Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BO0219

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-10-2010
Datum publicatie
13-10-2010
Zaaknummer
201002134/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 maart 2005 heeft het college het pand kadastraal bekend [gemeente] sectie […] en nummer […] (hierna: het pand), aangewezen als beschermd gemeentelijk monument.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201002134/1/H2.

Datum uitspraak: 13 oktober 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 22 januari 2010 in zaak nr. 08/3562 in het geding tussen:

[wederpartij], gevestigd te [plaats].

en

het college

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 maart 2005 heeft het college het pand kadastraal bekend [gemeente] sectie […] en nummer […] (hierna: het pand), aangewezen als beschermd gemeentelijk monument.

Bij besluit van 26 augustus 2008 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 januari 2010, verzonden op 29 januari 2010, heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en bepaald dat het college een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 maart 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 24 maart 2010.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 augustus 2010, waar het college, vertegenwoordigd door mr. G.L. Pijnenburg, werkzaam bij de gemeente 's-Hertogenbosch, en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. E. Beele, advocaat te 's-Hertogenbosch, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1, aanhef, eerste lid, aanhef en onder a, van de Monumentenverordening 's-Hertogenbosch 2002 wordt onder monument verstaan een zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, zijn betekenis voor de wetenschap of zijn cultuurhistorische waarde.

2.2. De afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten van de gemeente 's-Hertogenbosch (hierna: BAM) heeft voor de vaststelling van de monumentwaardigheid van panden in haar gemeente de "Selectiecriteria potentiële gemeentelijke monumenten" opgesteld. De toepasselijke criteria zijn afhankelijk van het bouwjaar van het pand. Op het pand zijn de criteria voor panden met een bouwjaar tussen 1850 en 1940 van toepassing. Een pand wordt monumentwaardig geacht als er met toepassing van deze criteria tenminste 22 punten aan toegekend kunnen worden. In totaal zijn 29 punten aan het pand toegekend. De BAM heeft in eerste instantie op 12 juli 2004 deze punten op het formulier "inventarisatie + selectie potentiële gemeentelijke monumenten" (hierna: formulier) kolomsgewijs per criterium ingevuld.

2.3. Het college heeft, na daartoe advies ingewonnen te hebben van de monumentencommissie, en mede gelet op het toegekende aantal punten, bij besluit van 10 maart 2005, gehandhaafd bij besluit van 13 juni 2006, het pand aangewezen als gemeentelijk monument. Bij uitspraak van 13 juli 2007 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het college gelast met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het college aan het pand tien punten heeft toegekend op basis van niet op het pand toepasselijke criteria, dat onduidelijk is waarom het college deze criteria heeft gehanteerd en dat het college geen inzicht heeft kunnen verschaffen in de redenen op grond waarvan hij in dit opzicht afwijking van het beleid gerechtvaardigd acht. De Afdeling heeft bij uitspraak van 29 april 2008 in zaak nr. 200705980/1 het daartegen door [wederpartij] ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. In deze zaak dient van het voorgaande te worden uitgegaan.

Bij besluit van 26 augustus 2008 heeft het college, na daartoe nader advies ingewonnen te hebben van de BAM, het door [wederpartij] gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. In dat besluit heeft het college zich, onder verwijzing naar het collegevoorstel, op het standpunt gesteld dat op het formulier abusievelijk tien punten zijn ingevuld in kolommen met niet op het pand toepasselijke criteria, maar dat aan het pand met toepassing van de juiste criteria opnieuw 29 punten toegekend dienen te worden. De rechtbank heeft bij uitspraak van 22 januari 2010 het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard.

2.4. Het college betoogt dat de rechtbank, door in de uitspraak van 22 januari 2010 te overwegen dat het hem niet vrijstond om bij de hernieuwde beoordeling van de monumentwaardigheid van het pand daaraan weer 29 punten toe te kennen, doch op basis van andere, wel toepasselijke maatstaven, heeft miskend dat hij het hernieuwde besluit op bezwaar heeft genomen met inachtneming van haar uitspraak van 13 juli 2007. Uit die uitspraak volgt niet, aldus het college, van welk puntenaantal dient te worden uitgegaan. Evenmin strekte zij er enkel toe hem op te dragen in het nieuwe besluit op bezwaar inzicht te verschaffen in de redenen op grond waarvan bij de toekenning van het puntenaantal is afgeweken van het gemeentelijk beleid ter zake. Volgens het college laat de uitspraak ruimte om in het nieuwe besluit op bezwaar van 26 augustus 2008 met toepassing van de juiste criteria aan het pand opnieuw 29 punten toe te kennen.

