Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO2707

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-10-2010
Datum publicatie
03-11-2010
Zaaknummer
201006776/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 april 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Malden, Droogsehof" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201006776/2/R2.

Datum uitspraak: 29 oktober 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker] en anderen, allen wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Heumen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Malden, Droogsehof" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 juli 2010, beroep ingesteld.

Bij deze brief hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 oktober 2010, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigden] en bijgestaan door mr. M. de Jong, advocaat te 's-Hertogenbosch, en de raad, vertegenwoordigd door A.C. Kneppers, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting als partij gehoord [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. L.J. Gerritsen, advocaat te Nijmegen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in de bouw van 20 woningen ter plaatse van het bestaande glastuinbouwbedrijf aan de Droogsestraat te Malden. [verzoeker] en anderen wonen in de directe omgeving van het plangebied.

2.3. [verzoeker] en anderen richten zich tegen het gehele plan en beogen onomkeerbare gevolgen van inwerkingtreding daarvan te voorkomen. Zij vrezen met name voor overlast door het gebruik van de woningen en door de te verwachten toename van het verkeer op de Droogsestraat. Voorts voeren zij aan dat naast de bestemmingsplanprocedure, een procedure aanhangig is omtrent vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO), waarmee de voorziene woningen ook mogelijk worden gemaakt.

2.4. Ter zitting is komen vast te staan dat het beroep van [verzoeker] en anderen tegen de verleende vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de WRO op 4 november aanstaande door de rechtbank Arnhem wordt behandeld. Teneinde te vermijden dat in de vrijstellingsprocedure betekenis wordt toegekend aan het plan en uit de inwerkingtreding van het plan zou worden afgeleid dat de daarin neergelegde bestemmingen ter plaatse als een gegeven zouden moeten worden beschouwd, wijst de voorzitter het verzoek toe. Het plan wordt geschorst om in elk opzicht te vermijden dat het zelfstandige toetsingskader voor de reeds genomen, thans bij de rechtbank Arnhem voorliggende beslissing op bezwaar in de vrijstellingsprocedure door de inwerkingtreding van het plan wordt beïnvloed.

2.5. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Heumen van 22 april 2010 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Malden, Droogsehof";

II. veroordeelt de raad van de gemeente Heumen tot vergoeding van bij [verzoeker] en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 913,95 (zegge: negenhonderddertien euro en vijfennegentig cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

III. gelast dat de raad van de gemeente Heumen aan [verzoeker] en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Nienhuis

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2010

545.