Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP1308

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-01-2011
Datum publicatie
19-01-2011
Zaaknummer
201007169/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 april 2009 heeft het college aan Wonen Limburg vrijstelling en vergunning verleend voor de bouw van een zorgcomplex op het adres Guldendreef 1 te Herkenbosch.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201007169/1/H1.

Datum uitspraak: 19 januari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 24 juni 2010 in zaak

nr. 09/1920 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 april 2009 heeft het college aan Wonen Limburg vrijstelling en vergunning verleend voor de bouw van een zorgcomplex op het adres Guldendreef 1 te Herkenbosch.

Bij besluit van 11 november 2009 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 juni 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij faxbericht, bij de Raad van State ingekomen op 23 juli 2010, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft bij brief, ingekomen op 20 augustus 2010, een verweerschrift ingediend.

Bij het hoger beroepschrift heeft [appellant] verzocht om een afdoening van het hoger beroep zonder zitting, met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). In het verweerschrift, respectievelijk door het achterwege laten van een reactie op het daarop betrekking hebbende, op 13 december 2010 aan Wonen Limburg gedane verzoek, hebben het college en Wonen Limburg toestemming verleend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan in geval van intrekking van het hoger beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet worden veroordeeld.

2.2. [appellant] heeft de rechtbank verzocht een uitspraak over zijn proceskosten te doen, omdat het college ter zitting heeft aangegeven dat het aan zijn wensen met betrekking de te hanteren parkeernorm tegemoet komt. Daarop heeft [appellant] naar zijn zeggen het beroep ingetrokken. De rechtbank heeft vervolgens zijns inziens ten onrechte geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

2.3. De Afdeling stelt vast, dat de rechtbank blijkens de uitspraak niet is uitgegaan van de gehele intrekking van het hoger beroep. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] ter zitting zijn met betrekking tot de parkeernorm aangevoerde beroepsgrond heeft ingetrokken en de andere beroepsgronden niet slagen. Uit de uitspraak blijkt echter dat de rechtbank de vraag of is voorzien in voldoende parkeerruimte niettemin inhoudelijk heeft beoordeeld. Het college heeft een parkeernorm van 0,45 parkeerplaats per woning voor het wooncomplex en 1,7 parkeerplaats per vrijstaande woning gehanteerd. De rechtbank heeft daarop geoordeeld dat het college deugdelijk heeft gemotiveerd dat in voldoende parkeerruimte is voorzien en het beroep ongegrond verklaard. Er is dan ook reeds daarom geen sprake van een tegemoetkoming door het college als bedoeld in voormeld artikel 8:75a. Dat het college ter zitting heeft aangegeven eraan mee te werken, dat er alsnog drie extra parkeerplaatsen worden aangelegd, waarmee een parkeernorm van 1,6 wordt bereikt, doet daaraan niet af.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Schortinghuis

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2011

66.