Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN5817

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-08-2010
Datum publicatie
10-09-2010
Zaaknummer
201006160/3/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing vovo. Mede gelet op het belang dat wordt gediend bij finale beslechting van het geschil, is er i.c. geen aanleiding af te wijken van de hoofdregel dat het college een nieuw besluit neemt dat met toepassing van de artikelen 6:18, 6:19 en 6:24 van de Awb kan worden beoordeeld in het kader van het hoger beroep dat door het college tegen de uitspraak van de Rb. is ingesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:18, geldigheid: 2010-08-10
Algemene wet bestuursrecht 6:19, geldigheid: 2010-08-10
Algemene wet bestuursrecht 6:24, geldigheid: 2010-08-10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2010/269
BA 2010/247

Uitspraak

201006160/3/H1.

Datum uitspraak: 10 augustus 2010

Raad van State

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Zutphen,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 2 juni 2010 in zaak nr. 09/375 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

het college.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 juli 2008 heeft het college [betrokkene] onder oplegging van een dwangsom gelast binnen vier weken na verzending van dit besluit een drietal antennes op het perceel [adres] te [woonplaats] te verwijderen of de hoogte terug te brengen tot 5 m.

Bij besluit van 5 februari 2009 heeft het college het door [betrokkene] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 juni 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [betrokkene] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 5 februari 2009 vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 juni 2010, heeft het college daartegen hoger beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 juli 2010, heeft het college de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen

2.1. De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.

2.2. Het verzoek is erop gericht dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het college in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen. Aan het verzoek heeft het college ten grondslag gelegd dat het besluit van 5 februari 2009 op goede gronden is genomen.

2.2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [betrokkene] gegrond verklaard en het besluit van 5 februari 2009 vernietigd, omdat het college naar haar oordeel in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de antennes niet voldoen aan redelijke eisen van welstand. Niet valt in te zien dat het college niet, gevolg gevend aan die uitspraak, een nieuw besluit op bezwaar kan nemen. Niets staat er aan in de weg om de welstandscommissie om een aanvullend advies te verzoeken. Onder die omstandigheden en gelet op het belang dat wordt gediend bij finale beslechting van het geschil, ziet de voorzitter geen aanleiding af te wijken van de hoofdregel dat het college een nieuw besluit neemt dat met toepassing van de artikelen 6:18, 6:19 en 6:24 van de Awb kan worden beoordeeld in het kader van het hoger beroep dat door het college tegen de uitspraak van de rechtbank is ingesteld.

2.3. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump

voorzitter w.g. Van Roessel

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2010

457.

Verzonden: 10 augustus 2010

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

mr. H.H.C. Visser