgrenzen van de bestaande woonpercelen. De wijzigingsbevoegdheid staat er niet aan in de weg dat een invulling wordt gekozen waarbij bedrijven, woningen en kantoren met een hoogte van onderscheidenlijk 7,5 meter, 8 meter en 11 meter, anders dan voorheen, tot op de erfgrens van woonpercelen kunnen worden gerealiseerd. Bovendien is het aandeel van bedrijven en kantoren in het plan niet begrensd. Voor zover de raad in het bestreden besluit met verwijzing naar de plantoelichting en een berekening van de verwachte verkeersintensiteit is uitgegaan van een bepaalde invulling van het wijzigingsgebied, waarbij de bebouwing hoofdzakelijk bestaat uit woningen en op enige afstand is gelegen van de bestaande woonpercelen, wordt overwogen dat de plantoelichting geen deel uitmaakt van het bestemmingsplan, zodat daaraan geen bindende betekenis toekomt.

Gelet op het vorenstaande en de relatief grote omvang van het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft, is een invulling waarbij aanzienlijke gevolgen voor de omgeving ontstaan niet uitgesloten.

De Afdeling is van oordeel dat artikel 4, lid 4.6, van de planregels niet door voldoende objectieve normen is begrensd en niet voldoet aan artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro.

2.5.2. De conclusie is dat hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het plan voor zover het betreft artikel 4, lid 4.6, van de planregels en de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 1' is vastgesteld in strijd met artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

Hetgeen [appellanten] voor het overige hebben aangevoerd, behoeft geen bespreking meer.

2.6. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch van 22 september 2009 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Maliskamp" voor zover het betreft artikel 4, lid 4.6, van de planregels en het plandeel met de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 1';

III. gelast dat de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch aan [appellanten] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt; met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. G.N. Roes en mr. E. Helder, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Boermans

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2011

429-618.