Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP3704

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
201001637/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 december 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Cuijk, Galberg, Scoutinggebouw en Moskee" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2011/3707

Uitspraak

201001637/1/R3.

Datum uitspraak: 9 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Cuijk,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Cuijk, Galberg, Scoutinggebouw en Moskee" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 februari 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en anderen alsmede de raad hebben nadere stukken ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de Stichting Scouting Cuijk een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 november 2010, waar de raad, vertegenwoordigd door A. Hozee, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet onder meer in de bouw van een scoutinggebouw aan de weg, genaamd Galberg, te Cuijk.

2.2. De raad brengt naar voren dat de zienswijze van 10 augustus 2009, die [appellant] tegen het ontwerpplan heeft ingediend mede namens de bewoners van het Arodaveld, uitsluitend door hem is ondertekend, zodat alleen [appellant] kan worden ontvangen in beroep.

2.2.1. Het zorgvuldigheidsbeginsel brengt met zich dat indien aan een zienswijzegeschrift een gebrek in de ondertekening kleeft, dit niet om die reden buiten behandeling kan worden gelaten dan nadat de indiener in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen.

Niet is gebleken dat de raad [appellant] hiertoe in de gelegenheid heeft gesteld. De raad had de zienswijze van [appellant], voor zover ingediend namens de bewoners van het Arodaveld, dan ook niet buiten behandeling mogen laten vanwege het ontbreken van een machtiging.

In de omstandigheid dat de raad de mede namens de bewoners van het Arodaveld ingediende zienswijze buiten beschouwing heeft gelaten, ziet de Afdeling geen grond voor vernietiging van het bestreden besluit, aangezien de raad de door [appellant] zelf ingediende gelijkluidende zienswijze wel inhoudelijk heeft beoordeeld. De bewoners van het Arodaveld zijn door het buiten beschouwing laten van de zienswijze voor zover die mede namens hen is ingediend, niet in hun processuele belangen geschaad.

2.3. [appellant] en anderen voeren als formeel bezwaar aan dat zij ondanks hun daartoe strekkend verzoek niet in staat zijn gesteld hun zienswijze mondeling toe te lichten.

2.3.1. De Afdeling overweegt dat de wettelijke procedure voor het vaststellen van een bestemmingsplan er niet toe verplicht om degenen die een zienswijze omtrent het plan naar voren hebben gebracht, de gelegenheid te geven deze mondeling toe te lichten. Evenmin heeft de raad onzorgvuldig gehandeld door [appellant] en anderen niet te horen. [appellant] en anderen hebben geen bijzondere omstandigheden gesteld op grond waarvan zij uit een oogpunt van zorgvuldigheid in de gelegenheid zouden moeten worden gesteld een mondelinge toelichting te geven.

2.4. [appellant] en anderen hebben bezwaren tegen het plandeel met de bestemming "Maatschappelijk" en de aanduiding "verenigingsleven" dat betrekking heeft op gronden aan de noordelijke zijde van de Galberg. [appellant] en anderen betogen dat de raad andere locaties om het scoutinggebouw te realiseren onvoldoende in de beschouwing heeft betrokken en onvoldoende aandacht heeft besteed aan hun belangen als bewoners aan het nabijgelegen Arodaveld bij een goed woon- en leefklimaat. [appellant] en anderen voeren aan dat door de realisatie van een scoutinggebouw de kinderboerderij ten onrechte zal verdwijnen, hetgeen bezwaarlijk is omdat deze voor de hele wijk en de scholen een sociale functie heeft. Verder betogen zij dat zij geluidoverlast zullen ondervinden als gevolg van de vestiging van de scouting op de voorziene locatie. In dit verband voeren zij aan dat het plangebied te zwaar is belast met andere functies, zoals een moskee, kinderopvangplaats en jeu de boules-baan, en dat de verkeersdruk zal toenemen. Voorts stellen zij dat het plan te ruime bebouwingsmogelijkheden biedt. Ten slotte betogen [appellant] en anderen dat de realisatie van het plan waardevermindering van hun woningen tot gevolg zal hebben.

