Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP3652

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
201003797/1/H3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBHAA:2010:BL7077, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 maart 2008 heeft de raad, voor zover thans van belang, de percelen, kadastraal bekend gemeente Zandvoort, sectie C, nummers 6401 en 6487 (hierna: de percelen), aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wet voorkeursrecht gemeenten van toepassing zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2011/110
ABkort 2011/111
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201003797/1/H3.

Daum uitspraak: 9 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland, handelend onder de naam Holland Casino, gevestigd te Den Haag (hierna: Holland Casino)

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) van 8 maart 2010 in zaak nr. 08/7986 in het geding tussen:

Holland Casino

en

de raad van de gemeente Zandvoort (hierna: de raad).

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2008 heeft de raad, voor zover thans van belang, de percelen, kadastraal bekend gemeente Zandvoort, sectie C, nummers 6401 en 6487 (hierna: de percelen), aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wet voorkeursrecht gemeenten van toepassing zijn.

Bij besluit van 10 november 2008 heeft hij het door Holland Casino daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 maart 2010, verzonden op 9 maart 2010, heeft de rechtbank het door Holland Casino daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, doch bepaald dat de rechtsgevolgen ervan in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Holland Casino bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 april 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 17 mei 2010.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 oktober 2010, waar Holland Casino, vertegenwoordigd door mr. W.J.E. van der Werf, advocaat te Den Haag, en P. Voolstra en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.G. Bossink, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ambtshalve wordt als volgt overwogen. De Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: Wvg) is met ingang van 1 juli 2008 gewijzigd. De raad heeft bij het besluit van 10 november 2008 de Wvg, zoals die voor de wijziging luidde, toegepast. De rechtbank heeft dat besluit deswege vernietigd.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 19 januari 2011 in zaak nr. 201003972/1/H3), moet een besluit tot vestiging van een voorkeursrecht in bezwaar worden beoordeeld aan de hand van de wettelijke regeling, zoals die gold ten tijde van het nemen ervan. Het hoger beroep is daarom gegrond en de aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking.

2.1.1. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door Holland Casino tegen het besluit van 10 november 2008 ingestelde beroep behandelen met inachtneming van de Wvg, zoals gold ten tijde van het besluit van 20 maart 2008.

2.2. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van die wet kunnen bij besluit van de gemeenteraad gronden, begrepen in een structuurplan, waarbij aanwijzingen zijn gegeven voor de bestemming, of in een bestemmingsplan, worden aangewezen als gronden, waarop de artikelen 10-24, 26 en 27 van toepassing zijn.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, kan een voorstel van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad tot het nemen van een besluit, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, gedaan vóór de vaststelling van een structuurplan, als bedoeld in dat lid of een bestemmingsplan en betrekking hebbende op gronden, welke zijn begrepen in het ter inzage gelegde ontwerp voor dat plan, worden bekend gemaakt door overeenkomstige toepassing van artikel 2, derde lid en artikel 4, eerste en tweede lid.

Ingevolge het tweede lid verkrijgt voor toepassing van het vorige lid het aldaar bedoelde voorstel daags na dagtekening van de Staatscourant, waarin zijn nederlegging ter inzage is bekend gemaakt, ten aanzien van de daarbij betrokken gronden het rechtsgevolg van een besluit, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in dier voege, dat op die gronden de artikelen 10-24, 26 en 27 van toepassing zijn, met dien verstande dat in artikel 11, tweede lid, in de plaats van "de aanwijzing, bedoeld in artikel 2" is te lezen "het voorstel, bedoeld in artikel 6".

Ingevolge artikel 8, eerste lid, kan de gemeenteraad gronden aanwijzen waarop de artikelen 10-24, 26 en 27 van toepassing zijn, voor zover die gronden nog niet zijn opgenomen in een ter inzage gelegd ontwerp van een structuurplan, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of van een bestemmingsplan, waarbij aan de betrokken gronden een gewijzigde bestemming wordt toegedacht onderscheidenlijk gegeven. Bij het daartoe strekkende raadsbesluit behoort een kaart waarop de betrokken gronden en de aan die gronden toegedachte bestemming zijn aangeduid.

