Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO2679

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-10-2010
Datum publicatie
03-11-2010
Zaaknummer
201007988/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 juni 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Klazienaveen, Schakelstation op Tuinbouwgebied" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201007988/2/R1.

Datum uitspraak: 27 oktober 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Emmen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Klazienaveen, Schakelstation op Tuinbouwgebied" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 augustus 2010, beroep ingesteld. Bij deze brief heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TenneT T.S.O. B.V. heeft een nader stuk ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 oktober 2010, waar de raad, vertegenwoordigd door drs. B.M. Bruins, werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts zijn daar TenneT, vertegenwoordigd door mr. M.W. Engelen, werkzaam bij TenneT, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Enexis B.V., vertegenwoordigd door mr. M. Wignand, advocaat te Zwolle, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Met het bestemmingsplan wordt de bouw van een 110/10 kV schakelstation mogelijk gemaakt. Met dit schakelstation wordt de elektriciteitsvoorziening ten behoeve van Klazienaveen verbeterd en wordt het mogelijk gemaakt dat glastuinbouwers energie terugleveren aan het elektriciteitsnet.

2.3. [verzoekster] heeft uitzicht op en woont op een afstand van ongeveer 120 meter van het voorziene schakelstation. Zij vreest voor gezondheidsrisico's, voor onder meer spelende kinderen, binnen een afstand van 70 meter van het schakelstation. Voorts stelt [verzoekster] dat haar uitzicht zal worden aangetast en dat haar woning in waarde zal dalen als gevolg van de realisering van het schakelstation. Daarnaast betwist [verzoekster] de noodzaak van het schakelstation en voert zij aan dat het schakelstation beter gerealiseerd kan worden in het glastuinbouwgebied Rundedal. Ten slotte stelt [verzoekster] geen bericht ontvangen te hebben over de bijeenkomsten die door TenneT en Enexis zijn georganiseerd omtrent het schakelstation.

2.4. Wat betreft de door TenneT en Enexis gehouden bijeenkomsten omtrent het schakelstation overweegt de voorzitter dat deze bijeenkomsten geen deel uitmaken van de bestemmingsplanprocedure en dat de gestelde schending van het zorgvuldigheidsbeginsel wat betreft die bijeenkomsten, wat daar ook van zij, niet kan leiden tot een vernietiging van het bestemmingsplan.

2.5. Wat betreft het gestelde gezondheidsrisico overweegt de voorzitter dat in dit geval het internationale referentieniveau van de Europese Unie van 100 microtesla (hierna: µT) geldt. Volgens het rapport "110 kV-hoogspanningsstation Klazienaveen, Berekening magneetveldzone" van Petersburg Consultants B.V. van 23 april 2010 wordt ruimschoots aan deze waarde voldaan, nu de 0,4 µT-zone nagenoeg gelijk valt met de plangrens en het plan enkel betrekking heeft op de gronden ter plaatse van het voorziene schakelstation. Gelet hierop ziet de voorzitter in het in zoverre niet nader onderbouwde standpunt van [verzoekster] geen grond voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het schakelstation niet zal leiden tot gezondheidsrisico's in de directe nabijheid daarvan. Hierbij betrekt de voorzitter dat het standpunt van [verzoekster] dat uit onderzoek blijkt dat binnen een straal van 100 meter gezondheidsrisico's optreden, is gebaseerd op een onderzoek naar de gevolgen van een bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding, waarvan in dit geval geen sprake is.

2.6. Wat betreft de noodzaak van het schakelstation overweegt de voorzitter dat uit de stukken en ter zitting is gebleken dat TenneT in de omgeving van Klazienaveen niet meer kan voldoen aan haar wettelijke verplichting dat bij onderhoud én bij een storing voldoende transportcapaciteit beschikbaar is. Met het voorziene schakelstation wordt een toekomstvaste energievoorziening voor de regio gegarandeerd. Daarnaast is TenneT wettelijk verplicht tuinders die verzoeken om duurzame energie terug te mogen leveren aan het net, deze mogelijkheid te bieden. Op dit moment is deze mogelijkheid volgens de raad en TenneT slechts zeer beperkt tot niet aanwezig. Gelet hierop ziet de voorzitter in de enkele stelling van [verzoekster] dat op dit moment slechts vijf tot zes tuinders een warmtekrachtkoppeling hebben en dus energie terug kunnen leveren aan het hoogspanningsnet, geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de realisering van het schakelstation noodzakelijk is.

2.7. Met betrekking tot de door [verzoekster] voorgestelde alternatieve locatie ter plaatse van het glastuinbouwgebied Rundedal, overweegt de voorzitter als volgt. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat niet is gebleken van ernstige bezwaren tegen de in het plan gekozen locatie, zodat een onderzoek naar het door [verzoekster] voorgestelde alternatief niet noodzakelijk is. De voorzitter overweegt dat de raad echter op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel bij de vaststelling van het plan de door de indieners van zienswijzen voorgestelde alternatieven dient te beoordelen. Nu de raad dit niet heeft gedaan, is het plan naar het oordeel van de voorzitter vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzitter ziet in dit gebrek echter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. In dit kader is van belang dat ter zitting is gebleken dat het uit technisch en financieel oogpunt zeer lastig is ter plaatse van de door [verzoekster] voorgestelde alternatieve locatie een schakelstation te realiseren. Gelet hierop en nu [verzoekster] slechts stelt maar niet met feiten of omstandigheden onderbouwt waarom de door haar voorgestelde locatie de voorkeur verdient, gaat de voorzitter er vanuit dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het bestreden besluit weliswaar dient te worden vernietigd maar dat de rechtsgevolgen daarvan in stand kunnen blijven.

2.8. Voor zover [verzoekster] voorts vreest voor een aantasting van haar uitzicht en een waardedaling van haar woning, overweegt de voorzitter als volgt. Vanuit een raam in de zijgevel van haar woning heeft [verzoekster] zicht op het voorziene schakelstation. Het plangebied ligt op een afstand van ongeveer 120 meter van de woning van [verzoekster] en ter plaatse is een bouwhoogte voor gebouwen van 11 meter toegestaan. Gelet op deze afstand en bouwhoogte ziet de voorzitter geen grond voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat aan het algemeen belang bij realisering van het schakelstation een groter gewicht kan worden toegekend dan aan het belang van [verzoekster] bij het behouden van haar huidige uitzicht en het voorkomen van een waardedaling van haar woning, welke daling overigens ook niet nader is onderbouwd.

2.9. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.P. van Kooten-Vroegindeweij, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Van Kooten-Vroegindeweij

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2010

559.