Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN3738

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-08-2010
Datum publicatie
11-08-2010
Zaaknummer
201002243/1/V6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 december 2008 heeft de Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen (hierna: de CWI) aanvragen van [appellante] om verlening van tewerkstellingsvergunningen ten behoeve van [vreemdeling A] en [vreemdeling B] van Roemeense nationaliteit (hierna: de vreemdelingen) afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201002243/1/V6.

Datum uitspraak: 11 augustus 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) van 27 januari 2010 in zaak nr. 09/15464 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het UWV).

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 december 2008 heeft de Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen (hierna: de CWI) aanvragen van [appellante] om verlening van tewerkstellingsvergunningen ten behoeve van [vreemdeling A] en [vreemdeling B] van Roemeense nationaliteit (hierna: de vreemdelingen) afgewezen.

Bij besluit van 2 maart 2009 heeft het UWV het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 27 januari 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het daartegen door [appellante] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 maart 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 1 april 2010. Deze brieven zijn aangehecht.

Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 juli 2010, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. M.J. van Dam, advocaat te Rotterdam, en het UWV, vertegenwoordigd door R.K. Nai Chung Tong, werkzaam bij het UWV, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Op dit geding is de Wav van toepassing zoals die wet luidde tot de inwerkingtreding van de wet van 25 juni 2009 (Stb. 2009, 265) op 1 juli 2009.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wav is het een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning.

Ingevolge artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wav wordt een tewerkstellingsvergunning geweigerd indien het een arbeidsplaats betreft waarvan de beschikbaarheid niet ten minste vijf weken vóór het indienen van de aanvraag aan de CWI is gemeld.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd indien de werkgever niet kan aantonen voldoende inspanningen te hebben gepleegd de arbeidsplaats door prioriteitgenietend op de arbeidsmarkt beschikbaar aanbod te vervullen.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd indien van de te vervullen arbeidsplaats de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden beneden het niveau liggen dat wettelijk is vereist of in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is.

Ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen is het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wav niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft en geen arbeidsovereenkomst heeft met een in Nederland gevestigde werkgever en uitsluitend arbeid verricht op buiten Nederland geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer.

Volgens paragraaf 2 van de UWV Beleidsregels uitvoering Wav (hierna: de Beleidsregels), voor zover thans van belang, geschiedt het indienen van een aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning door indiening van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier dat als bijlage bij de beleidsregels is gevoegd.

Volgens paragraaf 6 van de Beleidsregels, voor zover thans van belang, dient, naast het vermelden op het aanvraagformulier wat de bruto beloning per maand is, bij de aanvraag een op naam van de vreemdeling gestelde concept-arbeidsovereenkomst te worden gevoegd welke door de werkgever is ondertekend.

Ingevolge artikel 39, eerste lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna: het EG-Verdrag), thans, na wijziging, artikel 45, eerste lid, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna: het VWEU), is het verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap vrij.

Ingevolge artikel 23 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië en de aanpassing van de verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (hierna: de Toetredingsakte), voor zover thans van belang, zijn de in Bijlage VII bij deze Akte vermelde besluiten ten aanzien van Roemenië van toepassing onder de in die bijlage neergelegde voorwaarden.

Ingevolge Bijlage VII "Lijst bedoeld in artikel 23 van de Toetredingsakte: overgangsmaatregelen, Roemenië", onderdeel 1, punt 1, is wat betreft het vrij verkeer van werknemers en het vrij verrichten van diensten dat gepaard gaat met tijdelijk verkeer van werknemers als bedoeld in artikel 1 van Richtlijn 96/71/EG tussen, voor zover thans van belang, Roemenië en Nederland, artikel 39 van het EG-Verdrag, thans, na wijziging, artikel 45 van het VWEU, slechts volledig van toepassing onder voorbehoud van de overgangsregelingen van de punten 2 tot en met 14.

Ingevolge punt 2, voor zover thans van belang, zullen de huidige lidstaten, in afwijking van de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot het einde van het tweede jaar na de datum van toetreding van Roemenië, nationale of uit bilaterale overeenkomsten voortvloeiende maatregelen toepassen om de toegang van Roemeense onderdanen tot hun arbeidsmarkten te regelen.

Nederland heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om ingevolge voormelde Bijlage VII het recht op het vrij verkeer van werknemers, zoals neergelegd in artikel 39 van het EG-Verdrag, thans, na wijziging, artikel 45 van het VWEU, tijdelijk te beperken en heeft door voortzetting van de overgangsperiode de vergunningplicht ingevolge de Wav tot 1 januari 2012 gehandhaafd (Kamerstukken II 2008/09, 29 407, 98, p. 4).

