Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO1158

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-10-2010
Datum publicatie
20-10-2010
Zaaknummer
201003506/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit met dagtekening 15 april 2008 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de tegemoetkoming kinderopvang van [appellante] voor het kalenderjaar 2005 definitief vastgesteld op een bedrag van € 5.696,00 en teveel ontvangen tegemoetkoming kinderopvang voor dat jaar ten bedrage van € 702,00, vermeerderd met heffingsrente ten bedrage van € 73,00, teruggevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201003506/1/H2.

Datum uitspraak: 20 oktober 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 26 februari 2010 in zaak nr. 09/148 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Belastingdienst/Toeslagen.

1. Procesverloop

Bij besluit met dagtekening 15 april 2008 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de tegemoetkoming kinderopvang van [appellante] voor het kalenderjaar 2005 definitief vastgesteld op een bedrag van € 5.696,00 en teveel ontvangen tegemoetkoming kinderopvang voor dat jaar ten bedrage van € 702,00, vermeerderd met heffingsrente ten bedrage van € 73,00, teruggevorderd.

Bij besluit met dagtekening 15 december 2008 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de vastgestelde tegemoetkoming kinderopvang van [appellante] voor het kalenderjaar 2005 gewijzigd en vastgesteld op een bedrag van € 1.333,00 en teveel ontvangen tegemoetkoming kinderopvang voor dat jaar ten bedrage van € 4.363,00, vermeerderd met heffingsrente ten bedrage van € 606,00, teruggevorderd.

Bij besluit van 24 juni 2009 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] tegen het besluit van 15 april 2008 gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

Bij besluit met dagtekening 15 december 2009 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de vastgestelde tegemoetkoming kinderopvang van [appellante] voor het kalenderjaar 2005 gewijzigd en vastgesteld op een bedrag van € 1.638,00, vermeerderd met heffingsrente ten bedrage van € 54,00.

Bij uitspraak van 26 februari 2010, verzonden op 2 maart 2010, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 april 2010, hoger beroep ingesteld.

De Belastingdienst/Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 september 2010, waar [appellante], vertegenwoordigd door A.C. Iriks, en de Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door mr. B.M.A. van Eck, werkzaam bij de Belastingdienst, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Naar het oordeel van de Afdeling bevat, anders dan waarvan de Belastingdienst/Toeslagen en de rechtbank zijn uitgegaan, het besluit met dagtekening 15 december 2008 niet het besluit op het door [appellante] bij brief van 14 april 2008 gemaakte bezwaar. In het besluit met dagtekening 15 december 2008 is het besluit op bezwaar alleen aangekondigd, nu daarin over het bezwaar is vermeld:

"U heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve vaststelling tegemoetkoming kinderopvang 2005 beschikkingsnummer [...]. De beslissing en motivering van de inspecteur staan in de brief die u al heeft of nog zal ontvangen."

De brief van de Belastingdienst/Toeslagen van 24 juni 2009 bevat het besluit op bezwaar, nu daarin onder het kopje "Beslissing op uw bezwaarschrift" is vermeld: "Uw bezwaarschrift is kennelijk ongegrond omdat de tegemoetkoming te hoog is vastgesteld" en de brief de motivering bevat die aan dat besluit ten grondslag is gelegd.

Het voorgaande betekent dat ingevolge het bepaalde in de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), het door [appellante] gemaakte bezwaar mede was gericht tegen het besluit met dagtekening 15 december 2008. Ingevolge die bepalingen was het door [appellante] ingestelde beroep bij de rechtbank voorts mede gericht tegen het besluit met dagtekening 15 december 2009.

Hoewel de rechtbank een en ander niet heeft onderkend, leidt dit niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Daartoe wordt het volgende overwogen.

2.2. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wet kinderopvang, zoals deze wet luidde ten tijde van belang, wordt een aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming van het Rijk over een tegemoetkomingsjaar gedaan vóór 1 april van het jaar volgend op dat tegemoetkomingsjaar.

Ingevolge artikel 13, eerste lid, aanhef, beslist de inspecteur op de aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming van het Rijk.

Ingevolge artikel 4:49, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb kan het bestuursorgaan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.

Ingevolge artikel 4:57, eerste lid, kan het bestuursorgaan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen.

2.3. De Belastingdienst/Toeslagen heeft aan het besluit van 24 juni 2009 ten grondslag gelegd, dat de kosten van de door [appellante] in 2005 gebruikte kinderopvang slechts € 2.067,00 hebben bedragen en dat haar daarom aanstonds duidelijk had moeten zijn, dat de bij besluit van 15 april 2008 vastgestelde tegemoetkoming kinderopvang ten bedrage van € 5.696,00 veel te hoog was. Volgens de Belastingdienst/Toeslagen was hij daarom krachtens artikel 4:49 van de Awb bevoegd de tegemoetkoming kinderopvang lager vast te stellen, zoals hij bij het besluit met dagtekening 15 december 2008 heeft gedaan.

