Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP3661

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-02-2011
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
201012132/2/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 november 2010 heeft het college aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor de handel in en de opslag, overslag en het sorteren van oude metalen op het perceel Loweg (sectie K, nummer 7794) te Oldenzaal. Dit besluit is op 10 november 2010 ter inzage gelegd.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Activiteitenbesluit milieubeheer
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAF 2011/7 met annotatie van Van der Meijden

Uitspraak

201012132/2/M2.

Datum uitspraak: 4 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2010 heeft het college aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor de handel in en de opslag, overslag en het sorteren van oude metalen op het perceel Loweg (sectie K, nummer 7794) te Oldenzaal. Dit besluit is op 10 november 2010 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 december 2010, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 december 2010, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een nader stuk ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 januari 2011, waar [verzoeker], in persoon en bijgestaan door mr. W. Kattouw, en het college, vertegenwoordigd door H.A.M. Vaneker, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghoudster], vertegenwoordigd door G.J.G. van Zandbeek, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.1. Bij besluit van 15 november 2010 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) met betrekking tot afvalgerelateerde activiteiten gewijzigd (Stb. 2010, 791). Op 1 januari 2011 is deze wijziging in werking getreden.

2.2. Niet in geschil is dat in verband hiermee de bij het bestreden besluit vergunde activiteiten onder de werking van het Activiteitenbesluit vallen. Derhalve is geen vergunning meer vereist, en is de bij het bestreden besluit verleende vergunning komen te vervallen.

2.3. Gelet hierop gaat de voorzitter ervan uit dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het beroep van [verzoeker] niet-ontvankelijk is. Daarom ziet de voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.J.J. Kalter, ambtenaar van staat.

w.g. Brink w.g. Kalter

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2011

492-632.