2.2. [appellante] betoogt dat, samengevat weergegeven, het door Nederland ten opzichte van Roemenië gemaakte voorbehoud ter zake van het vrij verkeer van werknemers uitsluitend geldt indien de Nederlandse arbeidsmarkt in geding is. In het onderhavige geval is sprake van Roemeense bemanningsleden aan boord van een internationaal varend schip dat toevalligerwijs door Nederland vaart. Volgens [appellante] is in die situatie de Nederlandse arbeidsmarkt niet in geding, zodat geen tewerkstellingsvergunning geëist mag worden. [appellante] wijst in dit verband verder op artikel 1, eerste lid, sub b, van het Besluit uitvoering Wav, waarin is vermeld dat de eis van een tewerkstellingsvergunning niet geldt indien er geen arbeidsovereenkomst is met een Nederlandse partij voor binnenschepen die niet in Nederland zijn geregistreerd.

2.2.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 13 januari 2010 in zaak nr. 200901239/1/V6), heeft Nederland gebruik gemaakt van de mogelijkheid om, conform de in 2.1. weergegeven passage van Bijlage VII, voor zover thans van belang, het vrij verkeer van werknemers, zoals neergelegd in artikel 39 van het EG-Verdrag, thans, na wijziging, artikel 45 van het VWEU, tijdelijk te beperken zodat gedurende de overgangsperiode de uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende rechten en verplichtingen inzake het vrij verkeer van werknemers niet ten volle gelding hebben. De vergunningplicht ingevolge de Wav mag dan ook gedurende deze periode worden gehandhaafd.

Niet in geschil is dat de vreemdelingen aan boord van een in de Nederlandse binnenwateren varend en in Nederland geregistreerd schip arbeid hebben verricht. Voorts zijn de vreemdelingen in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever die de rechtsvorm heeft van een vennootschap naar Nederlands recht. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden kan het betoog dat de Wav niet van toepassing is omdat de Nederlandse arbeidsmarkt niet in geding zou zijn en dus een tewerkstellingsvergunning niet mag worden geëist, niet worden gevolgd. Ook de verwijzing in dit verband naar artikel 1, eerste lid, sub b, van het Besluit uitvoering Wav treft geen doel, reeds omdat sprake is van een in Nederland geregistreerd schip zodat de in voormeld artikel opgenomen uitzondering op het verbod van artikel 2, eerste lid, van de Wav, niet van toepassing is. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat voor de verrichte werkzaamheden geen tewerkstellingsvergunning was vereist.

Het betoog faalt.

2.3. Voorts betoogt [appellante] dat, samengevat weergegeven, de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gestelde arbeidsvoorwaarden op het wettelijk vereiste niveau liggen dan wel marktconform zijn, aangezien zij geen concept-arbeidsovereenkomsten heeft overgelegd.

2.3.1. Niet in geschil is dat [appellante] geen op naam van de vreemdelingen gestelde schriftelijke concept-arbeidsovereenkomsten heeft overgelegd. Hierdoor is niet aannemelijk gemaakt dat de gestelde arbeidsvoorwaarden op het niveau liggen dat wettelijk is vereist of in de bedrijfstak gebruikelijk is.

Het betoog van [appellante] in dit verband dat ten aanzien van de concept-arbeidsovereenkomsten niet de eis bestaat dat deze schriftelijk zijn en dat op de aanvraagformulieren voor de tewerkstellingsvergunningen de arbeidsvoorwaarden zoals die mondeling zijn overeengekomen reeds zijn vermeld, zodat de arbeidsvoorwaarden vastliggen en aannemelijk zijn gemaakt, faalt. In paragraaf 6 van de Beleidsregels is vermeld dat sprake moet zijn van een op naam van de vreemdeling gestelde concept-arbeidsovereenkomst welke door de werkgever is ondertekend. Hieruit volgt reeds dat het moet gaan om een schriftelijke arbeidsovereenkomst en dat niet met een mondelinge arbeidsovereenkomst kan worden volstaan. Bovendien is in voormelde paragraaf uitdrukkelijk opgenomen dat naast het vermelden van de bruto beloning per maand op het aanvraagformulier, bij de aanvraag ook een op naam van de vreemdeling gestelde arbeidsovereenkomst moet worden overgelegd, zodat uitsluitend een vermelding van de bruto beloning per maand op het aanvraagformulier niet voldoende is.

De rechtbank heeft reeds gelet op het vorenoverwogene met juistheid geconcludeerd dat het UWV bij besluit van 2 maart 2009 de afwijzing van de aanvragen om tewerkstellingsvergunningen terecht heeft gehandhaafd. Voor zover [appellante] heeft betoogd dat de aanvragen ten onrechte zijn afgewezen op grond van het bepaalde in de artikelen 8, eerste lid, aanhef en onder b, en 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wav, behoeven deze betogen derhalve geen bespreking meer.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. M.A.A. Mondt-Schouten, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Melenhorst, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Melenhorst

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2010

490.