2.4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de invloed van een scoutinggebouw op de woningen aan het Arodaveld gering zal zijn. In dit verband voert de raad aan dat met betrekking tot de afstand van de woningen tot het plangebied is aangesloten bij de brochure "Bedrijven en Milieuzonering" van 2009 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure). Voorts stelt de raad zich op het standpunt dat de activiteiten in verband met de scouting met name in het weekend tot korte momenten van drukte zullen leiden. Van een sterke toename van verkeer is volgens de raad geen sprake. Ten slotte stelt de raad dat de vestiging van een scouting de draagkracht van het gebied niet te boven gaat, nu de verschillende functies in het gebied elkaar kunnen aanvullen.

2.4.2. Met betrekking tot het betoog dat onvoldoende is gekeken naar alternatieve locaties overweegt de Afdeling dat de raad bij de keuze van de bestemming een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beoordelingsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen.

Uit de beantwoording van de ingediende zienswijze volgt dat bij de keuze van een locatie verschillende locaties zijn onderzocht. De raad heeft toegelicht waarom niet is gekozen voor een andere locatie. Hierbij was in sommige gevallen sprake van aantasting van bosgebied en/of groene hoofdstructuur, sommige locaties waren niet in eigendom van de gemeente of onvoldoende bereikbaar voor de jongere speldeelnemers. Daarnaast heeft de raad rekening gehouden met milieuregelgeving en eisen vanuit Scouting Nederland.

In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd, wordt geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat de raad alternatieve locaties onvoldoende in zijn beschouwingen heeft betrokken.

2.4.3. Ten aanzien van het bezwaar dat de kinderboerderij ten onrechte zal verdwijnen, overweegt de Afdeling dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen. De scouting wordt weliswaar gevestigd op het terrein van de kinderboerderij, maar deze verdwijnt niet maar wordt gehandhaafd, zij het in kleinere vorm, namelijk met een oppervlakte van 1885 m².

2.4.4. In de VNG-brochure wordt ten aanzien van buurt- en clubhuizen een afstand van 30 m aanbevolen. Blijkens de VNG-brochure geldt deze richtafstand indien de omgeving is te kwalificeren als een rustige woonwijk.

Niet in geschil is dat de kortste afstand tussen de woningen aan het Arodaveld en de bestemming "Maatschappelijk" 32 m bedraagt. Voorts is niet in geschil dat het te realiseren scoutinggebouw zich bevindt op een afstand van ten minste 40 m van de woningen van [appellant] en anderen. Tussen de achtertuinen van de woningen aan het Arodaveld en het bestemmingsvlak ligt de openbare weg, de Galberg. Deze is aan weerszijden voorzien van bomen.

Volgens de raad zullen de activiteiten ten aanzien van de scouting met name in het weekend op korte momenten tot verhoging van de verkeersintensiteit kunnen leiden. Van een sterke toename van de verkeersdruk op de Galberg is echter geen sprake. Verder is volgens de raad geen ernstige geluidhinder, afkomstig van de scouting, te verwachten, gelet op de afstand tot de desbetreffende woningen. [appellant] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat het voorgaande onjuist is.

Gezien het vorenstaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat in het plan voldoende afstand is aangehouden tussen de woningen aan het Arodaveld en het desbetreffende plandeel. Voorts ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vestiging van de scouting niet zal leiden tot een ernstige toename van de verkeersintensiteit op de Galberg.

2.4.5. De Afdeling ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen voorzien in de in het plan maximaal toegelaten bouwhoogte voor hoofdgebouwen. Daarbij is van belang dat er weliswaar een bouwhoogte geldt van ten hoogste 7 m, maar dat het vorige bestemmingsplan een maximale goothoogte van 4.50 m tot 7 m toestond. Gelet op de afstand van het te realiseren scoutinggebouw tot de woningen aan het Arodaveld acht de Afdeling ook de oppervlakte van het bouwvlak van 500 m² waarin het plan voorziet, niet onredelijk.

2.4.6. Verder hebben [appellant] en anderen, gelet op het voorgaande, niet aannemelijk gemaakt dat de waarde van hun woningen zal verminderen en wel zodanig dat de raad bij de afweging van de betrokken belangen hieraan doorslaggevend gewicht had moeten toekennen.

2.5. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het desbetreffende plandeel strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Kooijman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2011

177-662.