2.4. Het betoog van [appellante] dat de rechtbank heeft miskend dat de Belastingdienst/Toeslagen uit haar aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming kinderopvang had moeten begrijpen dat daarin fouten zaten en dat de Belastingdienst/Toeslagen daarmee bij het besluit met dagtekening 15 april 2008 rekening had moeten houden, faalt. Uit de artikelen 11, eerste lid, en 13, eerste lid, aanhef, van de Wet kinderopvang volgt dat de Belastingdienst/Toeslagen, de bestuurlijke opvolger van de inspecteur, op grond van een aanvraag de tegemoetkoming kinderopvang vaststelt. Nu [appellante] haar langs elektronische weg ingediende aanvraag van 18 juni 2006 met haar elektronische handtekening heeft ondertekend, mocht de Belastingdienst/Toeslagen in beginsel van de juistheid van die aanvraag uitgaan. De rechtbank heeft voorts met juistheid overwogen dat de in de aanvraag opgegeven kosten van kinderopvang niet zodanig hoog waren, dat de Belastingdienst/Toeslagen reeds daaruit kon afleiden dat de aanvraag onjuist was.

2.5. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank, door te overwegen dat de Belastingdienst/Toeslagen genoegzaam uiteen heeft gezet om welke redenen het besluit van 15 april 2008 niet door het besluit van 15 december 2008 is herroepen, de wet onjuist heeft toegepast. Zij voert aan dat in de bezwaarprocedure een volledige heroverweging van het in bezwaar bestreden besluit moet plaatsvinden en dat, nu bij het besluit van 15 december 2008 het besluit van 15 april 2008 is herzien, de rechtbank ten onrechte niet heeft geoordeeld dat laatstvermeld besluit is herroepen.

2.5.1. Dat betoog faalt, reeds omdat, zoals hiervoor is overwogen onder 2.1, het besluit van 15 december 2008 niet het besluit op het door [appellante] gemaakte bezwaar is en artikel 7:11 van de Awb daarom niet op dat besluit van toepassing is. Verder is in het besluit met als dagtekening 15 december 2008 niet vermeld dat daarbij het besluit met als dagtekening 15 april 2008 is ingetrokken of herroepen. De Belastingdienst/Toeslagen was voorts krachtens artikel 4:49, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb bevoegd de vaststelling van de tegemoetkoming kinderopvang voor 2005 ten nadele van [appellante] te wijzigen, omdat die tegemoetkoming kinderopvang te hoog was vastgesteld en zij dit behoorde te weten. Het bedrag van de vaststelling tegemoetkoming kinderopvang voor 2005 was hoger dan het bedrag van de kosten van de door haar gebruikte kinderopvang in 2005. De Belastingdienst/Toeslagen heeft in hoger beroep in zijn verweerschrift en ter zitting voorts toegelicht bij een wijziging het te wijzigen besluit vaststelling tegemoetkoming kinderopvang niet tevens in te trekken of te herroepen. Daarbij heeft de Belastingdienst/Toeslagen aangegeven het bedrag van de te wijzigen vaststelling tegemoetkoming kinderopvang als uitgangspunt voor de wijziging te nemen en bij de wijziging aan te nemen, dat bij de te wijzigen vaststelling tegemoetkoming kinderopvang teruggevorderde bedragen ten tijde van de wijziging zijn terugbetaald. Nu artikel 4:49, eerste lid, van Awb de Belastingdienst/Toeslagen in de in die bepaling vermelde gevallen de bevoegdheid verleent een vaststelling tegemoetkoming kinderopvang in te trekken of te wijzigen, is deze handelwijze van de Belastingdienst/Toeslagen niet in strijd met de wet.

2.6. [appellante] betoogt tot slot dat de rechtbank de Belastingdienst/Toeslagen ten onrechte niet heeft veroordeeld in de bij haar opgekomen proceskosten en tot vergoeding van het door haar betaalde griffierecht. [appellante] voert aan dat zij op goede gronden beroep heeft ingesteld tegen het besluit met dagtekening 15 december 2008, nu de Belastingdienst/Toeslagen dat besluit, omdat het onjuist was, bij het besluit met dagtekening 15 december 2009 heeft gewijzigd.

2.6.1. Ook dat betoog faalt. De rechtbank heeft overwogen, samengevat weergegeven, dat de Belastingdienst/Toeslagen een door [appellante] gestelde onjuistheid in het inkomen in de partnerperiode heeft gecorrigeerd en een correctie heeft aangebracht door de tegemoetkoming kinderopvang ten bedrage van € 1.333,00 te wijzigen in een tegemoetkoming kinderopvang ten bedrage van € 1.638,00. De rechtbank heeft in deze wijzigingen terecht geen aanleiding gezien het besluit op bezwaar van 24 juni 2009 te vernietigen. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij dat besluit het door [appellante] gemaakte bezwaar terecht ongegrond verklaard, omdat de tegemoetkoming kinderopvang bij het besluit met dagtekening 15 april 2008 te hoog was vastgesteld op grond van onjuiste gegevens die [appellante] bij haar aanvraag had verstrekt. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] daarom terecht ongegrond verklaard en geen aanleiding gezien de Belastingdienst/Toeslagen te veroordelen in de bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten en tot vergoeding van het door haar betaalde griffierecht.

2.7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van de gronden waarop deze rust, te worden bevestigd.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. Oranje

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2010

507.