Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BO9784

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-01-2011
Datum publicatie
05-01-2011
Zaaknummer
201004993/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 juni 2008 heeft het college aan Dura Vermeer Vastgoed B.V. (hierna: Dura Vermeer) vrijstelling en reguliere bouwvergunning verleend voor het oprichten van een bedrijfsgebouwencomplex met parkeergarage, een paviljoen en een overdekte expeditiestraat aan de Vierhavensstraat (ongenummerd) te Rotterdam.

Bij besluit van 5 maart 2009 heeft het college het door D-Winkels daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, het door [bedrijf] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 6 juni 2008, onder aanvulling van de motivering daarvan, in stand gelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Wabo en omgevingsvergunning 2012/421
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201004993/1/H1.

Datum uitspraak: 5 januari 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid D-Winkels B.V. (hierna: D-Winkels), gevestigd te Haarlemmermeer, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Detailconsult Supermarkten B.V. (hierna: Detailconsult), gevestigd te Amsterdam, naar zij stelt als rechtsopvolgster van [bedrijf],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 april 2010 in zaak

nrs. 09/1198 en 09/1220 in het geding tussen:

1. Aldi Roosendaal B.V., gevestigd te Roosendaal, en

2. D-Winkels en [bedrijf]

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 juni 2008 heeft het college aan Dura Vermeer Vastgoed B.V. (hierna: Dura Vermeer) vrijstelling en reguliere bouwvergunning verleend voor het oprichten van een bedrijfsgebouwencomplex met parkeergarage, een paviljoen en een overdekte expeditiestraat aan de Vierhavensstraat (ongenummerd) te Rotterdam.

Bij besluit van 5 maart 2009 heeft het college het door D-Winkels daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, het door [bedrijf] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 6 juni 2008, onder aanvulling van de motivering daarvan, in stand gelaten.

Bij uitspraak van 9 april 2010, verzonden op 13 april 2010, heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door D-Winkels daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard, het door [bedrijf] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 5 maart 2009 vernietigd voor zover daarbij het bezwaar van [bedrijf] ongegrond is verklaard, dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit van 5 maart 2009. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben D-Winkels en Detailconsult bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 mei 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 18 juni 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 december 2010, waar D-Winkels en Detailconsult, vertegenwoordigd door mrs. S.J.P. Dijkstra en H.J. Breeman, beiden advocaat te Rotterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. K.I. Siem, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting Dura Vermeer, vertegenwoordigd door J.J.A. van Niekerk en J.Th. van Noort, bijgestaan door mr. D.A. Cleton, als belanghebbende gehoord.

2. Overwegingen

2.1. D-Winkels en Detailconsult betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij niet als belanghebbenden, als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), bij het besluit van 6 juni 2008 kunnen worden aangemerkt. Zij voeren in dit verband aan dat dit besluit het oprichten van een gebouw met winkelfunctie, inclusief de vestiging van een supermarkt, mogelijk maakt, zodat Detailconsult, als exploitant van in de directe nabijheid gevestigde Bas van der Heijden supermarkten, rechtstreeks in haar concurrentiebelang wordt geraakt.

D-Winkels stelt in dezelfde markt te opereren als Dura Vermeer, nu zij beide ontwikkelaar zijn van winkelpanden in de deelgemeente Delfshaven, zodat sprake is van directe concurrentie.

2.1.1. Daargelaten de vraag of D-Winkels en Detailconsult als belanghebbenden zoals bedoeld in artikel 1:2 van de Awb, bij het besluit van 6 juni 2008 kunnen worden aangemerkt, hebben zij geen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van de verleende vrijstelling. Gedeputeerde staten van Zuid-Holland hebben bij besluit van 24 maart 2009 besloten tot goedkeuring van het door de raad van de gemeente Rotterdam bij besluit van 17 juli 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Vierhavensstraat en omgeving" (hierna: het bestemmingsplan). Bij uitspraak van 14 juli 2010 in zaak nr. 200903773/1/R1 heeft de Afdeling het daartegen door onder meer D-Winkels en Detailconsult ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het bestemmingsplan, waarvan het ontwerp door het college mede als ruimtelijke onderbouwing aan het vrijstellingsbesluit ten grondslag is gelegd en waarmee het bouwplan in overeenstemming is, is daarmee onherroepelijk geworden. Anders dan D-Winkels en Detailconsult ter zitting hebben betoogd, bestaat geen grond voor het oordeel dat de vrijstelling voorziet in een supermarkt met een groter bedrijfsvloeroppervlak (hierna: bvo) dan het bestemmingsplan mogelijk maakt. Niet in geschil is dat het bestemmingsplan een supermarkt met een bvo van maximaal 3000 m² mogelijk maakt. De vrijstelling en bouwvergunning voorzien, mede gelet op de aan de vrijstelling ten grondslag liggende ruimtelijke onderbouwing en de van de bouwvergunning deeluitmakende bouwtekeningen, niet in een supermarkt met een groter bvo dan 3000 m². Nu niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een belang bij een inhoudelijke beoordeling van de vrijstelling en/of bouwvergunning kan worden aangenomen, moet worden geoordeeld dat het procesbelang bij een beoordeling daarvan is vervallen. Het bouwplan is in overeenstemming met het bestemmingsplan en kan derhalve thans zonder vrijstelling worden gerealiseerd.

2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, voorzitter, en mr. W. Konijnenbelt en mr. H. Troostwijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Graaff-Haasnoot

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2011

531.