Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO1827

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-10-2010
Datum publicatie
27-10-2010
Zaaknummer
201005848/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 juni 2010, kenmerk 132928, heeft de raad het bestemmingsplan "Balkbrug, woongebied Pluimswijk" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201005848/2/R3.

Datum uitspraak: 20 oktober 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker] en anderen, allen wonend te [woonplaats], verenigd onder de naam Belangenvereniging Locatie Huisman,

en

de raad van de gemeente Hardenberg,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 juni 2010, kenmerk 132928, heeft de raad het bestemmingsplan "Balkbrug, woongebied Pluimswijk" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 juni 2010, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 juni 2010, hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[verzoeker] en anderen hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 september 2010, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door W. Sauer en K. Pielman, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet onder meer in het realiseren van twintig vrijstaande woningen.

2.3. [verzoeker] en anderen stellen dat, voordat het ontwerpplan ter inzage werd gelegd, de raad diverse malen heeft ingestemd met het sluiten van een privaatrechtelijke overeenkomst met de projectontwikkelaar over de ontwikkeling en realisering van de locatie Pluimswijk. Het belangrijkste gedeelte van het plan lag volgens [verzoeker] en anderen met deze overeenkomsten al vast, zonder dat hierbij inspraakmogelijkheden aan hen zijn geboden. Verder stellen zij dat de raad inhoudelijk niet is ingegaan op de door hen ingediende zienswijzen.

2.3.1. Uit het voorstel van het college van burgemeester en wethouders aan de raad blijkt dat het college inhoudelijk is ingegaan op de schriftelijke zienswijze van [verzoeker] en anderen. De raad heeft bij de vaststelling van het plan de weerlegging van de zienswijze door het college overgenomen. Verder blijkt uit de stukken dat bij de behandeling van de verschillende privaatrechtelijke overeenkomsten in de gemeenteraad gelegenheid is geboden om in te spreken. De raad heeft onweersproken gesteld dat [verzoeker] en anderen van deze gelegenheid gebruik hebben gemaakt. Gelet op de weerlegging van de zienswijze in het voorstel aan de raad, hebben [verzoeker] en anderen niet aannemelijk gemaakt dat bedoelde overeenkomsten voor de raad een beletsel zijn geweest voor een afweging van de betrokken belangen.

2.4. [verzoeker] en anderen voeren aan dat het plan voorziet in de realisering van twintig woningen in het duurdere segment van de woningmarkt. Aan dergelijke woningen is volgens hen echter geen behoefte in Balkbrug.

2.4.1. De raad stelt dat uit onderzoeken naar de woningbehoefte in het kader van de gemeentelijke woonplannen is gebleken dat er behoefte bestaat aan nieuwbouw van vrijstaande woningen in Balkburg voor mensen met hogere inkomens. Met de bouw van de in het plan voorziene woningen wordt tevens de doorstroming op de locale woningmarkt verbeterd.

2.4.2. Ter zitting heeft de raad naar voren gebracht dat een aantal kavels tegen betaling inmiddels in optie is gegeven en dat zich reeds een tiental gegadigden voor een bouwkavel heeft aangemeld. Gelet hierop ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat er geen behoefte bestaat aan de door het plan mogelijk gemaakte woningbouw.

2.5. [verzoeker] en anderen stellen dat het plangebied ligt aan de rand van de Ecologische Hoofdstructuur (hierna: EHS) en dat de realisering van het plan zal leiden tot een aantasting van natuurwaarden en een verstoring van beschermde diersoorten in het plangebied en in het nabijgelegen bosgebied. Verder zal het plan volgens hen het groene karakter van het landschap aantasten.

2.5.1. In de 'Natuurtoets Huisman te Balkbrug' van 22 juni 2007, opgesteld door Oranjewoud Nederland in opdracht van de projectontwikkelaar is vermeld dat zich naar verwachting in het plangebied enkele beschermde diersoorten bevinden. Het merendeel van deze soorten gebruikt het plangebied voornamelijk als foerageergebied. Er worden geen negatieve effecten op strikt beschermde plant- of diersoorten of op de natuurwaarden van de nabijgelegen EHS verwacht. De natuurtoets verwacht uitsluitend negatieve effecten op niet beschermde diersoorten, waarvoor een algemene vrijstelling geldt. Gelet hierop bestaat er geen aanleiding voor het oordeel dat de natuurwaarden van het plangebied en de EHS in de weg staan aan de uitvoering van het plan.

Voorts voorziet het plan in de aanleg van bos, water en groenvoorzieningen om een geleidelijke overgang naar het bosgebied aan de noordoostelijke zijde te bewerkstelligen. In de realisatieovereenkomst met de projectontwikkelaar is de verplichting opgenomen de desbetreffende gronden met bomen aan te planten. Gelet hierop is in voldoende mate verzekerd dat het groene karakter van het plangebied behouden blijft.

2.6. [verzoeker] en anderen hebben bezwaren tegen het plandeel met de bestemming "Verkeer-Verblijf" en de aanduiding 'pad' dat betrekking heeft op de grond tussen de percelen [locatie 1 en 2]. Volgens [verzoeker] en anderen is deze weg bedoeld voor de ontsluiting van het plangebied voor hulpverleningsdiensten in geval van calamiteiten, doch is deze weg te smal voor bedoelde voertuigen, in het bijzonder voertuigen van de brandweer.

2.6.1. Volgens de raad is bedoelde ontsluitingsweg voldoende breed voor motorvoertuigen van hulpdiensten. Blijkens de verbeelding heeft de voorziene ontsluitingsweg een breedte van ruim 3,5 meter. Gelet hierop heeft de raad dit standpunt kunnen innemen.

2.7. Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.M. van der Heijden, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Van der Heijden

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2010

177-656.