Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP2759

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
02-02-2011
Zaaknummer
201100262/2/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 januari 2009 heeft het college [verzoekster] onder aanzegging van bestuursdwang gelast het vaartuig met als ligplaats Kostverlorenvaart - De Wittenkade t/o […] op een andere locatie af te meren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201100262/2/H3.

Datum uitspraak: 26 januari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 november 2010 in zaak nr. 09/2038 in het geding tussen:

[verzoekster]

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 januari 2009 heeft het college [verzoekster] onder aanzegging van bestuursdwang gelast het vaartuig met als ligplaats Kostverlorenvaart - De Wittenkade t/o […] op een andere locatie af te meren.

Bij besluit van 28 april 2009 heeft het college het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 november 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 januari 2011, hoger beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Desgevraagd heeft zij bij brief van 13 januari 2011 de gronden van het verzoek aangevuld.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 januari 2011, waar het college, vertegenwoordigd door mr. A. Weijenberg en B. Sprenkeling, beiden werkzaam bij de stichting Stichting Waternet, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de last tot verwijdering van het vaartuig wordt geschorst totdat op het hoger beroep is beslist.

2.3. In de op 5 januari 2011 ingekomen brieven heeft [verzoekster] gesteld dat de rechtbank het door haar ingestelde beroep tegen het besluit van 28 april 2009 ten onrechte ongegrond heeft verklaard, zonder dit evenwel te motiveren. Bij de brief van 13 januari 2011 heeft zij deze stelling evenmin gemotiveerd. Hoewel daartoe uitgenodigd, is [verzoekster] niet ter zitting verschenen om haar standpunt mondeling toe te lichten. Onder deze omstandigheden is er geen reden om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat zal blijken dat het college ten onrechte de verwijdering van het vaartuig heeft gelast. Nu voorts het college ter zitting heeft toegezegd dat het vaartuig, ingeval het college dat wegens niet-naleving van de last zelf verwijdert, niet zal worden vernietigd, maar naar een bewaarplaats zal worden gebracht, ziet de voorzitter aanleiding om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. de Vries, ambtenaar van staat.

w.g. Wortmann w.g. De Vries

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2011

582.