Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP4730

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-02-2011
Datum publicatie
16-02-2011
Zaaknummer
201004587/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Peppelensteeg" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet geluidhinder
Wet geluidhinder 66
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/626
JBO 2011/16 met annotatie van mr. drs. D. van der Meijden
Omgevingsvergunning in de praktijk 2011/4697
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201004587/1/R2.

Datum uitspraak: 16 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante A] en [appellante B] (hierna: [appellanten]), beide gevestigd te [plaats],

en

de raad van de gemeente Ede,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Peppelensteeg" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 mei 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 januari 2010, waar de raad, vertegenwoordigd door R. Maseda-Raquel en H. van Laar, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

Ontvankelijkheid

2.1. Het betoog van de raad dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, voor zover het is gericht tegen de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" en de gebiedsaanduidingen "geluidszone" en "milieuzone - geurzone" die zijn gelegd op het plandeel dat ziet op de gronden van [appellanten], omdat deze planonderdelen in de zienswijze niet zijn bestreden, faalt. De zienswijze van [appellanten] heeft betrekking op het hele plandeel dat ziet op hun gronden. Uit artikel 8.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening, gelezen in samenhang met artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht, volgt dat door een belanghebbende slechts beroep kan worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, voor zover dit beroep de vaststelling van plandelen, planregels of aanduidingen betreft die de belanghebbende in een tegen het ontwerpplan naar voren gebrachte zienswijze heeft bestreden. Hieruit volgt niet dat in beroep ten aanzien van reeds aangevochten onderdelen geen nieuwe beroepsgronden meer naar voren mogen worden gebracht. Gelet op het vorenstaande is het beroep van [appellanten] geheel ontvankelijk.

Het beroep inhoudelijk

2.2. Het plan voorziet in een planologische regeling voor het gebied Peppelensteeg te Ede. Het plan is hoofdzakelijk consoliderend van aard.

2.3. [appellanten] hebben bezwaar tegen de bestemming "Agrarisch", de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" en de gebiedsaanduidingen "geluidszone" en "milieuzone - geurzone" die zijn gelegd op het plandeel dat ziet op hun percelen. Zij voeren aan dat ten aanzien van dit plandeel òf de oude planregeling gehandhaafd dient te worden òf moet worden voorzien in de toekomstige ontwikkelingen, indien nodig via een wijzigingsbevoegdheid. Indien de raad kiest voor conserverend bestemmen omdat de toekomstige ontwikkelingen onvoldoende concreet zijn, dan dienen ook de bebouwingsmogelijkheden van het voorgaande plan te worden gehandhaafd. Op grond van de nu toegekende bestemming mogen echter geen gebouwen en silo's meer worden opgericht en is de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, beperkt. Ten opzichte van het voorgaande plan is voorts beperkend dat nu een deel van de gronden de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" heeft gekregen en een deel van de gronden is gelegen in een geluidszone respectievelijk een milieuzone - geurzone.

2.3.1. De raad stelt dat het plandeel in de provinciale streekplanuitwerking 'Zoekzones stedelijke functies en landschapsversterking' door het college van gedeputeerde staten van Gelderland is aangewezen als zoekzone voor stedelijke functies. Naar aanleiding van de streekplanuitwerking heeft de gemeenteraad het structuurplan 'Zoekzones stedelijke functies' opgesteld. Dit structuurplan wijst het plandeel aan als geschikt voor sport, leisure, outdoor, tuininrichting, dieren, hobby, doe het zelf en diverse stedelijke voorzieningen. [appellanten] zijn in overleg met het gemeentebestuur over de gewenste toekomstige ontwikkeling van het gebied. Hiertoe heeft ook besluitvorming door het gemeentebestuur plaatsgevonden. De planvorming voor het gebied is echter nog te weinig concreet om een andere bestemming dan wel een wijzigingsbevoegdheid op te nemen. Ten opzichte van het vorige plan zijn de bouwmogelijkheden geschrapt, omdat het mogelijk maken van agrarische bebouwing de gewenste toekomstige ontwikkelingen in het gebied zal beperken dan wel onmogelijk zal maken. Er is derhalve voor gekozen de bestaande, feitelijke situatie planologisch vast te leggen. Ook met de geluidszone en de milieuzone - geurzone wordt een bestaande, feitelijke situatie vastgelegd.

2.3.2. De Afdeling overweegt dat de raad aannemelijk heeft gemaakt dat het mogelijk maken van agrarische bebouwing op de gronden van [appellanten] de toekomstige ontwikkelingen zal beperken dan wel onmogelijk maken. Bovendien hebben [appellanten] niet aangevoerd dat zij op hun gronden een agrarisch bedrijf willen beginnen en afzien van de voorgenomen plannen voor het gebied die in het structuurplan zijn genoemd. Gelet op het feit dat ten tijde van de vaststelling van het plan voor de gronden van [appellanten] nog geen concrete plannen waren ontwikkeld en het een in hoofdzaak consoliderend plan betreft, acht de Afdeling het niet onredelijk dat de raad ervoor heeft gekozen de gronden van [appellanten] overeenkomstig de huidige, feitelijke situatie te bestemmen en niet de toekomstige ontwikkelingen in het plan op te nemen.

2.4. Ten aanzien van de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" overweegt de Afdeling dat artikel 38a Monumentenwet 1988, voor zover van belang, de gemeenteraad verplicht bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Uit de plantoelichting blijkt dat de toekenning van de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" is gebaseerd op de Actualisering archeologische verwachtingskaart gemeente Ede (hierna: de kaart) van februari 2005. Uit de kaart blijkt dat een deel van het plandeel aan de noordzijde ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde en een deel aan de zuidzijde in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. De aanwezigheid van archeologische sporen in het plangebied is dus aannemelijk.

Voorts voorziet het plan niet in nieuwe ontwikkelingen voor de gronden van [appellanten]. Zij hebben niet aannemelijk gemaakt dat het vergunningenstelsel een onevenredige belemmering zal vormen voor het agrarische gebruik van de gronden. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het vergunningenstelsel dat is verbonden aan de bestemming "Waarde-Archeologie" geen betrekking heeft op werken of werkzaamheden die behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden. Gelet op het voorgaande heeft de raad niet ten onrechte aan een deel van de gronden van [appellanten] de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" toegekend.

2.5. Uit de plantoelichting blijkt dat op basis van artikel 66 van de Wet geluidhinder, zoals dat ten tijde van het besluit gold, op 5 januari 1993 de geluidszone rondom de rioolwaterzuiveringsinstallatie door het college van gedeputeerde staten is vastgesteld. De geurcirkel is opgenomen in het bestemmingsplan om de geuraspecten van de milieuvergunning van de rioolwaterzuiveringsinstallatie ook planologisch vast te leggen. [appellanten] hebben niet aannemelijk gemaakt dat de raad ten onrechte de geluidszone en de milieuzone - geurzone heeft vastgesteld.

2.6. In hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan voor zover het de bestemming van hun gronden betreft strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Troost, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Troost

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2011

234-683.