Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP5427

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-02-2011
Datum publicatie
23-02-2011
Zaaknummer
200909566/8/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2009" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200909566/8/R3.

Datum uitspraak: 14 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats], en anderen,

en

de raad van de gemeente Reusel-De Mierden,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2009" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 december 2009, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 december 2010, hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad en [verzoeker] en anderen hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 februari 2011, waar [verzoeker] en anderen, bij monde van [gemachtigden], zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Met het plan wordt beoogd de juridisch-planologische regeling die geldt voor het buitengebied van Reusel-De Mierden te actualiseren.

2.3. [verzoeker] en anderen, bewoners en eigenaren van de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Reusel, kunnen zich niet met het plan verenigen, voor zover daarbij aan het perceel Buspad 1 te Reusel een woonbestemming is toegekend. Ter voorkoming van een onomkeerbare situatie hebben zij de voorzitter gevraagd het plan in zoverre te schorsen. Zij stellen dat in het plan ten onrechte niet is gewaarborgd dat (een deel van) de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel zal worden gesloopt. Daarbij hebben zij aangevoerd dat de bebouwing op het perceel een oppervlakte heeft van ongeveer 1.200 m2, dat een groot deel van die bebouwing in slechte staat verkeert en dat zij vanuit hun percelen direct uitzicht op die bebouwing hebben.

2.4. Aan het perceel Buspad 1 te Reusel is in het plan, voor zover hier van belang, de bestemming "Wonen (W)" toegekend. Wat betreft dit perceel is op de verbeelding geen bouwvlak opgenomen. Gelet hierop en gelet op de artikelen 29.2.2 en 29.2.3 van de planregels wordt op het perceel de bouw van één woning met bijgebouwen mogelijk gemaakt, waarbij de woning en de bijgebouwen - met inachtneming van de voorgeschreven afstanden tot de bestemmingsgrens - binnen het gehele bestemmingsvlak met de bestemming "Wonen (W)" kunnen worden gerealiseerd.

Ingevolge artikel 29.2.2, onder c, van de planregels mag de inhoud van een hoofdgebouw niet meer bedragen dan 600 m3.

In artikel 29.2.3, onder c, is bepaald dat de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 100 m2.

Ingevolge artikel 29.2.3, onder h en i, mag de inhoud van de woning of de oppervlakte van de bijgebouwen onder voorwaarden worden verhoogd bij de sloop van overtollige bedrijfsgebouwen.

2.4.1. Blijkens de stukken, waaronder de "Nota van zienswijzen, inclusief bijbehorende beoordeling en wijzigingen, aangaande het bestemmingsplan Buitengebied 2009", betreft het perceel Buspad 1 een voormalige agrarische bedrijfslocatie.

Blijkens het verhandelde ter zitting keren [verzoeker] en anderen zich niet zozeer tegen de aan het perceel Buspad 1 toegekende woonbestemming, maar verschillen zij met de raad van mening over de vraag of de planregeling met betrekking tot dat perceel zich verdraagt met het provinciale en gemeentelijke beleid ten aanzien van het hergebruik van voormalige agrarische bedrijfslocaties, nu in artikel 29.2.3 van de planregels weliswaar een zogenoemde sloop-bonusregeling is opgenomen, maar het plan geen verplichting bevat om (een deel van) de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen op het perceel te slopen voordat nieuwe woonbebouwing kan worden opgericht.

De beantwoording van die vraag dient in dit geval, mede gezien het feit dat de raad zich ter zitting niet heeft doen vertegenwoordigen, te worden doorgeschoven naar de bodemprocedure.

2.4.2. Nu [verzoeker] en anderen onweersproken hebben gesteld dat de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel een oppervlakte heeft van ongeveer 1.200 m2 en nu de eigenaar van het desbetreffende perceel een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen heeft ingediend, ziet de voorzitter na afweging van alle bij dit plandeel betrokken belangen aanleiding om, ter voorkoming van een onomkeerbare situatie, de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.5. De raad dient ten aanzien van [verzoeker] en anderen op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Reusel-De Mierden van 22 september 2009 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2009", voor zover hierbij aan het perceel Buspad 1 te Reusel de bestemming "Wonen (W)" is toegekend;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Reusel-De Mierden tot vergoeding van bij [verzoeker] en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 351,45 (zegge: driehonderdeenenvijftig euro en vijfenveertig cent), met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

III. gelast dat de raad van de gemeente Reusel-De Mierden aan [verzoeker] en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.I. Breunese-van Goor, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Breunese-van Goor

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2011

208.