Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN4903

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-08-2010
Datum publicatie
25-08-2010
Zaaknummer
201001471/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 december 2008 heeft het college geweigerd aan [appellant] ontheffing en bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een afdak op een bestaand dakterras aan de achterzijde van de woning op het perceel [locatie] te [woonplaats] (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201001471/1/H1.

Datum uitspraak: 25 augustus 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 22 december 2009 in zaak nr. 09/2153 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2008 heeft het college geweigerd aan [appellant] ontheffing en bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een afdak op een bestaand dakterras aan de achterzijde van de woning op het perceel [locatie] te [woonplaats] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 15 april 2009 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 december 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 februari 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brieven van 23 februari 2010 en 22 maart 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 augustus 2010, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door H.H. Bach, en het college, vertegenwoordigd door mr. I.M.I. van den Bergh, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Anders dan het college betoogt, is het hoger beroepschrift niet buiten de daarvoor gestelde termijn bij de Raad van State ingediend.

2.1.1. Uit het beroepschrift van [appellant] noch uit de in het dossier opgenomen stukken is gebleken dat hij werd bijgestaan door een gemachtigde. Tevens heeft [appellant] voor de verzending van de uitspraak niet kenbaar gemaakt dat hij zich door een gemachtigde liet bijstaan. Uit de omstandigheid dat H.H. Bach namens [appellant] stukken bij de rechtbank heeft ingediend is evenmin af te leiden dat deze in het vervolg als gemachtigde van [appellant] zou optreden. Nu de rechtbank de uitspraak op 22 december 2009 in plaats van aan [appellant] aan H.H. Bach heeft verzonden, was ten tijde van het indienen van het hoger beroep de termijn nog niet verstreken.

2.2. Ingevolge artikel 4:6, eerste lid, van de Awb is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan.

Ingevolge het tweede lid van dit artikel kan het bestuursorgaan, wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, de aanvraag zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 van de Awb afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking.

2.2.1. [appellant] heeft reeds eerder een aanvraag om bouwvergunning ingediend voor het verwezenlijken van een afdak op een bestaand dakterras aan de achterzijde van de woning op het perceel, waarop door het college bij besluit van 27 december 2007 afwijzend is besloten. Dit besluit is thans in rechte onaantastbaar.

2.2.2. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de aanvraag van 14 augustus 2008 ziet op hetzelfde bouwplan. Zij heeft deze aanvraag dan ook terecht aangemerkt als een herhaalde aanvraag na een afwijzende beschikking.

Nu [appellant] bij zijn aanvraag geen nieuw gebleken feiten of omstandigheden heeft vermeld en uit de aanvraag evenmin kan worden afgeleid dat zich een relevante wijziging van het recht heeft voorgedaan, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat zij niet meer behoefde toe te komen aan de vraag of het college de aangevraagde bouwvergunning had moeten verlenen.

Het betoog faalt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. V. van Dorst, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Van Dorst

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2010

357-669.