Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP4693

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-02-2011
Datum publicatie
16-02-2011
Zaaknummer
201011740/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Bosscheweg (deelgebied 1 Wellestraat-Oost)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201011740/2/R3.

Datum uitspraak: 7 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats], en anderen,

en

de raad van de gemeente Laarbeek,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Bosscheweg (deelgebied 1 Wellestraat-Oost)" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 december 2010, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 december 2010, hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 februari 2011, waar [verzoeker] en anderen, bij monde van [gemachtigden], de raad, vertegenwoordigd door drs. J.C.D. van Wetten, werkzaam bij de gemeente, en [belanghebbende], vertegenwoordigd door [directeur] zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet onder meer in het toekennen van een bedrijfsbestemming aan de gronden ter plaatse van en aansluitend aan een voormalig afwateringskanaal.

2.3. [verzoeker] en anderen, omwonenden, kunnen zich niet met het plan verenigen. Zij stellen dat de uitbreiding van het bedrijventerrein - waarmee de mogelijkheid wordt geboden om het ter plaatse aanwezige bedrijf uit te breiden - zal leiden tot extra geluidhinder voor omwonenden. Daarnaast stellen zij dat de raad voor het bedrijventerrein Bosscheweg ten onrechte twee afzonderlijke bestemmingsplannen heeft vastgesteld en dat voor het plan een milieu-effectrapportage had moeten worden uitgevoerd. Ter voorkoming van een onomkeerbare situatie hebben zij de voorzitter gevraagd het plan te schorsen.

2.3.1. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de in het geding zijnde gronden eigendom zijn van [belanghebbende].

De directeur van [belanghebbende] heeft ter zitting verklaard dat overleg met de gemeente plaatsvindt over de verplaatsing van het bedrijf naar een andere locatie. Als een dergelijke verplaatsing niet mogelijk is, dan is het bedrijf voornemens het bestaande bedrijfsterrein te herontwikkelen. De directeur van [belanghebbende] heeft ter zitting evenwel toegezegd geen omgevingsvergunning voor bouwen aan te vragen en af te zien van de herontwikkeling van het plangebied totdat de Afdeling met betrekking tot het onderhavige bestemmingsplan uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure.

Gelet hierop ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat zich in afwachting van de behandeling van het beroep door de Afdeling onomkeerbare gevolgen zullen voordoen. Derhalve is niet gebleken van een spoedeisend belang dat rechtvaardigt dat in afwachting van de behandeling van het beroep een voorlopige voorziening wordt getroffen, hetgeen ter zitting ook door [verzoeker] en anderen is bevestigd.

2.3.2. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek van [verzoeker] en anderen te worden afgewezen.

2.3.3. Ten overvloede wijst de voorzitter erop dat het [verzoeker] en anderen vrij staat opnieuw een voorlopige voorziening te vragen indien desondanks een omgevingsvergunning voor bouwen zou worden aangevraagd voordat op hun beroep is beslist.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.I. Breunese-van Goor, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Breunese-van Goor

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2011

208.