Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO1834

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-10-2010
Datum publicatie
27-10-2010
Zaaknummer
201002407/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 december 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Berkel 2008, 2e herziening Torenakker" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:2
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2011/9
Milieurecht Totaal 2010/562
JM 2010/136 met annotatie van Arents
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201002407/1/R3.

Datum uitspraak: 27 oktober 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Tilburg,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Berkel 2008, 2e herziening Torenakker" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, per faxbericht bij de Raad van State ingekomen op 11 maart 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 september 2010, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. H.U. van der Zee, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door mr. W.J. Beex, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is [belanghebbende], vertegenwoordigd door N.A.J.M. van Gisbergen en F. Doomen, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in de bouw van vier levensloopbestendige patiowoningen aan de Torenakker te Berkel-Enschot, gemeente Tilburg.

2.2. [appellant] vreest voor een negatief effect op de exploitatie van zijn horeca-inrichting door de realisatie van de patiowoningen. Zijn horeca-inrichting bestaat uit een café met een feesthal en grenst aan het zuidelijke gedeelte van het plangebied. [appellant] stelt dat toekomstige bewoners zullen gaan klagen over geluidoverlast nu de geluidwerende voorzieningen zijn gericht op het voorkomen van geluidoverlast binnen de woning en er geen rekening is gehouden met geluidoverlast in de tuinen bij de woningen. [appellant] vreest dat hij hierdoor voorzieningen zal moeten treffen die extra kosten en beperkingen met zich zullen brengen.

2.2.1. De raad heeft uiteengezet dat de gevels van de in het plan voorziene woningen zullen worden uitgevoerd als dove gevel en dat in de buitenruimten een aanvaardbaar geluidniveau wordt gegarandeerd door de woningen te voorzien van een patio die wordt omsloten door bebouwing. Dit is in het verweerschrift nader toegelicht met een berekening die uitgaat van de maximale geluidbelastende situatie in het café en ziet op de geluidbelasting in de patio's.

2.2.2. Voor de vaststelling van het plan is in oktober 2008 het akoestisch onderzoek 'Geluidsafstraling "Concordia"' verricht. Er is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van de horeca-inrichting op de nieuw te bouwen woningen waarbij aansluiting is gezocht bij de eisen die worden gesteld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) ten aanzien van geluidhinder. Het onderzoek gaat uit van de maximaal geluidbelastende situatie in het café, te weten een feest met versterkte muziek, en ziet op de geluidbelasting op de geprojecteerde woningen. De conclusie van het onderzoek is dat de geluidnormen zoals gesteld in het Activiteitenbesluit bij deze omstandigheden worden overschreden.

2.2.3. Ter zitting is komen vast te staan dat de feesthal behorende bij de horeca-inrichting van [appellant] grenst aan de tuinen van de te realiseren patiowoningen en dat de afstand van de feesthal tot de voorziene gevel op de begane grond 21 m en tot de voorziene gevel op de eerste verdieping 30 m bedraagt.

De Afdeling overweegt dat de omstandigheid dat, indien de achtergevels worden uitgevoerd als dove gevel, voldaan kan worden aan de eisen uit het Activiteitenbesluit, zoals door de raad gesteld, onverlet laat dat in het kader van het vaststellen van het bestemmingsplan alle betrokken belangen behoren te worden afgewogen, waarbij moet worden beoordeeld in hoeverre het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Nu het gebruik van de tuinen door toekomstige bewoners is toegelaten, dient in het voorliggende geval de beoordeling of sprake is van een goed woon- en leefklimaat niet slechts betrekking te hebben op de geluidbelasting op de gevel en in de patio's, maar eveneens betrekking te hebben op de tuinen gelegen aan de achterzijde van de woningen. Door hieraan geen enkele aandacht te besteden, heeft de raad niet aannemelijk gemaakt dat met het plan een goed woon- en leefklimaat is verzekerd.

Voorts heeft de raad niet aannemelijk gemaakt dat in de woningen zelf een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd nu de uitvoering van de achtergevels als dove gevels niet in het plan is voorgeschreven en dat plan derhalve niet in de weg staat aan een uitvoering zonder dove gevel.

2.3. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd. Gelet hierop behoeven de overige beroepsgronden van [appellant] geen bespreking.

2.4. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van [appellant] gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Tilburg van 14 december 2009 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Berkel 2008, 2e herziening Torenakker";

III. veroordeelt de raad van de gemeente Tilburg tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Tilburg aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Matulewicz

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2010

45-662.