Ingevolge het derde lid is op het in het eerste lid bedoelde besluit artikel 2, derde lid, van toepassing en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.

Ingevolge het vierde lid geldt het in het eerste lid bedoelde besluit voor een termijn van ten hoogste twee jaren, te rekenen van zijn dagtekening.

Ingevolge het vijfde lid, aanhef en onder a, doen burgemeester en wethouders de in het eerste lid bedoelde aanwijzing vervallen, voor zover de bij dat besluit aangewezen gronden worden opgenomen in het ontwerp van een structuurplan, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of van een bestemmingsplan, zodra dit ontwerp ter inzage is gelegd, met dien verstande dat, voor zover die gronden tegelijk met die terinzagelegging worden opgenomen in een voorstel, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, burgemeester en wethouders de aanwijzing ten aanzien van die gronden doen vervallen, zodra dat voorstel ingevolge artikel 6, tweede lid, het aldaar bedoelde rechtsgevolg heeft gekregen

Ingevolge artikel 8a, eerste lid, kan een voorstel van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad tot het nemen van een besluit, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, worden bekendgemaakt door overeenkomstige toepassing van artikel 2, derde lid, en artikel 4, eerste en tweede lid. Artikel 8, eerste lid, tweede volzin is van overeenkomstige toepassing.

Ingevolge het derde lid, aanhef en onder b, doen burgemeester en wethouders het ingevolge het tweede lid aan het aldaar bedoelde voorstel verbonden rechtsgevolg vervallen, voor zover de raad de in het voorstel begrepen gronden heeft aangewezen bij een besluit, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, zodra dit besluit ingevolge artikel 8, derde lid, juncto artikel 4, derde lid, in werking treedt.

Ingevolge artikel 9, voor zover thans van belang, kunnen gronden die aangewezen waren bij een besluit, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, dat betrekking had op in een structuurplan begrepen gronden, dan wel aangewezen waren bij een besluit, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of betrokken waren bij een voorstel, als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, niet binnen twee jaar na het verstrijken van de in artikel 2, vierde lid, bedoelde termijn, dan wel na het verstrijken van de in artikel 8, vierde lid, bedoelde termijn of na het in artikel 8a, derde lid, bedoelde vervallen van het rechtsgevolg opnieuw bij een zodanig besluit worden aangewezen of bij een zodanig voorstel worden betrokken.

Ingevolge artikel 9a, eerste lid, wordt een voorstel van burgemeester en wethouders, ten aanzien waarvan artikel 6, eerste lid, of 8a, eerste lid, van de wet is toegepast, aangemerkt als een besluit.

Ingevolge het tweede lid wordt, indien bezwaar of beroep aanhangig is tegen een voorstel van burgemeester en wethouders, als bedoeld in artikel 6 onderscheidenlijk 8a, en ingevolge artikel 7, eerste lid, onder b, onderscheidenlijk artikel 8a, derde lid, onder b, het daaraan verbonden rechtsgevolg vervalt, omdat een besluit van de gemeenteraad, als bedoeld in artikel 2, onderscheidenlijk artikel 8, in werking is getreden, het bezwaar of beroep geacht te zijn gericht tegen het raadsbesluit.

