Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO3505

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-11-2010
Datum publicatie
10-11-2010
Zaaknummer
201003552/1/H2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMAA:2010:BL6751, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 januari 2010 heeft de directeur een verzoek van [appellant] om verlof te verlenen voor zijn kinderen om de school gedurende vijf werkdagen niet te bezoeken wegens vakantie afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201003552/1/H2.

Datum uitspraak: 10 november 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], (hierna ook tezamen in enkelvoud: [appellant]), wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht (hierna: de voorzieningenrechter) van 26 februari 2010 in zaken nrs. 10/150 en 10/213 in het geding tussen:

[appellant]

en

de directeur van Basisschool St. Petrus (hierna: de directeur).

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 januari 2010 heeft de directeur een verzoek van [appellant] om verlof te verlenen voor zijn kinderen om de school gedurende vijf werkdagen niet te bezoeken wegens vakantie afgewezen.

Bij besluit van 9 februari 2010 heeft de directeur het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 26 februari 2010, verzonden op 3 maart 2010, heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 april 2010, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 3 mei 2010 zijn de gronden van het hoger beroep nader aangevuld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 oktober 2010, waar [een van de appellanten] in persoon en bijgestaan door mr. I.K. Kolev, advocaat te Hapert, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 11, aanhef en onder f, van de Leerplichtwet 1969 (hierna: de Lpw), voor zover hier van belang, zijn de ouders vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt, indien de jongere vanwege de specifieke aard van het beroep van één van de ouders slechts buiten de schoolvakanties met hen op vakantie kan gaan.

Ingevolge artikel 13a, eerste lid, kan een beroep op vrijstelling wegens vakantie van de jongere, bedoeld in artikel 11, onder f, slechts worden gedaan indien het hoofd op verzoek van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen verlof heeft verleend dat de jongere voor de duur van het verlof de school onderscheidenlijk de instelling niet bezoekt.

Ingevolge het tweede lid kan verlof als bedoeld in het eerste lid door het hoofd slechts eenmaal voor ten hoogste tien dagen per schooljaar worden verleend en kan geen betrekking hebben op de eerste twee lesweken van het schooljaar.

2.2. [appellant] heeft verlof gevraagd voor zijn kinderen voor de periode van 8 maart 2010 tot en met 12 maart 2010 omdat hij als eigenaar van een hotel-restaurant in de carnavalsvakantie vanwege zeer grote drukte in zijn hotel-restaurant niet met zijn kinderen op wintersportvakantie kan gaan.

Bij besluit van 7 januari 2010, gehandhaafd bij besluit van 9 februari 2010, heeft de directeur dat verzoek afgewezen, onder andere omdat in hetzelfde schooljaar reeds verlof is verleend als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Lpw.

2.3. De voorzieningenrechter heeft het daartegen gerichte beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter heeft daartoe overwogen dat de directeur terecht heeft geweigerd het gevraagde verlof te verlenen, omdat in hetzelfde schooljaar reeds verlof is verleend als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Lpw. Artikel 13a, tweede lid, van de Lpw laat de directeur geen ruimte om nogmaals verlof te verlenen in hetzelfde schooljaar. Daarnaast heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege de specifieke aard van zijn beroep slechts buiten de schoolvakanties met zijn kinderen op vakantie kan gaan, aldus de voorzieningenrechter.

2.4. [appellant] betoogt dat de voorzieningenrechter buiten de omvang van het geschil getreden door zijn oordeel in de plaats te stellen van de ongemotiveerde besluiten van de directeur.

2.4.1. De directeur heeft zowel bij het besluit van 7 januari 2010 als bij het besluit op bezwaar van 9 februari 2010 het gevraagde verlof geweigerd op de grond dat al eerder verlof is toegekend. Nu de voorzieningenrechter aan de ongegrondverklaring van het beroep ten grondslag heeft gelegd dat reeds eerder verlof is toegekend, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de voorzieningenrechter buiten de omvang van het geschil is getreden en evenmin voor het oordeel dat de voorzieningenrechter zijn motivering voor die van de directeur in de plaats heeft gesteld.

2.5. [appellant] betoogt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat de directeur terecht heeft geweigerd het door hem gevraagde verlof te verlenen. [appellant] voert daartoe aan dat het niet mogelijk is om met zijn kinderen op vakantie te gaan gedurende de schoolvakanties, omdat het in die periodes mede vanwege festivals en andere activiteiten in de regio zeer druk is in zijn hotel-restaurant en hij als eigenaar daardoor onmisbaar is.

[appellant] betoogt voorts dat de voorzieningenrechter ten onrechte uitspraak in de hoofdzaak heeft gedaan. [appellant] voert daartoe aan dat de rechtbank onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de omstandigheid dat in voorgaande jaren voor dezelfde periode verlof is verleend, terwijl deze thans is geweigerd en naar de omstandigheid dat in de schoolgids is vermeld dat het schoolhoofd bevoegd is om tien dagen per jaar verlof te verlenen zonder tussenkomst van de leerplichtambtenaar, aldus [appellant].

2.5.1. Uit artikel 13a, tweede lid, van de Lpw volgt dat de directeur slechts éénmaal per schooljaar voor ten hoogste tien dagen verlof kan verlenen als bedoeld in het eerste lid. Deze bepaling is dwingend geformuleerd en laat de directeur niet de ruimte om voor hetzelfde schooljaar nogmaals verlof te verlenen als bedoeld in het eerste lid, ook niet ingeval het eerdere verlof is verleend voor minder dan tien dagen.

Vaststaat dat de directeur in hetzelfde schooljaar voor de periode van 2 november 2009 tot en met 4 november 2009 verlof heeft verleend. De directeur kon dan ook niet voor de thans gevraagde periode opnieuw verlof verlenen. Dat in de schoolgids staat vermeld dat de directeur 10 dagen verlof mag verlenen en de directeur in voorgaande jaren aan [appellant] voor dezelfde periode verlof heeft verleend als het thans gevraagde verlof maakt niet dat de directeur in afwijking van artikel 13a, tweede lid, van de Lpw voor een tweede maal verlof diende te verlenen voor de resterende dagen. De voorzieningenrechter heeft derhalve terecht en op goede gronden overwogen dat de directeur het thans gevraagde verlof terecht heeft geweigerd.

Uit het voorgaande volgt dat nader onderzoek door de rechtbank naar de omstandigheden, zoals door [appellant] naar voren zijn gebracht, geen relevante nieuwe gegevens kon opleveren. De voorzieningenrechter heeft derhalve de grenzen van zijn bevoegdheid niet overschreden door onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van staat.

w.g. Wortmann w.g. Poot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 november 2010

362-680.