Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO4827

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-11-2010
Datum publicatie
24-11-2010
Zaaknummer
201003220/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 november 2008 heeft de korpschef van de politieregio Zaanstreek-Waterland [appellant] toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden voor een beveiligingsorganisatie onthouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201003220/1/H3.

Datum uitspraak: 24 november 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 18 februari 2010 in zaak nr. 09-4596 in het geding tussen:

[appellant]

en

de korpsbeheerder van de politieregio Zaanstreek-Waterland.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 november 2008 heeft de korpschef van de politieregio Zaanstreek-Waterland [appellant] toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden voor een beveiligingsorganisatie onthouden.

Bij besluit van 15 juni 2009 heeft de korpsbeheerder het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 februari 2010, verzonden op 19 februari 2010, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 april 2010, hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 oktober 2010, waar [appellant], bijgestaan door mr. G.L.D. Thomas, advocaat te Amsterdam, en de korpschef, vertegenwoordigd door mr. L. Seinen, werkzaam bij de Politie Zaanstreek-Waterland, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: de Wpbr), voor zover thans van belang, stelt een beveiligingsorganisatie of recherchebureau geen personen te werk die belast zullen worden met werkzaamheden, anders dan de leiding van de organisatie of het bureau, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef van het politiekorps in de regio waar de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd.

Ingevolge het vijfde lid, eerste volzin, wordt de toestemming, bedoeld in het eerste en tweede lid, onthouden indien de desbetreffende persoon niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die nodig zijn voor het te verrichten werk.

 

Ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Politiewet 1993 wordt in deze wet onder regio verstaan: politieregio.

Ingevolge artikel 21, eerste lid, voor zover thans van belang, is het Nederlandse grondgebied verdeeld in 25 politieregio's overeenkomstig de bij deze wet behorende bijlage.

In de bijlage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, is, voor zover thans van belang, onder de regio Kennemerland de gemeente Velsen vermeld.

2.2. Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt.

[appellant] heeft de toestemming gevraagd voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden voor [bedrijf]. Niet in geschil is dat [bedrijf] sinds 14 november 2008 is gevestigd te [plaats]. De gemeente Velsen maakt ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Politiewet 1993 gelezen in verbinding met de bijlage bij die wet onderdeel uit van de politieregio Kennemerland. Nu ingevolge artikel 7, tweede lid, van de Wpbr de korpschef van het politiekorps in de regio waar de beveiligingsorganisatie is gevestigd, bevoegd is om een besluit te nemen omtrent de toestemming voor het verrichten van werkzaamheden voor die beveiligingsorganisatie, was de korpschef van de politieregio Kennemerland bevoegd om een besluit te nemen op de aanvraag van [appellant]. Hieruit volgt dat de korpschef van de politieregio Zaanstreek-Waterland niet bevoegd was tot het nemen van het besluit van 19 november 2008. Ook het besluit op bezwaar had moeten worden genomen door de korpschef van de politieregio Kennemerland. De rechtbank heeft dit ten onrechte niet onderkend.

2.3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van de korpsbeheerder van 15 juni 2009 alsnog gegrond verklaren. Dat besluit komt wegens strijd met artikel 7, tweede lid, van de Wpbr voor vernietiging in aanmerking. De Afdeling zal op na te melden wijze in de zaak voorzien. Het besluit van 19 november 2008 zal worden herroepen. De Afdeling zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

2.4. De korpsbeheerder dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 18 februari 2010 in zaak nr. 09-4596;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de korpsbeheerder van de politieregio Zaanstreek-Waterland van 15 juni 2009, kenmerk KKL/LS/09UIT02037;

V. herroept het besluit van de korpschef van de politieregio Zaanstreek-Waterland van 19 november 2008, kenmerk 363660;

VI. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

VII. veroordeelt de korpsbeheerder van de politieregio Zaanstreek-Waterland tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het bezwaar opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VIII. veroordeelt de korpsbeheerder van de politieregio Zaanstreek-Waterland tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient aan de secretaris van de Raad van State (bankrekening Raad van State 56.99.94.977) onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IX. veroordeelt de korpsbeheerder van de politieregio Zaanstreek-Waterland tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

X. gelast dat de korpsbeheerder van de politieregio Zaanstreek-Waterland aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 374,00 (zegge: driehonderdvierenzeventig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. De Leeuw-van Zanten

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 november 2010

97-640.