Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP3657

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-02-2011
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
201010885/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "De Berekuil" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201010885/2/R2.

Datum uitspraak: 4 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster], wonend te Utrecht,

en

de raad van de gemeente Utrecht,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "De Berekuil" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 november 2010, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 november 2010, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoekster] en [belanghebbende] (hierna: [belanghebbende]) hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 januari 2011, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door drs. C. van Oosten, en de raad, vertegenwoordigd door J.G.A. Stel en mr. A.C. van Vliet, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in een actuele planologische regeling voor camping "De Berekuil" en het plan biedt de mogelijkheid om de camping opnieuw in te richten.

2.3. Verzoekster heeft een chalet in eigendom op camping De Berekuil, welke is geplaatst op een standplaats die zij huurt van [belanghebbende]. Verzoekster betoogt dat inwerkingtreding van het plan ertoe zal leiden dat de huurovereenkomst die zij heeft gesloten met [belanghebbende] met betrekking tot de standplaats op de camping, door [belanghebbende] zal worden opgezegd.

2.4. Daargelaten de vraag hoe waarschijnlijk het is dat [belanghebbende] nu reeds zal overgaan tot opzegging van de huurovereenkomst, aangezien het plan nog niet onherroepelijk is, overweegt de voorzitter dat het plan niet noodzakelijkerwijs leidt tot opzegging van de gesloten huurovereenkomst.

Tussen partijen is niet in geschil dat het chalet van verzoekster in het verleden ter plaatse legaal is opgericht met een bouwvergunning. Voorts staat het chalet van verzoekster op gronden waaraan de bestemming "Recreatie" is toegekend en ingevolge artikel 3.2.1, onder a, van de planregels is het binnen deze bestemming toegestaan om permanente recreatieverblijven op te richten. Gezien het feit dat het plan niet in de weg staat aan voortzetting van het bestaande gebruik van het chalet ten behoeve van recreatieve doeleinden - waartoe ook de gesloten huurovereenkomst strekt - bestaat geen spoedeisend belang bij schorsing van het plan.

Mocht de situatie zich voordoen dat de eigenaar van de camping tot opzegging van de huurovereenkomst overgaat, dan zal de rechtmatigheid daarvan in een civiele procedure aan de orde moeten worden gesteld.

2.5. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van drs. M.H. Kuggeleijn-Jansen, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Kuggeleijn-Jansen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2011

317-571.