Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP0520

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-01-2011
Datum publicatie
12-01-2011
Zaaknummer
201004448/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 september 2006 heeft de raad onder meer de aan [appellant] in eigendom toebehorende percelen, kadastraal bekend als gemeente Hummelo, sectie D, nummers 1422 en 1986, aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: de Wvg), zoals deze wet luidde ten tijde hier van belang, van toepassing zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201004448/1/H3.

Datum uitspraak: 12 januari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 31 maart 2010 in zaak nr. 08/2171 in het geding tussen:

[appellant]

en

de raad van de gemeente Bronckhorst.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 september 2006 heeft de raad onder meer de aan [appellant] in eigendom toebehorende percelen, kadastraal bekend als gemeente Hummelo, sectie D, nummers 1422 en 1986, aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: de Wvg), zoals deze wet luidde ten tijde hier van belang, van toepassing zijn.

Bij besluit van 2 mei 2007 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 mei 2008, verzonden op 26 mei 2008, heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 2 mei 2007 vernietigd en de raad opgedragen om met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit op het bezwaar van [appellant] te nemen.

Bij besluit van 23 oktober 2008 heeft de raad het bezwaar van [appellant] opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 31 maart 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 april 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 3 juni 2010.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 november 2010, waar [appellant], bijgestaan door mr. E.T. de Jong, advocaat te Arnhem, en de raad, vertegenwoordigd door D.T.R. Davies, bijgestaan door mr. M.J. Tunnissen, advocaat te Arnhem, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 23 oktober 2008 niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] geen rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van dat beroep. Aan dat oordeel heeft de rechtbank ten grondslag gelegd dat de raad het besluit van 28 september 2006 bij besluit van 16 september 2008 heeft ingetrokken en [appellant] niet tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten gevolge van eerstgenoemd besluit daadwerkelijk schade heeft geleden.

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk schade heeft geleden. Hij voert aan dat hij bij brieven van 13 oktober 2008 en 28 januari 2010 kenbaar heeft gemaakt dat hij voorafgaand aan de vestiging van het voorkeursrecht een marktconform bod van € 1.500.000,00 voor zijn percelen heeft ontvangen. Tevens heeft hij het rapport van de op 25 januari 2010 gehouden taxatie, waaruit blijkt dat zijn percelen op die datum € 920.000,00 waard waren, tijdig aan de rechtbank overgelegd. Nu de rechtbank deze stukken tot haar beschikking had en de inhoud daarvan door de raad niet is bestreden, heeft hij hiermee tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt dat hij schade heeft geleden tengevolge van het besluit van 28 september 2006, aldus [appellant].

2.2.1. Ten tijde van het beroep bij de rechtbank rustte op de percelen van [appellant] niet langer een voorkeursrecht, zodat [appellant] in zoverre geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen de vestiging daarvan. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 5 juni 2002 in zaak nr. 200106139/1), kan belang bij een inhoudelijke beoordeling van dat beroep nochtans bestaan indien wordt gesteld dat schade is geleden ten gevolge van de bestuurlijke besluitvorming. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, is daartoe vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat dergelijke schade is geleden. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat [appellant] dat niet heeft gedaan. In de brieven van 13 oktober 2008 en 28 januari 2010 stelt hij weliswaar dat hij een aankoopbod heeft ontvangen van € 1.500.000,00 voor zijn percelen, maar hij heeft die stelling niet op enig nader bewijs doen steunen. In beroep noch in hoger beroep heeft hij voormelde bieding overgelegd, terwijl hij wist dan wel behoorde te weten dat zijn belang bij het beroep aan de orde zou kunnen komen nu de raad zich in het verweerschrift in beroep op het standpunt had gesteld dat [appellant] zijn stelling dat hij schade heeft geleden, niet heeft onderbouwd. Uit het taxatierapport alleen kan niet worden afgeleid dat [appellant] schade heeft geleden doordat tijdelijk een voorkeursrecht heeft gerust op twee van zijn percelen.

Gelet hierop heeft de rechtbank het beroep van [appellant] terecht en op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard. Het betoog faalt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. W. Konijnenbelt en mr. A. Hammerstein, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena w.g. Neuwahl

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2011

280-611.