Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP4701

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
16-02-2011
Zaaknummer
201012372/2/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 maart 2010 heeft het college [verzoeker] gelast de ingebruikname van de huurstandplaats [locatie] te 's-Hertogenbosch binnen één maand na dagtekening van dat besluit te staken en gestaakt te houden op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per maand of gedeelte van een maand dat niet aan deze last wordt voldaan, tot een maximum van € 25.000,00.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201012372/2/H3.

Datum uitspraak: 9 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 8 november 2010 in zaken nrs. 10/3190 en 10/2483 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 maart 2010 heeft het college [verzoeker] gelast de ingebruikname van de huurstandplaats [locatie] te 's-Hertogenbosch binnen één maand na dagtekening van dat besluit te staken en gestaakt te houden op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per maand of gedeelte van een maand dat niet aan deze last wordt voldaan, tot een maximum van € 25.000,00.

Bij besluit van 7 juli 2010 heeft het college het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 november 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 18 januari 2011.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 januari 2011, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 februari 2011, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. G.J.A. van de Grint, advocaat te 's-Hertogenbosch, en het college, vertegenwoordigd door mr. I. de Leeuw, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek van [verzoeker] strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat hij hangende het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter niet hoeft te voldoen aan de last, geen dwangsommen verbeurt en de reeds verbeurde dwangsommen niet hoeft te betalen.

2.3. De voorzitter stelt vast dat de dwangsommen door tijdsverloop inmiddels van rechtswege zijn verbeurd tot het maximum van € 25.000,00. Voorts heeft het college ter zitting desgevraagd toegezegd niet tot daadwerkelijke invordering van de verbeurde dwangsommen over te gaan, totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het door [verzoeker] ingestelde hoger beroep. Onder deze omstandigheden heeft [verzoeker] geen spoedeisend belang bij het treffen van de verzochte voorlopige voorziening. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. den Broeder, ambtenaar van staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Den Broeder

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2011

187-611.