2.3. Het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) heeft op 2 november 2004 een voorstel, als bedoeld in artikel 8a van de Wvg, gedaan voor het vestigen van een voorkeursrecht op de percelen. Bij besluit van 14 december 2004 heeft de raad krachtens artikel 8 van de Wvg op de percelen een voorkeursrecht gevestigd. Krachtens artikel 6 van de Wvg heeft het college vervolgens bij besluit van 12 december 2006 een voorstel, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wvg, gedaan voor het vestigen van een voorkeursrecht op de percelen. Bij dat besluit heeft het college tevens het besluit van de raad van 14 december 2004 krachtens artikel 8, vijfde lid, aanhef en onder a, van de Wvg doen vervallen. De raad heeft vervolgens bij besluiten van 8 mei en 3 juli 2007 de percelen krachtens artikel 2 van de Wvg aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wvg van toepassing zijn. De planologische grondslag voor dit besluit was het op 8 mei 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Middenboulevard". Bij besluit van 8 januari 2008 hebben gedeputeerde staten van Noord-Holland goedkeuring aan dat plan onthouden. Op verzoek van Holland Casino heeft het college het besluit van 8 mei 2007 bij besluit van 5 februari 2008 naar aanleiding daarvan doen vervallen.

2.4. Holland Casino betoogt dat artikel 9 van de Wvg eraan in de weg staat dat binnen twee jaar na de in artikel 8, vijfde lid, van de Wvg bedoelde vervallenverklaring van een besluit krachtens artikel 8 van de Wvg een nieuw voorkeursrecht krachtens die bepaling op dezelfde percelen wordt gevestigd. Nu het besluit van de raad van 14 december 2004 bij besluit van 12 december 2006 vervallen is verklaard, mocht de raad niet bij besluit van 20 maart 2008 opnieuw krachtens artikel 8 van de Wvg een voorkeursrecht op de percelen vestigen, als daar bedoeld, aldus Holland Casino.

2.4.1. Artikel 9 van de Wvg staat er aan in de weg dat percelen die zijn aangewezen binnen twee jaar opnieuw krachtens dezelfde bepaling worden aangewezen. In de Memorie van Antwoord op het wetsvoorstel van de Wvg (Handelingen I, 1980-1981, 13 713, nr. 39b, p. 7) staat dat artikel 9 van de Wvg "zonder enige beperking [bepaalt] dat gronden die eenmaal in een aanwijzing betrokken zijn geweest niet binnen twee jaar opnieuw mogen worden aangewezen" en dat "onder geen enkele voorwaarde een tweede aanwijzing binnen twee jaar mogelijk is."

Nu de raad de percelen bij besluit van 14 december 2004 krachtens artikel 8 van de Wvg heeft aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wvg van toepassing zijn en het college dat besluit bij besluit van 12 december 2006 heeft doen vervallen krachtens artikel 8, vijfde lid, aanhef en onder a, van de Wvg, mocht de raad de percelen niet bij het besluit van 20 maart 2008 nogmaals krachtens artikel 8 van de Wvg aanwijzen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wvg van toepassing zijn.

Het betoog slaagt.

2.5. Het beroep is gegrond. Het besluit van 10 november 2008 dient te worden vernietigd. De Afdeling zal op na te melden wijze zelf in de zaak voorzien. Omdat de raad de percelen niet krachtens artikel 8 van de Wvg mocht aanwijzen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wvg van toepassing zijn, zal het besluit van 20 maart 2008 worden herroepen, voor zover dat daarbij is gebeurd. Deze uitspraak treedt in zoverre in de plaats van het vernietigde besluit.

2.6. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 8 maart 2010 in zaak nr. 08/7986;

III. verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Zandvoort van 10 november 2008, kenmerk 2008/11/1518;

V. herroept het besluit van 20 maart 2008, kenmerk OB/PR/2008/2151, voor zover de percelen, kadastraal bekend gemeente Zandvoort, sectie C, nummers 6401 en 6487, daarbij zijn aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wvg van toepassing zijn;

VI. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

VII. veroordeelt de raad van de gemeente Zandvoort tot vergoeding van bij de stichting Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland in verband met de behandeling van het bezwaar opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VIII. veroordeelt de raad van de gemeente Zandvoort tot vergoeding van bij de stichting Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.518,00 (zegge: vijftienhonderdachttien euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IX. gelast dat de raad van de gemeente Zandvoort aan de stichting Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 736,00 (zegge: zevenhonderdzesendertig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. D. Roemers, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Van Hardeveld

Voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2011

312-622.