Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP2116

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
26-01-2011
Zaaknummer
201006559/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 juli 2009 heeft het college aan de gemeente Vianen vergunning verleend voor de kap van 31 kastanjes aan de Weesdijk te Vianen (hierna: de kapvergunning).

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2011/78
AB 2011/126 met annotatie van L.J.A. Damen
JB 2011/60
JOM 2011/214
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201006559/1/H2.

Datum uitspraak: 26 januari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Stichting Ons Groene Milieu, gevestigd te Vianen,

appellante,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 15 juni 2010 in zaak nrs. 10/82 en 10/1818 in het geding tussen:

de stichting

en

het college van burgemeester en wethouders van Vianen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2009 heeft het college aan de gemeente Vianen vergunning verleend voor de kap van 31 kastanjes aan de Weesdijk te Vianen (hierna: de kapvergunning).

Bij besluit van 24 november 2009 heeft het college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 15 juni 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter het door de stichting daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de stichting bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 juli 2010, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 november 2010, waar de stichting, vertegenwoordigd door mr. T.C. Leemans, advocaat te Amsterdam, vergezeld door J.G.S. Neve, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.T.S. Fer-Pawirodihardjo en J. Venema, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De stichting betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college haar bezwaarschrift ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard op de grond dat zij blijkens haar statuten en haar feitelijke werkzaamheden niet als belanghebbende bij de kapvergunning kan worden aangemerkt.

2.2. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

2.3. Blijkens artikel 2, eerste lid, van haar statuten stelt de stichting zich ten doel het behouden en verbeteren van de natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de flora en de fauna, de kwaliteit van het milieu waaronder de lucht, de bodem en het water en de gezondheid van mensen en een goede ruimtelijke ordening, het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

Blijkens het tweede lid tracht de stichting haar doel onder meer te verwezenlijken door:

a. onderhouden van contacten met- en het stimuleren en realiseren van communicatie tussen overheidsinstanties, publieke organisaties, regionale overlegorganen, particulieren etcetera;

b. het organiseren van diverse activiteiten op het gebied van natuur en milieu en het bundelen en op elkaar afstemmen van dergelijke activiteiten georganiseerd door anderen;

c. het uitgeven van publicaties;

d. het verzorgen van educatieve activiteiten;

e. in rechte op te treden.

Blijkens het derde lid is het werkgebied van de stichting de gemeente Vianen en aangrenzende gemeenten.

2.4. Naast het doel van de stichting is, om te kunnen bepalen of het belang van de stichting rechtstreeks is betrokken bij de kapvergunning, van belang of de stichting feitelijke werkzaamheden verricht met het oog op de behartiging van haar doelstelling. Bij die beoordeling dient te worden uitgegaan van de feitelijke werkzaamheden die de stichting heeft verricht tot het einde van de termijn waarin tegen het besluit van 9 juli 2009 bezwaar kon worden gemaakt. Gelet hierop heeft de voorzieningenrechter het overzicht van activiteiten van de stichting over het jaar 2009 ten onrechte buiten beschouwing gelaten.

Gebleken is dat de stichting naast het voeren van juridische procedures ook feitelijke werkzaamheden tot genoemd tijdstip heeft verricht die bestonden uit onder meer het opzetten en beheren van de website "vianengroener.nl" voor informatieverstrekking in brede zin, het voeren van overleg met bestuursorganen en organisaties over de kap van 700 populieren langs het Merwerdekanaal en de groene inrichting van dat gebied, het starten van een onderzoek naar de verlening van kapvergunning voor 300 bomen in Vianen en het voeren van overleg met de gemeente Vianen over het rooien van struiken en lage bomen in de wijk De Monnikenhof. Gelet op het doel van de stichting zoals beschreven in de statuten, bezien in samenhang met de hiervoor beschreven feitelijke werkzaamheden die zij verrichtte en die betrekking hebben op het in de statuten beschreven beperkte werkgebied, is de Afdeling van oordeel dat het belang van de stichting rechtstreeks bij de kapvergunning is betrokken. De voorzieningenrechter heeft derhalve ten onrechte geoordeeld dat het college het bezwaar van de stichting terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard op de grond dat zij niet als belanghebbende bij de kapvergunning kan worden aangemerkt.

2.5. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling het bij de rechtbank ingestelde beroep alsnog gegrond verklaren en het besluit van 24 november 2009 vernietigen. Het college zal opnieuw op het bezwaar van de stichting tegen het besluit van 9 juli 2009 dienen te beslissen.

2.6. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 15 juni 2010 in zaak nrs. 10/82 en 10/1818;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Vianen van 24 november 2009, kenmerk V 18861 en V 23382;

V. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Vianen tot vergoeding van bij de stichting Stichting Ons Groene Milieu in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.770,95 (zegge: duizendzevenhonderdzeventig euro en vijfennegentig cent), waarvan een gedeelte groot € 1.748,00 (zegge: duizendzevenhonderdachtenveertig euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het totale bedrag dient door het college van burgemeester en wethouders van Vianen te worden betaald aan de secretaris van de Raad van State (bankrekening Raad van State 569994977 onder vermelding van het zaaknummer);

VI. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Vianen aan de stichting Stichting Ons Groene Milieu het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 745,00 (zegge: zevenhonderdvijfenveertig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. C.W. Mouton en mr. B.P. Vermeulen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Van Meurs-Heuvel

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2011

47-609.