Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO1844

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-10-2010
Datum publicatie
27-10-2010
Zaaknummer
201002658/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 november 2009, kenmerk 2009/202867, heeft de raad het bestemmingsplan "Hekslootgebied/Spaarndam" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2011/10
Milieurecht Totaal 2010/897
JM 2010/135 met annotatie van Arents
JOM 2011/454
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201002658/1/R1.

Datum uitspraak: 27 oktober 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1] en anderen, allen wonend te [woonplaats],

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Haarlem,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 november 2009, kenmerk 2009/202867, heeft de raad het bestemmingsplan "Hekslootgebied/Spaarndam" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 maart 2010, en [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 maart 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 september 2010, waar [appellant sub 1] en anderen, vertegenwoordigd door mr. B.J. Sol, advocaat te Haarlem, [appellant sub 2], en de raad, vertegenwoordigd door mr. Z. Karaca en ing. J.A. Polman, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellant sub 1] en anderen betogen dat door aan de gronden van de Spaarneschool, gelegen aan de Pol 18, de bestemming "Maatschappelijk" toe te kennen onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen. [appellant sub 1] en anderen vrezen voor geluidsoverlast, omdat deze bestemming het mogelijk maakt dat na schooltijd, in de avonduren en in de weekeinden gebruik kan worden gemaakt van het schoolplein door buurtkinderen en derden. Het vorige bestemmingsplan liet ingevolge artikel 30 van de planvoorschriften slechts toe dat het schoolplein door de school gebruikt kon worden en liet activiteiten die geen verband hielden met de school niet toe, aldus [appellant sub 1] en anderen. Voorts merken [appellant sub 1] en anderen op dat zij reeds geluidhinder ondervinden sinds de Spaarneschool in 1992 is herbouwd en in nog grotere mate sinds deze school in 2005 met lokalen is uitgebreid. Verder is er volgens hen ook geen reden om het schoolplein mede voor buitenschoolse activiteiten te bestemmen, nu op een afstand van 200 meter van de Spaarneschool al een speelterrein is gelegen.

2.1.1. De raad stelt zich op het standpunt dat er geen aanleiding bestond om onderzoek naar geluidsoverlast te verrichten ten aanzien van de gronden van de Spaarneschool met de bestemming "Maatschappelijk". Voorts stelt de raad zich op het standpunt dat het hiervoor geldende bestemmingsplan ook al toeliet dat het schoolplein voor niet-schoolgerelateerde activiteiten werd gebruikt. De raad voert in dit verband aan dat artikel 30 van de voorschriften van dat bestemmingsplan door [appellant sub 1] en anderen onjuist wordt geïnterpreteerd.

2.1.2. In het vorige bestemmingsplan "Spaarndam Beschermd Dorpsgezicht" hadden de gronden van de Spaarneschool, gelegen aan de Pol 18, de bestemming "Bebouwing voor openbare en bijzondere doeleinden en bijbehorende terreinen". Ingevolge artikel 30, eerste lid, van de planvoorschriften van dat bestemmingsplan waren deze gronden bestemd voor scholen en de daarvoor benodigde bouwwerken, waaronder één dienstwoning, en open terreinen, waaronder speelplaatsen.

Ten tijde van het vorige bestemmingsplan was het schoolplein van de Spaarneschool voorzien van hekken en bordjes met "Verboden toegang" en buiten de reguliere schooltijden niet in gebruik.

De gronden van de Spaarneschool hebben thans de bestemming "Maatschappelijk". Uit artikel 8.1 van de planregels volgt dat de gronden van de Spaarneschool met deze bestemming bestemd zijn voor maatschappelijke voorzieningen en bij de bestemming behorende verkeers-, parkeer- en groenvoorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, water, tuinen, erven en terreinen. Een beperking ten aanzien van het gebruik en de toegankelijkheid van het schoolplein is niet opgenomen in het bestemmingsplan.

De percelen van [appellant sub 1] en anderen, gelegen aan de [5 locaties], grenzen aan of zijn in de nabijheid gelegen van het bestemmingsvlak van de Spaarneschool.

2.1.3. Gelet op de tekst van artikel 30 van de voorschriften van het hiervoor geldende plan en met name op de daarin gebezigde bewoordingen "de daarvoor" (dat wil zeggen voor scholen) "benodigde bouwwerken (…) en open terreinen," overweegt de Afdeling dat deze bepaling, anders dan de raad betoogt, zo moet worden begrepen dat het schoolplein uitsluitend voor schoolgerelateerde activiteiten gebruikt mocht worden. De Afdeling stelt vast dat het bestemmingsplan thans mogelijk maakt dat het schoolplein ook buiten schooltijden toegankelijk is voor buurtkinderen en derden en gebruikt kan worden voor niet-schoolgerelateerde activiteiten. Echter, in dit geval is door de raad niet onderzocht of de op de Spaarneschool gelegde bestemming "Maatschappelijk" zal leiden tot extra geluidsoverlast zoals door [appellant sub 1] en anderen wordt gevreesd. De Afdeling acht het niet onaannemelijk dat de geluidhinder, met name ten gevolge van stemgeluid, door de thans toegekende bestemming zal toenemen en de Afdeling acht het niet uitgesloten dat [appellant sub 1] en anderen daarvan geluidsoverlast zullen ondervinden, gezien de korte afstand van de woningen van

[appellant sub 1] en anderen tot het bestemmingsvlak van de Spaarneschool. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient mogelijke geluidhinder voor omwonenden, ook indien dit hinder betreft door menselijk stemgeluid, in het kader van de vereiste belangenafweging te worden betrokken. Of er thans al dan niet plannen zijn om het schoolplein buiten schooltijden open te stellen is daarbij niet van belang. De bestemming "Maatschappelijk" maakt mogelijk dat het schoolplein ook voor niet-schoolgerelateerde activiteiten gebruikt kan worden. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich zonder het verrichten van een onderzoek naar geluidsoverlast niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bestemming strekt tot een goede ruimtelijke ordening. Daar komt bij dat niet is ingegaan op het betoog van [appellant sub 1] en anderen dat er geen behoefte is aan verruimde gebruiksmogelijkheden van het schoolplein, nu in de omgeving reeds een speelterrein is gelegen.

