Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP5446

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-02-2011
Datum publicatie
23-02-2011
Zaaknummer
201011537/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Kloosterveld" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201011537/2/R1.

Datum uitspraak: 18 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente De Wolden,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Kloosterveld" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 december 2010, beroep ingesteld.

Bij brief van dezelfde datum heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 februari 2011, waar [verzoeker], bijgestaan door G. Marissen, en de raad, vertegenwoordigd door J.M. van der Vinne, werkzaam bij de gemeente, [secretaris] van de Bestuurscommissie Dwingelderveld, en H. ter Horst, werkzaam bij het waterschap Reest en Wieden, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan is opgesteld met het doel om uitvoering van het Inrichtingsplan Dwingelderveld (hierna: het inrichtingsplan) planologisch mogelijk te maken wat betreft de gemeente De Wolden en meer specifiek het Kloosterveld.

2.3. [verzoeker] stelt dat ten onrechte geen bestemmingsplan is vastgesteld voor het gehele gebied waarop het inrichtingsplan betrekking heeft, waardoor onduidelijkheid ontstaat over de gevolgen voor zijn perceel, dat op 150 meter van het plangebied ligt. [verzoeker] kan zich eveneens niet verenigen met het plan nu het een vernatting van de gronden binnen het plangebied mogelijk maakt. [verzoeker] vreest voor wateroverlast op zijn perceel.

2.4. Het verzoek strekt er onder meer toe dat alle gronden waarop het inrichtingsplan ziet binnen de begrenzing van het bestemmingsplan worden gebracht. De voorzitter overweegt dat een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, te verstrekkend is, aangezien ook de uitspraak van de Afdeling, gelet op de aard van de toetsing in de bodemprocedure, doorgaans niet zal strekken tot het zelfvoorziend vaststellen van een andere planbegrenzing als door [verzoeker] beoogd. Van uitzonderlijke omstandigheden welke nopen tot een andere conclusie is niet gebleken. De voorzitter overweegt voorts dat een schorsing van de planbegrenzing niet het door [verzoeker] beoogde effect met zich zal brengen.

2.4.1. Wat betreft de bezwaren van [verzoeker] met betrekking tot het plan zelf, overweegt de voorzitter dat ter zitting is gebleken dat de plannen voor de vernatting van het plangebied grotendeels in 2012 zullen worden verwezenlijkt, op een tweetal poelen voor de opvang van de kamsalamander na die niet vóór mei 2011 verwezenlijkt zullen worden. De voorzitter zal bevorderen dat de bodemzaak vóór mei 2011 ter zitting zal worden behandeld. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat zich in afwachting van de behandeling van het beroep door de Afdeling onomkeerbare gevolgen zullen voordoen. Derhalve is in zoverre niet gebleken van een spoedeisend belang dat rechtvaardigt dat in afwachting van de behandeling van het beroep een voorlopige voorziening wordt getroffen.

2.4.2. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding het verzoek van [verzoeker] af te wijzen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Nienhuis

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2011

466-673.