Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO4866

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-11-2010
Datum publicatie
24-11-2010
Zaaknummer
200909695/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "'Hofland-Oost'" (hierna: bestemmingsplan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200909695/1/R2.

Datum uitspraak: 24 november 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Montfoort,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "'Hofland-Oost'" (hierna: bestemmingsplan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 december 2009, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

AM Wonen B.V. heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 oktober 2010, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door M.J.A. van Wanrooij en M.A.G. Dingemans, werkzaam bij de gemeente Utrecht, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bestemmingsplan strekt ter actualisering van het bestemmingsplan daterende uit 1996 en bevat onder meer de mogelijkheid tot realisering van 115 woningen in Hofland-Oost.

2.2. De raad betwist de ontvankelijkheid van [appellant]. Daartoe stelt hij dat het beroepschrift is ingediend namens het comité en dat [appellant] vervolgens buiten de beroepstermijn heeft aangegeven op persoonlijke titel het beroep te voeren.

2.2.1 De Afdeling overweegt ten aanzien van de ontvankelijkheid van [appellant] als volgt. Het beroepschrift is ingediend binnen de beroepstermijn, namens het comité en ondertekend door [appellant]. Het comité is geen rechtspersoon, hetgeen niet in geding is, en kan ook niet op andere wijze worden beschouwd als een entiteit die gerechtigd is tot het instellen van beroep. Aangezien het beroepschrift is ondertekend door [appellant], kan het beroepschrift worden beschouwd als door hem zijnde ingediend.

2.3 Ter zitting heeft [appellant] zijn beroep, voor wat de beroepsgrond over het beeldkwaliteitsplan betreft, ingetrokken.

2.4 [appellant] betoogt dat het bestemmingsplan ten onrechte niet voorziet in doortrekking van de Wederiksingel. Hiertoe voert [appellant] allereerst aan dat de procedure tussen de ter inzage legging van het voorontwerpbestemmingsplan, waarin een doortrekking van de Wederiksingel wel was opgenomen, en het ontwerpbestemmingsplan, waarin deze doortrekking niet meer was opgenomen, onzorgvuldig is verlopen, onder meer wat betreft de inspraak.

2.4.1 De Afdeling overweegt dat ingevolge de Wro de procedure inzake de vaststelling van een bestemmingsplan aanvangt met de ter inzage legging van een ontwerpplan. De procedure waar [appellant] op doelt maakt geen onderdeel uit van de in de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening geregelde bestemmingsplanprocedure. Onregelmatigheden in die procedure kunnen daarom geen gevolgen hebben voor de rechtmatigheid van de bestemmingsplanprocedure en het bestemmingsplan.

2.5 [appellant] betoogt voorts dat een adequate infrastructuur ontbreekt in het bestemmingsplan. Hij stelt hiertoe dat de reeds bestaande onveilige verkeerssituatie door het bestemmingsplan verergerd zal worden. In de straten Wollegras en Bovenkerk is er een onveilige verkeersituatie gezien de combinatie van landbouw- en vrachtverkeer, regulier autoverkeer, fietsers en voetgangers. Doordat het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 115 woningen, zal de drukte op de omliggende wegen en de overlast als gevolg van dit verkeer toenemen.

[appellant] voert tevens aan dat in en rondom de straat Wollegras sprake is van geluidsoverlast van zwaar landbouw- en vrachtverkeer. Dit verkeer zorgt eveneens voor overlast doordat het wegdek, de stoep en de berm kapot gereden worden.

2.5.1 De raad heeft het adviesbureau VIA (hierna: VIA) opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de noodzaak van de ontsluiting van de nieuwbouwwijk Hofland Oost, fase 5 en 6. Volgens dit onderzoek zal de toename van de verkeersbewegingen als gevolg van de geplande nieuwbouw ruim binnen de landelijke normen van erftoegangswegen blijven. De raad stelt zich derhalve op het standpunt dat er sprake is van een adequate infrastructuur, waardoor het niet noodzakelijk is om de Wederiksingel door te trekken naar het Blokland.

Daarnaast brengt de raad naar voren dat hiermee wordt voorkomen dat er een sluiproute ontstaat van de N228 naar de N204.

Ter zitting wijst de raad erop dat nader onderzoek wordt uitgevoerd naar een uitbreiding van de infrastructuur, waarbij een voetgangerspad, een fietspad, of een eventuele doortrekking van de Wederiksingel overwogen wordt.

2.5.2 De Afdeling overweegt dat de raad zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan geen onaanvaardbare problemen zal opleveren voor de infrastructuur. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat, volgens het door VIA uitgevoerde onderzoek, de te verwachten verkeerssituatie op de straten Bovenkerk, Blokland en Wederiksingel past binnen de landelijke normen voor een erftoegangsweg. De landelijke normen behelzen namelijk maximaal 5000-6000 motorvoertuigen per etmaal. Voor de straten Bovenkerk en Blokland valt een etmaalintensiteit van maximaal 3.100, respectievelijk 1.600 motorvoertuigen te verwachten. Op basis hiervan mag verwacht worden dat de etmaalintensiteit voor de straat Wollegras niet substantieel zal afwijken. Aangezien [appellant] zijn betoog niet heeft onderbouwd met tegenresultaten van een deskundige, mag afgegaan worden op de onderzoeksresultaten van VIA.

De raad is ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan ervan uitgegaan dat de bestaande wegen toereikend zijn om de wijk in het plandeel te ontsluiten, alsook dat een doortrekking van de Wederiksingel kan leiden tot een sluiproute van de N228 naar de N204. Dat in een voorontwerp van het plan nagedacht is over doortrekking van de Wederiksingel en momenteel hierover nader onderzoek plaatsvindt door de raad, doet niet af aan het oordeel dat met het bestemmingsplan de ontsluiting van het plandeel voldoende gegarandeerd is. Het vorenstaande leidt de Afdeling tot het oordeel dat de raad bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid heeft kunnen afzien van deze doortrekking.

2.5.3. Bovendien overweegt de Afdeling dat niet gesteld noch gebleken is dat de realisering van 115 woningen en een toename van het verkeer zal leiden tot een ontoelaatbare geluidshinder. Daarbij is niet gebleken van een toename van landbouw- of vrachtverkeer in het plangebied.

Ter zitting is door de raad aannemelijk gemaakt dat door de gekozen structuur de ontsluiting voornamelijk aan de noordzijde van het plangebied zal plaatsvinden. Er is derhalve geen sprake van geen goed woon- en leefklimaat in en rondom het plangebied.

2.6 In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.7 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond;

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.P. de Rooy, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. De Rooy

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 november 2010

59-677.