Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO1133

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-10-2010
Datum publicatie
20-10-2010
Zaaknummer
201007280/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 juni 2010 heeft de raad van de gemeente Rheden het bestemmingsplan "Velp-Noord, locatie Rozendaalselaan" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201007280/2/R2.

Datum uitspraak: 14 oktober 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[de maatschap], gevestigd te [plaats],

en

de raad van de gemeente Rheden,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 juni 2010 heeft de raad van de gemeente Rheden het bestemmingsplan "Velp-Noord, locatie Rozendaalselaan" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de maatschap bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 juli 2010, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 juli 2010, heeft de maatschap de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 oktober 2010, waar de maatschap, vertegenwoordigd door A.N. van den Brink en H.L. Buijs, en de raad, vertegenwoordigd door R. Smeltink, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek is ingesteld door de maatschap waarin de eigenaren van het [appartementencomplex] gelegen aan de [locatie 1] en [locatie 2] te [plaats] zijn vertegenwoordigd.

2.3. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de locatie Rozendaalselaan 34 en aansluitende locaties. Het plan maakt op de locatie aan de Rozendaalselaan 34 binnen het bouwvlak behorende bij de bestemming "Voorzieningen" een gezondheidscentrum mogelijk.

2.4. Eind 2008 is een bouwvergunning verleend ten behoeve van het realiseren van het gezondheidscentrum dat mogelijk wordt gemaakt met het bestemmingsplan. Het gezondheidscentrum is inmiddels gebouwd. De maximale bouwmogelijkheden ten aanzien van het hoofdgebouw zijn daarmee gerealiseerd.

2.5. Voorts richt het verzoek zich tegen de bouwmogelijkheden binnen de op de verbeelding aangegeven zone bijgebouwen. De zone bijgebouwen is enigszins gewijzigd ten opzichte van het thans geldende bestemmingsplan "Overbeek". De vertegenwoordiger van de raad heeft aangegeven dat er geen bouwaanvragen zijn ingediend die betrekking hebben op de zone bijgebouwen en dat dergelijke aanvragen niet te verwachten zijn omdat de zone bijgebouwen in gebruik is ten behoeve van parkeervoorzieningen die nodig zijn om aan de parkeernorm te voldoen. Gelet hierop gaat de voorzitter er vanuit dat ter plaatse de zone bijgebouwen geen onomkeerbare activiteiten zullen worden ondernomen voordat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan in de bodemzaak.

2.6. Ten slotte richt het verzoek zich tegen de in het bestemmingsplan opgenomen mogelijkheid om binnen het bestemmingsvlak behorende bij de bestemming "Voorzieningen" erf- en perceelsafscheidingen met een hoogte van 2,5 meter op te richten langs de perceelsgrens van het appartementencomplex. Onweersproken is gesteld dat deze mogelijkheid ook al bestaat in het thans geldende bestemmingsplan "Overbeek". Het inwerking treden van het bestemmingsplan voorziet in zoverre niet in nieuwe bouwmogelijkheden ten opzichte van het thans geldende bestemmingsplan "Overbeek".

2.7. Onder deze omstandigheden is de voorzitter van oordeel dat het in werking treden van het bestemmingsplan op dit moment geen onomkeerbare gevolgen heeft voor de positie van de maatschap en dat zij derhalve geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening, zodat het verzoek moet worden afgewezen.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Ouwehand

Voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2010

224.