Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN3707

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-08-2010
Datum publicatie
11-08-2010
Zaaknummer
201001284/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 juli 2008 heeft de raad 100 extra uren rechtsbijstand aan [appellant] toegekend voor werkzaamheden van diens gemachtigde vanaf 2 juni 2008.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201001284/1/H2.

Datum uitspraak: 11 augustus 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 december 2009 in zaak nr. 08/5044 in het geding tussen:

[appellant]

en

de raad voor rechtsbijstand Amsterdam (thans: het bestuur van de raad voor rechtsbijstand).

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 juli 2008 heeft de raad 100 extra uren rechtsbijstand aan [appellant] toegekend voor werkzaamheden van diens gemachtigde vanaf 2 juni 2008.

Bij besluit van 28 oktober 2008 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 15 december 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 januari 2010, hoger beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 juli 2010, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. B. Yesilgouz, advocaat te Amsterdam, en het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, vertegenwoordigd door drs. J. Wijkstra, werkzaam bij de raad voor rechtsbijstand, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] heeft zich in een strafzaak laten bijstaan door zijn gemachtigde. De gemachtigde heeft namens [appellant] hiervoor meerdere keren extra uren aangevraagd en gedeclareerd.

De gemachtigde heeft op 2 juni 2008 een aanvraag bij de raad ingediend om toekenning van 100 extra uren rechtsbijstand.

De raad heeft de gemachtigde bij brief van 21 juni 2008 bericht dat het eerder toegekende maximum is overschreden met 94 uren en dat het voornemen is om die uren buiten beschouwing te laten, tenzij de gemachtigde een verschoonbare reden aanvoert.

De gemachtigde heeft hierop gereageerd bij brief van 24 juni 2008.

Vervolgens heeft de raad bij besluit van 1 juli 2008 100 extra uren rechtsbijstand toegekend aan [appellant] voor werkzaamheden van diens gemachtigde vanaf 2 juni 2008. Daarbij is vermeld dat er geen verschoonbare reden is voor de overschrijding van het eerder toegekende maximum aantal uren.

De gemachtigde heeft op 3 juli 2008 opnieuw een aanvraag ingediend, nu om toekenning van 20 uren extra rechtsbijstand.

De raad heeft de gemachtigde bij brief van 22 juli 2008 bericht dat de aanvraag is aangehouden in verband met de brief van de raad van dezelfde datum waarin hem is meegedeeld dat het eerder toegekende maximum is overschreden met 7 uren en dat het voornemen bestaat om die uren buiten beschouwing te laten, tenzij de gemachtigde een verschoonbare reden aanvoert.

Vervolgens heeft de raad bij besluit van 29 juli 2008 20 extra uren rechtsbijstand toegekend voor werkzaamheden vanaf 3 juli 2008.

[appellant] heeft bij brief van 19 augustus 2008 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 1 juli 2008, voor zover daarbij de overschrijding van het eerder toegekende maximum aantal extra uren niet verschoonbaar is geacht.

De raad heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard aangezien de termijn voor het indienen van het bezwaar is overschreden en die overschrijding niet verschoonbaar is.

2.2. [appellant] heeft zijn hoger beroepsgrond betreffende het besluitkarakter van de brief van de raad van 1 juli 2008 over de overschrijding van de eerder toegekende extra uren met 94 uren, ter zitting ingetrokken. Het geschil in hoger beroep beperkt zich tot de vraag of sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding.

2.3. [appellant] voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de vergissing van de gemachtigde dat hij de brieven van de raad van 22 juli 2008 heeft opgevat als een herhaling van het verzoek van 24 (lees: 21) juni 2008, voor diens risico en rekening is. Hij verwijst daartoe naar het kenmerk van de brief van de raad van 21 juni 2008 dat hetzelfde is als die van de brief van 1 juli 2008 en de onduidelijke inhoud van deze brieven.

2.3.1. Het betoog faalt. Met de rechtbank wordt overwogen dat uit het besluit van 1 juli 2008, gelezen in samenhang met de daaraan voorafgaande brief van de raad van 21 juni 2008, volgt dat de raad geen verschoonbare reden aanwezig acht voor de overschrijding van het eerder toegekende maximum aantal uren met 94 uren en dat die uren derhalve bij de vaststelling van de vergoeding buiten beschouwing worden gelaten. Vervolgens heeft [appellant] op 3 juli 2008 een nieuwe aanvraag ingediend om toekenning van 20 extra uren rechtsbijstand. Hierop volgend heeft hij de brieven van de raad van 22 juli 2008 ontvangen waarin is medegedeeld dat de aanvraag om vergoeding is aangehouden en respectievelijk dat het eerder toegekende maximum ten opzichte van de eerder ingediende begroting met 7 uren is overschreden en dat die uren buiten beschouwing worden gelaten, tenzij [appellant] een verschoonbare reden daarvoor aanvoert. De brief van 21 juni 2008 heeft weliswaar nagenoeg dezelfde strekking, maar die volgt op de aanvraag van 2 juni 2008 en heeft betrekking op een overschrijding van een eerder toegekend maximum met 94 uren. Hieruit kan worden afgeleid dat de brieven van 22 juli 2008 betrekking hebben op de aanvraag van 3 juli 2008. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat de gestelde vergissing van de gemachtigde, dat hij die brieven heeft uitgelegd als een herhaling van het verzoek van 24 (lees: 21) juni 2008, voor diens risico en rekening komt. Voorts had de gemachtigde naar aanleiding van deze brieven de raad tijdig kunnen vragen om een toelichting indien die hem niet duidelijk waren. De rechtbank heeft terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de raad de overschrijding van de bezwaartermijn ten onrechte niet verschoonbaar heeft geacht.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Bindels

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2010

85-609.