Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP5462

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-02-2011
Datum publicatie
23-02-2011
Zaaknummer
201006959/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 oktober 2008 heeft het college aan [belanghebbende] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de her- en verbouw van drie winkelruimten en het bouwen van 12 appartementen op de percelen [locatie 1 t/m 3] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201006959/1/H1.

Datum uitspraak: 23 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 9 juni 2010 in zaak nr. 09/772 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders Oost-Gelre.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 oktober 2008 heeft het college aan [belanghebbende] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de her- en verbouw van drie winkelruimten en het bouwen van 12 appartementen op de percelen [locatie 1 t/m 3] te [plaats].

Bij besluit van 8 april 2009 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 juni 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 juli 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 17 augustus 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[belanghebbende] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[belanghebbende] en [appellante] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 januari 2010, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde] en mr. O.W. Wagenaar, en het college, vertegenwoordigd door mr. B. ten Have, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. F.J.M. Kobossen.

2. Overwegingen

2.1. Het college heeft voor het bouwplan vrijstelling krachtens artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) verleend.

2.2. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, voor zover in de ruimtelijke onderbouwing met betrekking tot twee appartementen ter hoogte van haar pand wordt gesproken over een diepte van 13,6 meter en niet over de werkelijke diepte van 17 meter, dit berust op een kennelijke misslag en dat zij daarmee heeft miskend dat geen vrijstelling is verleend voor een bouwdiepte van 17 meter. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat er sprake is van een privaatrechtelijke belemmering die aan het verlenen van vrijstelling voor het bouwplan in de weg staat.

2.2.1. Bij besluit van 25 mei 2010 heeft de raad van de gemeente Oost Gelre het bestemmingsplan "Dorpskern Lichtenvoorde 2009" vastgesteld. Het onderhavige bouwplan is daarmee in overeenstemming. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dorpskern Lichtenvoorde 2009" is op 6 augustus 2010 in werking getreden en, nu daartegen binnen de beroepstermijn geen rechtsmiddelen zijn aangewend, tevens in rechte onaantastbaar geworden. Het voorgaande brengt met zich dat geen belang meer bestaat bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het vrijstellingsbesluit, omdat voor het bouwplan geen vrijstelling meer is vereist.

2.3. Gelet op het vorenstaande is het hoger beroep niet-ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena w.g. Lodder

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2011

17-580.