2.1.4. In hetgeen [appellant sub 1] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plandeel met de bestemming "Maatschappelijk" voor de Spaarneschool, gelegen aan de Pol 18, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening te worden vernietigd. Gelet hierop behoeven de overige bezwaren van [appellant sub 1] en anderen geen bespreking meer.

2.2. [appellant sub 2] betoogt dat ten onrechte geen agrarisch bouwvlak voor de oprichting van een melkveebedrijf is toegekend aan de gronden aan de Vondelweg met de bestemming "Agrarisch met waarden - natuurwaarden (Aw-nw)" die hij in gebruik heeft. [appellant sub 2] wil een melkveebedrijf met een maatschappelijke en recreatieve nevenfunctie opstarten en met dit bedrijf kan hij dan de komende jaren voor een verantwoord beheer van de weilanden in de Hekslootpolder zorgdragen. De door de raad aangedragen locatie voor een melkveebedrijf op de hoek van de Vondelweg en Vergierdeweg volstaat volgens [appellant sub 2] niet, omdat die locatie ongunstig ligt ten opzichte van de te bewerken en beweiden percelen grasland en tevens omdat een melkveebedrijf op die locatie in strijd is met de Wet geurhinder en veehouderij.

2.2.1. De raad stelt zich op het standpunt dat een bouwvlak op de gronden aan de Vondelweg niet mogelijk is, omdat die locatie in een zeer kwetsbaar en strikt beschermd gebied gelegen is. Ten aanzien van de locatie op de hoek van de Vergierdeweg en de Vondelweg voert de raad aan dat uit het rapport Geuronderzoek volgt dat een melkveebedrijf op deze locatie geen strijd oplevert met de Wet geurhinder en veehouderij, mits artikel 6, derde lid, van de Wet geurhinder en veehouderij wordt toegepast waardoor bij gemeentelijke verordening de afstand tussen een geurgevoelig object en de veehouderij buiten de bebouwde kom kan worden verkleind tot een afstand van 25 meter.

2.2.2. Voor zover van belang mogen ingevolge artikel 4, tweede lid, van de planregels op de gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden - natuurwaarden (Aw-nw)" gebouwen worden gebouwd onder de volgende voorwaarden:

a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding "sport- natuurijsbaan";

b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 2,4 meter bedragen;

c. de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt de bestaande oppervlakte aan gebouwen.

De afstand van het bouwvlak op de hoek van de Vondelweg en de Vergierdeweg tot aan de percelen grasland van [appellant sub 2] is 360 meter. De afstand van het door [appellant sub 2] gewenste bouwvlak aan de Vondelweg tot aan de percelen grasland zou nul meter zijn.

2.2.3. De Afdeling begrijpt het betoog van [appellant sub 2] zo dat de door de raad aangedragen locatie voor een melkveebedrijf op de hoek van de Vergierdeweg en de Vondelweg voor [appellant sub 2] niet gunstig is in verband met de afstand tussen deze locatie en de bij hem in gebruik zijnde weidelanden en tevens gelet op de ter zitting gebleken omstandigheid dat dan gebruik moet worden gemaakt van de gronden van de buren als pad voor de koeien tussen het bedrijf en de percelen grasland die [appellant sub 2] in gebruik heeft. De gronden aan de Vondelweg waarop [appellant sub 2] een agrarisch bouwvlak wenst zouden voor hem het meest geschikt zijn voor zijn bedrijfsvoering. Vast staat evenwel dat deze gronden gelegen zijn in het Hekslootgebied dat deel uitmaakt van Ecologische Hoofdstructuur en zijn aangewezen als weidevogelgebied, en waar geen nieuwe bebouwing kan worden toegestaan om de openheid van het gebied en de landschappelijke kwaliteiten van het gebied te waarborgen. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat daaraan een zwaarder gewicht toekomt dan aan het belang van [appellant sub 2] en dat het opnemen van een bouwvlak op de gronden aan de Vondelweg daarom niet strekt tot een goede ruimtelijke ordening. Ter zitting heeft de raad aangegeven overigens begrip te hebben voor de situatie waarin [appellant sub 2] verkeert en zich bereid verklaard om in overleg met [appellant sub 2] nader te bezien of er mogelijkheden zijn voor de vestiging van zijn bedrijf op een andere bedrijfslocatie.

2.2.4. In hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plandeel met de bestemming "Agrarisch met waarden - natuurwaarden (Aw-nw)", zonder bouwvlak, gelegen aan de Vondelweg, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is ongegrond.

2.3. Ten aanzien van [appellant sub 1] en anderen dient de raad op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van [appellant sub 2] bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van [appellant sub 1] en anderen gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Haarlem van 9 november 2009, kenmerk 2009/202867, voor zover het besluit ziet op het plandeel met de bestemming "Maatschappelijk", gelegen aan de Pol 18;

III. verklaart het beroep van [appellant sub 2] ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Haarlem tot vergoeding van bij [appellant sub 1] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

V. gelast dat de raad van de gemeente Haarlem aan [appellant sub 1] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. M.W.L. Simons-Vinckx en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, leden, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Bošnjaković

Voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2010

410-668.