Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP5426

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-02-2011
Datum publicatie
23-02-2011
Zaaknummer
201008812/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 februari 2010 heeft het college aan de Bestuurscommissie Dwingelderveld een vergunning krachtens artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) verleend voor de herinrichting van een aantal gedeelten van het Natura 2000-gebied Dwingelderveld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2011/4660

Uitspraak

201008812/2/R2.

Datum uitspraak: 14 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichting Stichting Instituut Quatro, gevestigd te Veeningen, gemeente De Wolden (hierna: IQuatro), en [verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Drenthe,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 februari 2010 heeft het college aan de Bestuurscommissie Dwingelderveld een vergunning krachtens artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) verleend voor de herinrichting van een aantal gedeelten van het Natura 2000-gebied Dwingelderveld.

Bij besluit van 29 juli 2010, verzonden op 30 juli 2010, heeft het college het onder andere door IQuatro en [verzoeker] hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 september 2010, en IQuatro bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 september 2010, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2011, hebben IQuatro en [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

IQuatro, [verzoeker] en het college hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 9 februari 2011, waar IQuatro, vertegenwoordigd door dr. N.M. Gerrits, en [verzoeker], het college, vertegenwoordigd door B. Klijs, P. Pasman en R. Bijlsma, allen werkzaam bij de provincie, alsmede de Bestuurscommissie Dwingelderveld, vertegenwoordigd door J. van Roon, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Bij het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen belanghebbende is. Het college heeft het bezwaar van IQuatro niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij niet binnen de haar daartoe gestelde termijn haar statuten heeft overgelegd.

2.3. Ten tijde van het indienen van het verzoek was begonnen met een gedeelte van de vergunde herinrichting van het Natura 2000-gebied Dwingelderveld, te weten het afgraven van grond in het gebiedsdeel Noordenveld en het kappen van bomen en het aanleggen van een aarden wal langs de A28.

2.4. De voorzitter zal eerst nagaan of [verzoeker] en IQuatro terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard in bezwaar.

2.4.1. Ter zitting is gebleken dat de woning van [verzoeker] aan Lhee 100 te Dwingeloo op een afstand van ongeveer een kilometer is gelegen van de rand van het gebiedsdeel Noordenveld, dat het dichtst bij haar woning gelegen gebiedsdeel is waarop de vergunning betrekking heeft. Zij heeft vanuit haar woning geen zicht op het Noordenveld. Verder heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat de wateroverlast, die zij beweerdelijk ondervindt ter plaatse van haar woning een gevolg is van de vergunde werkzaamheden in het gebiedsdeel Noordenveld. Hierbij is in aanmerking genomen dat ter zitting van deskundige zijde is uiteengezet dat de stroomrichting van het grondwater in het Noordenveld dusdanig is dat dit water geen invloed kan hebben op het grondwater ter plaatse van de woning Lhee 100 te Dwingeloo. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat het college het bezwaar van [verzoeker] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat zij geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb is.

2.4.2. De voorzitter is voorshands van oordeel dat het college IQuatro ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard op grond van de overweging dat zij haar statuten niet binnen de daartoe gestelde tijd heeft overgelegd. Hierbij is in aanmerking genomen dat de Commissie rechtsbescherming ten tijde van het opstellen van het advies en het college ten tijde van het nemen van het bestreden besluit beschikten over een afschrift van de statuten.

De voorzitter heeft echter enige twijfel over het antwoord op de vraag of IQuatro als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, van de Awb kan worden aangemerkt. Daarbij is in aanmerking genomen dat haar statutaire doelstelling zeer ruim is gesteld en niet concreet ziet op het Natura 2000-gebied Dwingelderveld. Wat betreft haar feitelijke werkzaamheden heeft IQuatro verwezen naar een brief met betrekking tot Natura 2000-gebieden in het algemeen die zij heeft gericht aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Deze brief noch de website van IQuatro bevatten informatie waaruit valt af te leiden dat haar feitelijke werkzaamheden concreet gericht zijn op het Natura 2000-gebied Dwingelderveld.

2.4.3. Nu het niet op voorhand uitgesloten is dat het bestreden besluit in de bodemprocedure om de in rechtsoverweging 2.4.2. genoemde reden niet geheel in stand zal blijven, zal de voorzitter bezien of er aanleiding is het besluit van 3 februari 2010 te schorsen. Schorsing van uitsluitend het bestreden besluit heeft immers geen effect op het mogen voortzetten van de vergunde activiteiten.

2.4.4. IQuatro betoogt dat aan het bestreden besluit ten onrechte geen passende beoordeling als bedoeld in artikel 19f van de Nbw 1998 ten grondslag is gelegd. Wat betreft het Noordenveld wijst zij op aantasting van onder meer het leefgebied van het paapje en wat betreft de strook bomen en de aanleg van de aarden wal langs de A28 op de aantasting van het leefgebied van de zwarte specht.

2.4.5. De voorzitter stelt vast dat het aan het besluit van 3 februari 2010 ten grondslag gelegde rapport 'Toets (her)inrichtingsmaatregelen aan de Natuurbeschermingswet' van 9 juli 2009 geen gegevens bevat die tot de conclusie leiden dat de herinrichting een significant verslechterend effect of een significant verstorend effect heeft op de kwalificerende waarden van het Natura 2000-gebied Dwingelderveld. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat ter zitting van de zijde van het college is toegelicht dat weliswaar een tijdelijke verslechtering van het leefgebied van het paapje door de werkzaamheden in het Noordenveld niet is uitgesloten, maar dat met het afgraven ook maatregelen in het Noordenveld worden getroffen waardoor het leefgebied van het paapje op iets langere termijn juist verbetert en geen grond bestaat voor de vrees dat de soort in het gebied achteruit gaat. De voorzitter neemt tevens in aanmerking dat om de tijdelijke vermindering aan foerageermogelijkheden van deze vogelsoort te ondervangen aan de rand van het Natura 2000-gebied op enkele graslanden beheermaatregelen worden getroffen. Wat betreft de strook bomen langs de A28 en de aanleg van de aarden wal is ter zitting van de zijde van het college toegelicht dat slechts weinig van de te kappen bomen nestmogelijkheid bieden voor de zwarte specht en dat er verder inrichtingsmaatregelen getroffen worden in dit gebiedsdeel die gunstig zijn voor de zwarte specht.

IQuatro heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt.

2.4.6. Gelet op het voorgaande, ziet de voorzitter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening, zodat het verzoek wordt afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Broekman

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2011

12.