Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO4215

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
201001240/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 november 2009, kenmerk 2009-0164, heeft de raad het bestemmingsplan "Deventerweg-Voorsteralleekwartier" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201001240/1/R2.

Datum uitspraak: 17 november 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Zutphen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2009, kenmerk 2009-0164, heeft de raad het bestemmingsplan "Deventerweg-Voorsteralleekwartier" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 februari 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 24 februari 2010.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 oktober 2010, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door R.J.W.T. Schuurman, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan heeft tot doel de bestaande toestand van een deel van de kern van Zutphen vast te leggen. Daarnaast wordt met het plan beoogd om meer rechtszekerheid te bieden door in een groter gebied dezelfde regeling op te nemen.

2.2. Het beroep van [appellant] heeft betrekking op het plandeel met de bestemming "Verkeer" en "Beschermd stadsgezicht" dat ziet op de Coehoornsingel. Hij stelt dat het monumentale karakter van de singel onvoldoende wordt beschermd doordat het plan geen dwarsprofielen voor dit plandeel bevat. Hierdoor wordt het monumentale ensemble van weg, stoepen en bomen onvoldoende beschermd.

Tevens voert [appellant] aan dat het aanlegvergunningstelsel, anders dan de raad stelt, niet van toepassing is op de Coehoornsingel en derhalve geen bescherming biedt aan het monumentale karakter van de singel.

2.3. De raad stelt dat het plan tot stand is gekomen met inachtneming van de Standaard Voorwaarden Bestemmingsplannen 2006. In deze nieuwe bestemmingsplansystematiek is het instrument 'dwarsprofiel' niet meer opgenomen. Daarnaast hecht de raad aan uniformiteit voor het hele plangebied en is aan wegen de globale bestemming "Verkeer" toegekend om meer flexibiliteit in het plan te creëren.

In zijn verweerschrift stelt de raad dat de vrees dat vrijelijk wijzigingen kunnen worden aangebracht in de inrichting van de Coehoornsingel niet gegrond is, aangezien er een aanlegvergunningstelsel van toepassing is op de gronden waaraan de bestemming "Verkeer" is toegekend. Bovendien zal het gemeentebestuur voorgenomen wijzigingen met omwonenden bespreken.

2.4. In het plan is aan de Coehoornsingel de bestemming "Verkeer" en de dubbelbestemming "Beschermd stadsgezicht" toegekend.

Ingevolge artikel 19.1, onder a en e, van de planregels zijn gronden die zijn aangewezen als "Verkeer" bestemd voor wegen en straten, wandel- en fietspaden met een functie gericht op zowel verblijf als op de afwikkeling van het doorgaande verkeer en voor parkeer-, groen- en speelvoorzieningen.

Ingevolge artikel 24 van de planregels zijn de gronden die zijn aangewezen als "Beschermd stadsgezicht" bestemd voor de bescherming van de aan de gronden eigen zijnde waarde wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarden. Ingevolge artikel 24.2.1 van de planregels mag bebouwing alleen worden aangebracht indien de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel de wetenschappelijke of cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet in onevenredige mate worden aangetast. Op grond van artikel 24.2.2 is het ingevolge artikel 37 van de Monumentenwet 1988 verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en wethouders bouwwerken geheel of gedeeltelijk af te breken.

Ingevolge artikel 19.3.1 van de planregels is het verboden om zonder aanlegvergunning van het college van burgemeester en wethouders op de gronden bedoeld in artikel 19.1, onder k dan wel onder j, van de planregels de in het artikel omschreven andere werken uit te voeren. Gronden bedoeld in artikel 19.1, onder j, van de planregels zijn mede bestemd voor een loopbrug ter plaatse van de aanduiding loopbrug. Gronden bedoeld onder k zijn mede bestemd voor de bescherming van cultuurhistorische waarden ter plaatse van de aanduiding beschermd complex Huis de Voorst.

2.5. Met de toekenning van de bestemming "Beschermd stadsgezicht" als bedoeld in artikel 24 van de planregels, wordt de bebouwing aan de Coehoornsingel beschermd. Deze bestemming ziet echter niet op de bescherming van het aanwezige groen en de inrichting van de weg. Tevens wordt de wegstructuur niet beschermd door een aanlegvergunningstelsel als bedoeld in artikel 19.1, onder j en k, van de planregels, nu de daarin bedoelde aanduidingen niet zijn toegekend aan de Coehoornsingel. Ook anderszins is er geen aanlegvergunningstelsel op de singel van toepassing. De monumentale waarden van de Coehoornsingel worden derhalve niet beschermd door middel van een aanlegvergunningstelsel, zoals de raad ter zitting heeft erkend.

Tevens is het, anders dan de raad stelt, ingevolge bijlage 2 behorende bij de Regeling standaarden ruimtelijke ordening "Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2008" mogelijk om dwarsprofielen op te nemen in een bestemmingsplan.

Nu de raad bij het vaststellen van het plan er vanuit is gegaan dat de monumentale waarden van de Coehoornsingel worden beschermd door middel van een aanlegvergunningstelsel en dat bescherming door middel van het opnemen van dwarsprofielen in het bestemmingsplan niet mogelijk is, is de raad bij de vaststelling van het plan uitgegaan van onjuiste gegevens ten aanzien van de bescherming van deze monumentale waarden.

Tevens is uit het plan noch uit het verhandelde ter zitting gebleken op welke wijze de monumentale waarden van de Coehoornsingel bij de vaststelling van het plan zijn betrokken en zijn afgewogen tegen de wens van de raad om meer uniformiteit en flexibiliteit in de bestemmingsplannen van de gemeente te creëren.

2.6. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd voor zover dit betrekking heeft op het plandeel met de bestemming "Verkeer" en de dubbelbestemming "Beschermd stadsgezicht" dat ziet op de Coehoornsingel.

2.7. De raad dient op de na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten van [appellant] te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Zutphen van 2 november 2009, kenmerk 2009-0164, voor zover dit betrekking heeft op het plandeel met de bestemming "Verkeer" en de dubbelbestemming "Beschermd stadsgezicht" dat ziet op de Coehoornsingel;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Zutphen tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 40,75 (zegge: veertig euro en vijfenzeventig cent);

IV. gelast dat de raad van de gemeente Zutphen aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Troost, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Troost

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2010

234-674.