2.4.1. Dit betoog slaagt. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 13 juli 2007 niet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud geoordeeld dat het college geen ruimte wordt gelaten nader te motiveren dat het toegekende puntenaantal op grond van onjuiste maatstaven is toegekend, noch dat de afwijking van het beleid door het hanteren van niet toepasselijke maatstaven een gegeven is waarvan niet meer kan worden teruggekomen en dat nog slechts de vraag resteert of die afwijking gerechtvaardigd is. De overwegingen in de eerdere uitspraak geven het college ruimte voor een gecorrigeerde beoordeling aan de hand van de toepasselijke maatstaven. Die ruimte heeft het college in het besluit van 26 augustus 2008 ook benut. De rechtbank heeft dit in haar uitspraak van 22 januari 2010 niet onderkend.

2.5. Gelet op het vorenoverwogene zal de Afdeling de beroepsgronden van [wederpartij] beoordelen die bij de rechtbank zijn aangevoerd.

2.6. [wederpartij] betoogt dat het college met toepassing van de juiste criteria in het nieuwe besluit op bezwaar van 26 augustus 2008 geen 29 punten aan het pand heeft kunnen toekennen. [wederpartij] voert daartoe aan dat de redengevende omschrijving van het Bureau BAAC B.V. (hierna: BAAC) niet meer aansluit bij de puntentoekenning zoals die thans volgens het college zou moeten zijn. Voorts voert zij daartoe aan het niet geloofwaardig te achten dat op het formulier van 12 juli 2004 abusievelijk punten zijn ingevuld in kolommen met niet op het pand toepasselijke criteria.

2.6.1. Het college heeft bij de voorbereiding van het nieuwe besluit op bezwaar van 26 augustus 2008 vastgesteld dat op het formulier van 12 juli 2004 tien punten abusievelijk in verkeerde kolommen zijn ingevuld en aldus bij de puntentoekenning criteria zijn betrokken die niet op het pand van toepassing zijn. Het college heeft de puntentoekenning gecorrigeerd door punten toe te kennen op basis van wel op het pand toepasselijke criteria, onderscheidenlijk "belangwekkende interieurelementen en/of afwerkingen", "zeldzame en/of bijzondere bouwtechniek" en "ensembles en bij- en/of achterbebouwing". De BAM heeft in haar adviezen van 7 augustus 2007 en 23 januari 2008 deze puntentoekenning nader gemotiveerd. De BAM heeft er op gewezen dat het pand tezamen met andere gebouwen een industrieel ensemble vormt dat van hoge waarde is, dat de bouwsporen in het interieur van de vroegere functies van het pand een belangrijke monumentale waarde vormen, en voorts gewezen op de bijzondere kapconstructie. Anders dan [wederpartij] betoogt, sluiten die criteria aan bij de redengevende omschrijving. Hierin worden immers de aspecten interieurelementen, kapconstructie, gevels en relatie met andere gebouwen uitgewerkt waarop ook de criteria betrekking hebben. Gelet hierop heeft het college met toepassing van de juiste criteria in redelijkheid 29 punten kunnen toekennen.

Het betoog van [wederpartij] dat het niet geloofwaardig is te achten dat op het formulier van 12 juli 2004 abusievelijk punten in verkeerde kolommen zijn ingevuld, faalt. De BAM heeft in haar advies van 7 augustus 2007 uiteengezet dat deze vergissing heeft kunnen ontstaan doordat op het formulier alle criteria, inclusief die niet op het pand van toepassing zijn, naast elkaar zijn geplaatst en aan een groot aantal panden punten zijn toegekend. Naar het oordeel van de Afdeling is, gelet op de wijze waarop de kolommen op het formulier zijn weergegeven, voldoende aannemelijk geworden dat deze punten abusievelijk zijn ingevuld in de verkeerde kolommen.

2.7. Uit het vorenoverwogene volgt dat het hoger beroep gegrond is. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van het college van 26 augustus 2008 alsnog ongegrond verklaren.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 22 januari 2010 in zaak nr. 08/3562;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep van [wederpartij] ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. J.C. Kranenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, ambtenaar van staat.

w.g. Vlasblom w.g. Oranje

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2010

85-616.