Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP2758

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
02-02-2011
Zaaknummer
201009810/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 juli 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Kleine Hoeven 2009" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2011/1677
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201009810/2/R3.

Datum uitspraak: 26 januari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

1. [verzoeker sub 1], wonend te [woonplaats], gemeente Reusel-

De Mierden,

2. [verzoeker sub 2], gevestigd te [plaats], gemeente Reusel-De Mierden,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Reusel-De Mierden,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 juli 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Kleine Hoeven 2009" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 oktober 2010, en [verzoeker sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 oktober 2010, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker sub 1] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 oktober 2010, heeft [verzoeker sub 2] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 19 januari 2010, waar [verzoeker sub 1], bijgestaan door ir. A.K.M. van Hoof, werkzaam bij Het Groene Schild Milieu-adviesbureau, [verzoeker sub 2], vertegenwoordigd door mr. F.K. van den Akker, advocaat te Eindhoven, en [verzoeker sub 1], directeur, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.K.J. Boon en C.A.H. Stolkwijk, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. De voorzitter volgt de raad niet in zijn betoog ter zitting dat spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt omdat nog niet het gehele bedrijventerrein zal zijn gerealiseerd vóór de uitspraak in de bodemprocedure. Dit aangezien het plan ten opzichte van het thans geldende regime voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden en nieuwe gebruiksmogelijkheden, zoals het bouwrijp maken van gronden en het wijzigen of aanleggen van wegen, die tot een feitelijk onomkeerbare situatie kunnen leiden indien het plan in werking zou treden.

2.3. Bij besluit van 13 november 2006 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Kleine Hoeven" vastgesteld. Dit plan is bij besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 3 juli 2007 gedeeltelijk goedgekeurd. Bij uitspraak van 31 december 2008, nr. 200706492/1, heeft de Afdeling de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Bedrijven (B)" en de plandelen met de bestemming "Verkeersdoeleinden (V)" vernietigd. Daarbij heeft de Afdeling overwogen dat het bestreden besluit in zoverre wat betreft de aspecten luchtkwaliteit en geluid niet berust op een deugdelijke motivering.

2.4. Bij besluit van 6 oktober 2009 is opnieuw besloten over de goedkeuring, waarbij alsnog grotendeels goedkeuring is verleend aan voornoemde plandelen. Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker sub 1] beroep ingesteld. Voorts heeft hij terzake verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. Daarbij heeft hij de juistheid en de volledigheid van de door de raad uitgevoerde onderzoeken met betrekking tot geluid, luchtkwaliteit en geurhinder gemotiveerd bestreden. Dienaangaande heeft de voorzitter overwogen dat in de stukken op voorhand geen uitsluitsel was te vinden ten aanzien van het door [verzoeker sub 1] gestelde. Ter zitting heeft de raad het gestelde weliswaar weersproken, maar ten aanzien van een aantal punten was bij de voorzitter twijfel blijven bestaan. Een en ander klemde te meer nu het bestreden besluit een hernieuwde beslissing is, waarbij het eerdere goedkeuringsbesluit is vernietigd, omdat dat besluit wat betreft de aspecten geluid en luchtkwaliteit niet op een deugdelijke motivering berustte. De procedure omtrent de verzoeken om voorlopige voorziening leende zich verder niet voor het in dit verband noodzakelijke nader onderzoek. Gelet hierop, alsmede in aanmerking genomen het belang van onder meer [verzoeker sub 1] om geen onomkeerbare situatie te laten ontstaan, heeft de voorzitter aanleiding gezien het goedkeuringsbesluit van 6 oktober 2009 wat betreft de plandelen met de bestemming "Bedrijven (B)" en de plandelen met de bestemming "Verkeersdoeleinden (V)" te schorsen, aldus de uitspraak van 4 mei 2010, nr. 200909137/2/R3.

2.5. Tussen partijen is niet in geschil dat de vaststelling van het onderhavige plan rechtstreeks verband houdt met de procedures inzake de hieraan voorafgaande goedkeuringsbesluiten omtrent het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Kleine Hoeven". [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hebben ter onderbouwing van hun beroepen en verzoeken wederom de juistheid en volledigheid van de onderzoeken met betrekking tot geluid, luchtkwaliteit en geurhinder uitvoerig gemotiveerd bestreden. In de beroepsprocedure omtrent het hernieuwde goedkeuringsbesluit van 6 oktober 2009 is de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening verzocht om op deze aspecten een deskundigenbericht uit te brengen. Mede gelet hierop leent de onderhavige procedure zich niet voor een voorlopig oordeel over deze aspecten. In de vernietiging en de schorsing van de voorafgaande goedkeuringsbesluiten op deze aspecten ziet de voorzitter aanleiding ook het thans bestreden besluit te schorsen om onomkeerbare gevolgen ten gevolge van de inwerkingtreding van het plan te voorkomen. Hierbij betrekt de voorzitter dat hij verwacht dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het plan ten onrechte niet digitaal is vastgesteld, nu het ontwerp ervan na 1 januari 2010 ter inzage is gelegd.

2.6. De raad dient ten aanzien van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Reusel-De Mierden van 20 juli 2010, nr. 2010-059a, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kleine Hoeven 2009";

II. veroordeelt de raad van de gemeente Reusel-De Mierden tot vergoeding van bij [verzoeker sub 1] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 906,91 (zegge: negenhonderdzes euro en eenennegentig cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

veroordeelt de raad van de gemeente Reusel-De Mierden tot vergoeding van bij [verzoeker sub 2] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.172,36 (zegge: elfhonderdtweeënzeventig euro en zesendertig cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat de raad van de gemeente Reusel-De Mierden aan verzoekers het door hen voor de behandeling van de verzoeken betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) voor [verzoeker sub 1] en € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) voor [verzoeker sub 2] vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.M. van der Heijden, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Van der Heijden

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2011

516.