Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP3649

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-02-2011
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
201007504/5/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 juni 2010, kenmerk PZH-2010-1776618860, heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Leiden bij besluit van 12 november 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Zuidelijke Schil".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201007504/5/R1.

Datum uitspraak: 2 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

de naamloze vennootschap Vebra N.V., gevestigd te Leiden,

verzoekster,

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 juni 2010, kenmerk PZH-2010-1776618860, heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Leiden bij besluit van 12 november 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Zuidelijke Schil".

Tegen dit besluit heeft onder meer Vebra N.V. bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 augustus 2010, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 november 2010, heeft Vebra N.V. de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 januari 2011, waar Vebra N.V., vertegenwoordigd door J. Hospes, werkzaam bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Visiplan B.V., en J. Verbaan, en het college, vertegenwoordigd door ing. H.L. de Lange, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.

Voorts is daar de raad, vertegenwoordigd door G.C. Schramm, werkzaam bij de gemeente, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Vebra N.V. betoogt dat het bestemmingsplan ten onrechte bij recht slechts voorziet in zes woningen, en na vrijstelling acht, ter plaatse van het perceel ten noorden van de Hoge Rijndijk 96 (hierna: het perceel), terwijl in het ontwerpplan en in het voorheen geldende plan "Hoge Rijndijkbuurt" geen beperking ten aanzien van het aantal woningen was opgenomen. Vebra N.V. beoogt met haar verzoek te bereiken dat haar een bouwvergunning wordt verleend voor de door haar gewenste woningbouw. Hiertoe heeft zij reeds aanvragen ingediend.

2.3. Het college heeft zich in navolging van de raad op het standpunt gesteld dat een verbouwing van de bestaande bebouwing op het perceel tot bedrijfsruimte met bovenwoningen wel een verbetering van de omgeving kan betekenen, maar dat een groter aantal dan acht woningen op het binnenterrein niet wenselijk is.

2.4. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sleutelgoed III B.V. heeft op 10 maart 2008 een aanvraag ingediend bij het college van burgemeester en wethouders tot het verlenen van vrijstelling en een bouwvergunning voor het verbouwen van een bedrijfsgebouw tot bedrijfsruimte en zestien appartementen op het perceel. Bij besluit van 3 september 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders geweigerd vrijstelling en bouwvergunning te verlenen. In de uitspraak van 20 oktober 2010, zaak nr. 201001496/1/H1, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 30 december 2009 in zaak nr. 09/809 waarin het bezwaar dat tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders was ingesteld ongegrond is verklaard, bevestigd. Nu de Afdeling in hoger beroep uitspraak heeft gedaan waardoor de weigering tot het verlenen van de gevraagde bouwvergunning onherroepelijk is, bestaat in zoverre geen spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening kan rechtvaardigen.

2.5. Ter zitting is gebleken dat Vebra N.V. op 7 juni 2010 een aanvraag tot het verlenen van een bouwvergunning voor wederom zestien woningen op het perceel heeft ingediend. Het college van burgemeester en wethouders heeft bij besluit van 16 september 2010 deze aanvraag geweigerd. De raad heeft ter zitting aangegeven dat het college van burgemeester en wethouders nog niet heeft beslist op het daartegen door Vebra N.V. gemaakte bezwaar. De voorzitter acht in zoverre een spoedeisend belang aanwezig zodat zal worden bezien of aanleiding bestaat tot het treffen van een voorlopige voorziening.

2.6. De voorzitter overweegt dat het verzoek er toe strekt dat verwezenlijking van het bouwplan, zoals aangevraagd op 7 juni 2010, mogelijk wordt, terwijl het bestemmingsplan niet in die mogelijkheid voorziet. Vebra N.V. is in zoverre niet gebaat bij schorsing van enig deel van het bestreden besluit aangezien daarmee verwezenlijking van het bouwplan niet mogelijk wordt. Een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt is te verstrekkend. Voor zover Vebra N.V. beoogt te bereiken dat bij het nemen van de beslissing op bezwaar ten aanzien van de weigering haar bouwvergunning te verlenen het voorheen geldende bestemmingsplan "Hoge Rijndijkbuurt" van toepassing is, overweegt de voorzitter dat, mocht dit het geval zijn, hierdoor het schorsen van de goedkeuring van het plandeel onomkeerbare gevolgen kan hebben. De voorzitter oordeelt dat in zoverre een groter gewicht toekomt aan het belang van de raad bij het inwerking houden van het plandeel dan aan het belang van Vebra N.V. bij het schorsen van de goedkeuring van het plandeel.

2.7. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. Z. Huszar, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Huszar

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2011

533-668.