Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO4194

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
201000816/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 november 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Fietspad Herfte" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201000816/1/R3.

Datum uitspraak: 17 november 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats], en anderen,

en

de raad van de gemeente Zwolle,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Fietspad Herfte" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 januari 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 12 maart 2010.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 oktober 2010, waar

[appellant], in de persoon van [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door G. Tromp en S. van Loenen, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan strekt ten behoeve van de aanleg van een fietspad langs de spoorbaan Zwolle-Dalfsen en loopt aan de noordzijde van het perceel van [appellant].

2.2. [appellant] stelt dat de route van het fietspad ten onrechte over het onderhoudspad op de spoordijk wordt gerealiseerd. De raad had ervoor moeten kiezen om de spoordijk gedeeltelijk af te graven om zo het fietspad op weilandhoogte aan te leggen, hetgeen volgens [appellant] ter zitting omtrent het voorheen geldende bestemmingsplan "Herfte-Zalné" is toegezegd en vastgelegd. Ook is toen gesteld dat deze wijze van aanleg financieel en anderszins haalbaar was. Door onvoldoende rekening te houden met zijn belang, is de besluitvorming ondemocratisch geweest, aldus [appellant].

2.2.1. De raad stelt dat er in het voorheen geldende plan nog geen definitieve beslissing kon worden genomen over de exacte ligging van het fietspad. Het afgraven van het talud levert volgens de raad onder meer aanzienlijke kosten op.

2.2.2. De Afdeling overweegt dat de raad bij de keuze van de bestemming een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beoordelingsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen. De omstandigheid dat in het verleden een ander plan bestond voor de ligging van het fietspad, vormt geen grond voor het oordeel dat de gemeenteraad aan dit voornemen zou moeten blijven vasthouden.

Blijkens de stukken, waaronder de zienswijzennota, en het verhandelde ter zitting heeft de raad het aangedragen alternatief voor de route van het fietspad in zijn besluitvorming betrokken. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het standpunt van de raad, dat het door hem geschetste alternatief de nodige extra kosten in verband met het slaan van een damwand met zich brengt, onjuist is. Gelet hierop valt niet in te zien dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor het bij het bestemmingsplan mogelijk gemaakte fietspad.

Ter zitting inzake het voorheen geldende plan heeft de raad aangegeven dat door de aankoop van de gronden langs het spoor van NS Vastgoed niet tot onteigening van een deel van het perceel van [appellant] en anderen zou hoeven worden overgegaan. Voorts is daarbij de haalbaarheid van een fietspad binnen de planbegrenzing besproken. De raad heeft toen te kennen gegeven dat dit fietspad waarschijnlijk op de van NS Vastgoed aangekochte gronden aangelegd zou worden en dat dit mogelijk zou zijn door middel van bij voorbeeld een damwand. De raad heeft voorts te kennen gegeven de realisatiekosten van de fietsroute in een later stadium te bekijken. Hierin leest de Afdeling geen in rechte te honoreren toezegging aan [appellant] op grond waarvan hij er op kon vertrouwen dat het plan zou voorzien in een fietspad op weilandhoogte.

Ten slotte kan het betoog over de politieke besluitvorming, wat daarvan ook zij, gezien de aard van de onderhavige rechterlijke toetsing en behoudens zich hier niet voordoende uitzonderlijke gevallen, niet aan de orde komen.

2.3. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep van [appellant] ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.

w.g. Mondt-Schouten w.g. Matulewicz

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2010

45-653.