Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP4753

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-02-2011
Datum publicatie
16-02-2011
Zaaknummer
201003843/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Weidelaan" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201003843/1/R2.

Datum uitspraak: 16 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Nijkerk,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Weidelaan" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 april 2010, en [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 april 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn door [appellant sub 1] nader aangevuld bij brief van 29 april 2010 en door [appellant sub 2] op 18 mei 2010.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 december 2010, waar [appellant sub 1] en [appellant sub 2], in persoon en bijgestaan door mr. S. Lemhour, werkzaam bij Achmea rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door H. Visser MSc en J. Eekhuis, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Met het bestemmingsplan wordt beoogd de bouw van zes vrijstaande woningen aan de Weidelaan mogelijk te maken.

2.2. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] kunnen zich niet verenigen met de twee in het plan meest dichtbij hun percelen voorziene woningen. Zij voeren hiertoe aan dat behoud van de groenstrook van groot belang is en dat aan bebouwing van de groenstrook geen beleid ten grondslag is gelegd. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wijzen in dit kader ook op de programmabegroting 2009-2012 (hierna: programmabegroting) waaruit volgt dat vanwege financiële redenen woningbouw op het braakliggende terrein ten oosten van de hockeyvelden zal worden mogelijk gemaakt. De programmabegroting vermeldt niet dat ter plaatse van de groenstrook eveneens woningen zijn voorzien, aldus [appellant sub 1] en [appellant sub 2]. Tevens stelt [appellant sub 2] dat paragraaf 1.2 van de plantoelichting de ligging van het plangebied niet correct weergeeft, aangezien de woningen zijn voorzien binnen de groenstrook en niet op het braakliggende terrein. Verder betoogt [appellant sub 2] dat de in het plan voorziene woningbouw zal leiden tot een verlies van vrij uitzicht, waardoor zijn woongenot zal worden aangetast.

Voorts betogen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] dat de noodzaak ontbreekt tot het gebruik van deze groenstrook, aangezien alle voorziene nieuwbouwwoningen naast elkaar zouden kunnen worden gepositioneerd op het braakliggende terrein. Zij kunnen zich niet verenigen met de stelling van de raad dat de richtafstand uit de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG-brochure) van 50 meter aan dit alternatieve plan in de weg staat. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wijzen erop dat van de in de VNG-brochure aanbevolen richtafstand gemotiveerd kan worden afgeweken. Voor zover de raad stelt dat hun alternatieve plan tevens afstuit op de ligging van de gronden in de nabijheid van de Veenwal, achten zij deze stelling onvoldoende gemotiveerd.

2.3. De raad stelt zich op het standpunt dat in de programmabegroting is vastgelegd dat zes vrijstaande woningen zullen worden gebouwd op het braakliggende terrein aan de Weidelaan. Aangezien het terrein niet toereikend was om alle zes de woningen te realiseren is een gedeelte van de woningbouw in de groenstrook voorzien, waaronder de twee door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] bestreden woningen. De raad stelt zich voorts op het standpunt dat de enkele omstandigheid dat er een bouwclaim ten grondslag ligt aan de in het plan voorziene woningen, er niet toe leidt dat de raad geen gebruik mag maken van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid om een bestemmingsplan op te stellen. De in het plan voorziene locatie leidt niet tot een aantasting van de groene ruimte, dan wel tot aantasting van de openheid van de wijk.

Voorts wijst de raad erop dat het door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] voorgestelde alternatieve plan niet voldoet aan de in de VNG-brochure aanbevolen richtafstand. Door het aanhouden van deze afstand wordt overlast voor bewoners van de in het plan voorziene woningen voorkomen en blijft de waardevolle Veenwal en het doorzicht op deze wal gespaard, aldus de raad.

2.4. De programmabegroting vermeldt dat het ontwikkelen van het braakliggende terrein aan de Weidelaan voor de bouw van zes vrijstaande woningen deel uitmaakt van een aan een bouwbedrijf toegekende bouwclaim. Omdat het braakliggende terrein ontoereikend is gebleken voor alle zes vrijstaande woningen, heeft de raad een deel van de nieuwbouwwoningen voorzien op de groenstrook. Niet is gebleken dat de groenstrook dermate waardevol is dat de raad reeds hierom geen woningbouw op genoemde groenstrook heeft kunnen toestaan.

2.4.1. Ingevolge artikel 6.1., van de planregels zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor woonhuizen.

Ingevolge artikel 6.2.1., onder 1, van de planregels geldt voor hoofdgebouwen, i.c. woonhuizen, dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven.

