Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP2752

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-02-2011
Datum publicatie
02-02-2011
Zaaknummer
200909911/1/M3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 oktober 2009 heeft de raad het bestemmingplan "Verheulsweide 2008" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Wet ruimtelijke ordening 3.6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/216
Omgevingsvergunning in de praktijk 2011/3699
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200909911/1/M3.

Datum uitspraak: 2 februari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellante sub 1 A], gevestigd te Doetinchem en [appellante sub 1 B], wonend te [woonplaats] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 1]),

2. [appellante sub 2], gevestigd te Doetinchem,

3. [appellante sub 3], gevestigd te Doetinchem,

4. [appellante sub 4], gevestigd te Doetinchem, waarvan de vennoten zijn [vennoot A] en [vennoot A], beiden wonend te Doetinchem,

en

de raad van de gemeente Doetinchem,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 oktober 2009 heeft de raad het bestemmingplan "Verheulsweide 2008" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 december 2009, [appellante sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 december 2009, [appellante sub 3] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 december 2009, en [appellante sub 4] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 december 2009, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante sub 2], [appellante sub 3] en [appellante sub 4] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 november 2010, waar [appellante sub 2], [appellante sub 3] en [appellante sub 4], vertegenwoordigd door mr. F.G. van Dam en mr. M.M. van Asch, advocaten te Rotterdam, en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door E.H.J. Ketels, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid 't Rotterdammertje B.V., vertegenwoordigd door mr. G.A.C. Beckers, advocaat te Maastricht, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. [appellant sub 1] maakt bezwaar tegen de ten opzichte van het ontwerp-bestemmingsplan gewijzigd vastgestelde maximale goot-/bouwhoogte van 6/9 meter van zijn in het plangebied gelegen perceel aan de Roerstraat 15 te Doetinchem.

2.1.1. De raad betoogt dat het bij de actualisatie van het voorgaande bestemmingsplan de bedoeling was om bestaande rechten zoveel mogelijk te handhaven. In het voorgaande bestemmingsplan gold voor bedoeld perceel een goot-/bouwhoogte van 6/9 meter. In het ontwerp-bestemmingsplan was de goot-/bouwhoogte abusievelijk op 15/15 meter gesteld. Deze onjuistheid is in het bestreden besluit hersteld.

2.1.2. Mede gelet op het conserverend karakter van onderhavig bestemmingsplan heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het aan de goot-/bouwhoogte van bedoeld perceel gestelde maximum geen wijziging behoefde.

De beroepsgrond faalt.

2.2. [appellante sub 2], [appellante sub 3] en [appellante sub 4] maken bezwaar tegen de in planregel 4.7.1 aan het college toegekende bevoegdheid om de bestemming van het perceel Havenstraat 78 te wijzigen teneinde daar de vestiging van een coffeeshop mogelijk te maken.

2.2.1. Planregel 4.7.1 luidt: "Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, op de bestemming ‘Bedrijventerrein’ ter plaatse van de aanduiding ‘coffeeshop’ de vestiging van een coffeeshop mogelijk maken, onder voorwaarde dat:

a. de wijziging passend is binnen de bestaande ruimtelijke structuur en de reeds aanwezige functies niet onevenredig worden aangetast;

b. de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan moet gewaarborgd."

2.2.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 21 april 2004 in zaak nr. 200304861/1) kan de verkoop van softdrugs in planologisch opzicht niet worden gereguleerd, omdat deze activiteit ingevolge de Opiumwet verboden is.

De beroepsgrond slaagt.

2.2.3. In hetgeen [appellante sub 2], [appellante sub 3] en [appellante sub 4] hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan voor zover het planregel 4.7.1 betreft, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. De beroepen zijn gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening te worden vernietigd voor wat betreft planregel 4.7.1 en de aanduiding (cof) op de verbeelding ter plaatse van het perceel Havenstraat 78.

2.3. De raad dient ten aanzien van [appellante sub 2], [appellante sub 3] en [appellante sub 4] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van [appellante sub 1 A] en [appellante sub 1 B] ongegrond;

II. verklaart de beroepen van [appellante sub 2], [appellante sub 3] en [appellante sub 4] gegrond;

III. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Doetinchem van 1 oktober 2009 voor zover het betreft planregel 4.7.1 alsmede de aanduiding (cof) op de verbeelding ter plaatse van het perceel Havenstraat 78;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Doetinchem tot vergoeding van bij [appellante sub 2] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 261,15 (tweehonderdeenenzestig euro en vijftien cent), waarvan € 218,50 is toe te rekenen aan door een derde verleende rechtsbijstand;

veroordeelt de raad van de gemeente Doetinchem tot vergoeding van bij [appellante sub 3] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 261,15 (tweehonderdeenenzestig euro en vijftien cent), waarvan € 218,50 is toe te rekenen aan door een derde verleende rechtsbijstand;

veroordeelt de raad van de gemeente Doetinchem tot vergoedeing van bij [appellante sub 4] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 261,15 (tweehonderdeenenzestig euro en vijftien cent), waarvan € 218,50 is toe te rekenen aan door een derde verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Doetinchem aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) voor [appellante sub 2], € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) voor [appellante sub 3] en € 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) voor [appellante sub 4] vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, voorzitter, en mr. G.N. Roes en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. van Baaren, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Van Baaren

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2011