Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO3489

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-11-2010
Datum publicatie
10-11-2010
Zaaknummer
201003054/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 juli 2009 heeft het toezichtorgaan het bestuur van de stichting Stichting Akkoord! Primair Openbaar (hierna: de stichting) ontslagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201003054/1/H2.

Datum uitspraak: 10 november 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

3. [appellant sub 3], wonend te [woonplaats],

4. [appellant sub 4], wonend te [woonplaats],

(hierna tezamen: [appellant sub 1] e.a.),

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond van 17 februari 2010 in zaak nr. 09/1884 in het geding tussen:

[appellant sub 1] e.a.

en

het Gemeenschappelijk Orgaan Toezicht op het Primair Openbaar Onderwijs (hierna: het toezichtorgaan).

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 juli 2009 heeft het toezichtorgaan het bestuur van de stichting Stichting Akkoord! Primair Openbaar (hierna: de stichting) ontslagen.

Bij besluit van 25 november 2009 heeft het toezichtorgaan de door [appellant sub 1] e.a. daartegen gemaakte bezwaren, voor zover gericht tegen de benoeming van een interim-bestuur, niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 17 februari 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter de door [appellant sub 1] e.a. daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant sub 1] e.a. bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 maart 2010, hoger beroep ingesteld.

Het toezichtorgaan heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 oktober 2010, waar [appellant sub 1] en [appellant sub 3], in persoon en bijgestaan door mr. N.L.P. te Bos, en het toezichtorgaan, vertegenwoordigd door mr. G.P.F. van Duren, advocaat te 's-Hertogenbosch, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt.

2.2. Ter zitting is komen vast te staan dat een nieuw bestuur voor de stichting is benoemd. [appellant sub 1] e.a. hebben tegen dat benoemingsbesluit geen rechtsmiddelen aangewend en hebben desgevraagd te kennen gegeven dat zij ook niet streven naar herstel in hun bestuursfunctie. [appellant sub 1] e.a. hebben ter zitting voorts te kennen gegeven dat zij geen materiële schade hebben geleden, nu de bestuursfuncties onbezoldigd waren.

[appellant sub 1] e.a. stellen dat zij evenwel belang bij het hoger beroep hebben omdat de wijze waarop het toezichtsorgaan gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheden, leidt tot te grote politieke invloed op het openbaar primair onderwijs en daardoor tot willekeur. Het toezichtorgaan bestaat uit wethouders die niet slechts handelen in het belang van het primair openbaar onderwijs, maar ook in het belang van hun eigen portefeuille, aldus [appellant sub 1] e.a. Voorts stellen zij dat zij door uitlatingen in de pers over de uitoefening van hun bestuurstaak in hun goede naam zijn aangetast en dat klachten van hun zijde terzake gegrond zijn verklaard.

2.3. De bestuursrechter is slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een bij hem ingediend beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan, indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Indien dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen wegens de principiële betekenis daarvan. Dat de wijze waarop het toezichtorgaan zijn taak vervult, niet in het belang is van het openbaar primair onderwijs, zoals [appellant sub 1] e.a. stellen, levert niet een voldoende belang bij het hoger beroep op. [appellant sub 1] e.a. stellen geen materiële schade te hebben geleden en stellen ook niet dat zij door het besluit van het toezichtorgaan immateriële schade hebben geleden die zij vergoed willen zien. Gelet hierop bestaat voor [appellant sub 1] e.a. geen rechtens te respecteren belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.

2.4. De hoger beroepen zijn niet-ontvankelijk.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de hoger beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. C.J.M. Schuyt, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van staat.

w.g. Van Dijk w.g. Poot

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 november 2010

362.