Ingevolge het bepaalde in dit lid en onder 2, geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven.

Blijkens de verbeelding geldt voor de in het plan voorziene woningen een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter.

In het plan is aan een strook grond ten westen van de gronden met de bestemming "Wonen" de bestemming "Groen" toegekend.

Ingevolge artikel 3, van de planregels zijn de gronden met de bestemming "Groen" onder andere bestemd voor groenvoorzieningen.

2.4.2. Ten aanzien van het betoog van [appellant sub 2] dat in paragraaf 1.2 van de plantoelichting het plangebied niet juist is weergegeven overweegt de Afdeling dat de plantoelichting vermeldt dat de in het plan voorziene woningen gedeeltelijk worden geprojecteerd op gronden waar voorheen een school was gevestigd en deels op een bestaand trapveldje. De raad heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat dit niet betekent dat het plangebied alleen het braakliggende terrein en niet de groenstrook omvat. In zoverre mist dit betoog feitelijke grondslag.

Niet kan worden ontkend dat de in het plan voorziene woningbouw van invloed zal zijn op het uitzicht van [appellant sub 2]. Echter, een deel van het plangebied was voorheen al deels in gebruik als locatie voor een school. Gelet hierop en gezien de ter plaatse toegestane bouwhoogte heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de invloed van het plan op het uitzicht van [appellant sub 2] niet zodanig ernstig is dat hierdoor een onaanvaardbare situatie zal ontstaan. Daarbij heeft de raad in aanmerking kunnen nemen dat geen recht op een vrij uitzicht bestaat.

2.4.3. De in de VNG-brochure aanbevolen minimale afstand vanwege een veldsportcomplex (met verlichting) tot een woning in een rustige woonwijk is 50 meter. De afstand van de in het plan voorziene woningen tot de rand van het sportveld bedraagt ongeveer 50 meter.

2.4.4. Er is onderzoek verricht naar het geluid vanwege het sportveld dat in de nabijheid van de in het plan voorziene woningen is gelegen. De resultaten hiervan zijn neergelegd in het akoestisch rapport "Notitie Woningen Weidelaan, geluidsemissie sportveld" van 7 augustus 2009, van Lichtveld, Buis & Partners (hierna: het rapport).

Het rapport vermeldt dat de geluidsvoorschriften uit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer niet worden overschreden. De piekgeluiden van schreeuwende sporters of balcontacten in de avondperiode kunnen leiden tot een geluidemissie van 70 tot 75 dB (A) op de gevels van de in het plan voorziene woningen. Voor deze bronnen gelden geen normen op grond van de Wet milieubeheer. Ten aanzien van deze piekgeluiden kan echter niet worden uitgesloten dat bewoners hiervan in de avondperiode hinder ondervinden, aldus het rapport.

2.4.5. Ten aanzien van het door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] voorgestelde alternatief overweegt de Afdeling als volgt. De VNG-brochure heeft een indicatief karakter. Afwijking van de in deze brochure opgenomen afstanden is mogelijk, maar dient voldoende te worden gemotiveerd. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan ook binnen de in de VNG-brochure aanbevolen afstand van 50 meter tot de sportvelden sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarbij betrekt de Afdeling dat, zoals zij eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 26 juni 2002 (200100993/1), de raad in het kader van de vereiste belangenafweging bij het besluit omtrent de vaststelling van een bestemmingsplan mogelijke geluidhinder voor omwonenden in de vorm van hinder door stemgeluid dient te betrekken.

Het voorgestelde alternatief zou ertoe leiden dat de woningen dichterbij het sportveld zouden worden voorzien. Nu het akoestisch rapport vermeldt dat zelfs bij een afstand van 50 meter tussen het plangebied en het sportveld hinder voor omwonenden in de avonduren niet kan worden uitgesloten heeft de raad hierin aanleiding kunnen zien om niet (verder) af te wijken van de in de VNG-brochure aanbevolen afstand. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat ter zitting is gesteld dat de grens van het plandeel waarop de sportvelden liggen dichterbij de in het alternatieve plan voorziene locatie voor de woningen ligt, dan de in de VNG-brochure aanbevolen afstand van 50 meter.

Voorts heeft de raad betekenis kunnen hechten aan het behoud van de Veenwal en het vrije uitzicht daarop.

2.5. In hetgeen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

De beroepen zijn ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Tuit

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2011

425-677.