Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP4703

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
16-02-2011
Zaaknummer
201101392/2/V2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij onderscheiden besluiten van 25 november 2010 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201101392/2/V2.

Datum uitspraak: 9 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

de minister voor Immigratie en Asiel,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 20 januari 2011 in zaken nrs. 10/41119, 10/42525 en 10/42526 in de gedingen tussen:

[wederpartijen sub 1], mede voor hun minderjarige kinderen,

en [wederpartij sub 2]

en

de minister.

1. Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 25 november 2010 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 20 januari 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister nieuwe besluiten op de aanvragen neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft de minister bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 27 januari 2011, hoger beroep ingesteld.

Voorts heeft de minister de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De vreemdelingen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de minister in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep aan de aldus bestreden uitspraak geen gevolg hoeft te geven.

2.2. Niet valt op voorhand uit te sluiten dat de uitspraak in hoger beroep niet in stand zal blijven. Naar het zich thans laat aanzien zal de uitspraak op dat hoger beroep binnen redelijke termijn worden gedaan. Onder die omstandigheden en nu de schriftelijke uiteenzetting van de vreemdelingen geen blijk geeft van bijzondere belangen die er in dit geval toe nopen dat aan de aangevallen uitspraak gevolg wordt gegeven voordat op het hoger beroep is beslist, ziet de voorzitter aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.3. Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister geen nieuwe besluiten op de aanvragen hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Vreken, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. Vreken

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2011

434-594.