Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO4222

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
200909481/1/T1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Wieringerwerf 2009" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200909481/1/T1/R1.

Datum uitspraak: 17 november 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Wieringermeer,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Wieringerwerf 2009" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2009, beroep ingesteld. [appellant] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 15 januari 2010.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 oktober 2010, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. L. Bultman, medewerker bij DAS Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door mr. N. van Hoorn en ing. J. Tesselaar, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

De Afdeling heeft de behandeling van het beroep van [belanghebbende] afgesplitst en voortgezet onder zaak 200909481/3/R1.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

2.2. Het bestemmingsplan ziet op een actualisering van alle bestemmingsplannen van de kern Wieringerwerf.

2.3. [appellant] betoogt dat de raad ten onrechte het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld door op de verbeelding ter plaatse van zijn appartement aan [locatie 1] de aanduiding "bedrijfswoning" toe te voegen. Hij voert aan dat dit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Hij heeft het appartement als burgerwoning gekocht en als zodanig in gebruik. Voorts is niet gebleken dat een bedrijfswoning noodzakelijk is. [appellant] vreest voor waardevermindering van het appartement.

2.4. De raad stelt dat in het ontwerpbestemmingsplan het perceel [locatie 1] de bestemming "Centrum" met als nadere aanduiding "horeca" had gekregen. Hiertegen is door de eigenaren van het perceel [locatie 2], waar het [café] is gevestigd, een zienswijze ingediend, waarbij deze aangegeven hebben nadelige gevolgen te ondervinden indien de woning op [locatie 1] wordt aangemerkt als woning in plaats van als bedrijfswoning. Naar aanleiding van deze zienswijze heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld door de aanduiding "bedrijfswoning" toe te voegen op perceel [locatie 1]. Het ontbreken van de aanduiding "bedrijfswoning" kan een belemmering betekenen voor de bedrijfsvoering op het perceel [locatie 2]. De raad was er niet mee bekend dat de woning als burgerwoning is gekocht en ook als zodanig in gebruik is. In verband hiermee heeft de raad niet handhavend opgetreden. Dit gebruik is in strijd met het voorgaande bestemmingsplan "Wieringerwerf De Werf", waar de [locatie 1] de bestemming "Bebouwing met winkelhuizen" had. De raad acht het getuigen van goede ruimtelijke ordening als de relatie tussen de woning en het ondergelegen pand gehandhaafd blijft en heeft daarom de woning aangemerkt als bedrijfswoning.

2.5. Het perceel [locatie 1] heeft in het bestemmingsplan de bestemming "Centrum" en is nader aangeduid als "bedrijfswoning" (bw). Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de planregels zijn de op de verbeelding voor "Centrum" aangewezen gronden overeenkomstige de nadere aanduidingen, voor zover hier van belang, bestemd voor:

a. woningen;

b. winkels;

[…]

d. kantoren;

e. dienstverlening;

f. bedrijven in categorie 1 en 2, niet zijnde risicovolle bedrijven, uit de bij deze regels behorende bijlage A "Staat van Bedrijfsactiviteiten";

g. horeca waar dat nader op de verbeelding is aangeduid (h≤I, II, III of IV) uitsluitend met de toegestane categorie uit de bij dit plan behorende "Staat van horecatypen";

h. ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding "bedrijfswoning" (bw) is uitsluitend een bedrijfswoning toegestaan behorende bij het op dat perceel gevestigde bedrijf;

[…]

2.6. Het plan staat het gebruik als woning niet toe. Niet in geschil is dat het gebruik als woning in strijd was met het hiervoor geldende bestemmingsplan "Wieringerwerf De Werf". Ook anderszins is niet gebleken van gerechtvaardigde rechten of verwachtingen. Dit neemt niet weg dat de raad bij de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende heeft bezien of het toelaten van een woning aan [locatie 1] daadwerkelijk tot een belemmering van de bedrijfsvoering van de horecagelegenheid aan [locatie 2] kan leiden. Voorts heeft de raad geen blijk gegeven van een afweging van het belang van [appellant] bij het voortgezette gebruik van het pand als woning en het belang van de eigenaren van de horecagelegenheid bij een ongewijzigde bedrijfsvoering. Ten slotte wijst de Afdeling erop dat in artikel 1, onder i, van de planregels onder bedrijfswoning wordt verstaan: 'een woning in of bij een gebouw, of op een terrein, kennelijk slechts bestemd voor één of meer personen, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is'.

2.7. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. Het besluit is in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.8. De Afdeling ziet in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 46, zesde lid, van de WRvS op te dragen de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen.

De raad dient daartoe met inachtneming van overweging 2.6 alsnog een afweging te maken van alle betrokken belangen en de gevolgen voor de horecagelegenheid te bezien. Aan de hand van die afwegingen dient de raad het besluit van 24 september 2009 alsnog toereikend te motiveren, dan wel dat besluit, zonder dat daarbij toepassing behoeft te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb, te wijzigen door vaststelling van een andere planregeling. In het laatste geval dient het nieuwe besluit vervolgens op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt te worden.

2.9. In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

draagt de raad van de gemeente Wieringermeer op om binnen drie maanden na de verzending van deze tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in 2.6. is overwogen:

1. het besluit van 24 september 2009, projectnummer 300095-0001, te herstellen, voor zover het betrekking heeft op het perceel [locatie 1], door een afweging te maken van de betrokken belangen en de gevolgen voor de horecagelegenheid te bezien en aan de hand van die afwegingen het besluit van 24 september 2009 te heroverwegen door dit alsnog toereikend te motiveren dan wel dat besluit te wijzigen door vaststelling van een andere planregeling;

2. de uitkomst aan de Afdeling mede te delen.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2010

270-673.