Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN3706

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-08-2010
Datum publicatie
11-08-2010
Zaaknummer
201000958/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 november 2007 heeft het college het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden wegens het door de Regionale Woningbouw Stichting, partner in wonen (hierna: RWS), bouwen in afwijking van een op 21 mei 2007 verleende lichte bouwvergunning voor het veranderen van de woning op het perceel Zuid Kerkstraat 47 te Colijnsplaat (hierna: het perceel), afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201000958/1/H1.

Datum uitspraak: 11 augustus 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 24 december 2009 in zaak nr. 08/599 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 november 2007 heeft het college het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden wegens het door de Regionale Woningbouw Stichting, partner in wonen (hierna: RWS), bouwen in afwijking van een op 21 mei 2007 verleende lichte bouwvergunning voor het veranderen van de woning op het perceel Zuid Kerkstraat 47 te Colijnsplaat (hierna: het perceel), afgewezen.

Bij besluit van 19 mei 2008 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 december 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 januari 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 19 februari 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 juli 2010, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. H. Goedegebure, advocaat te Zierikzee, en het college, vertegenwoordigd door H.W. Oving, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten niet handhavend op te treden. Zij stelt dat RWS in afwijking van de bouwvergunning heeft gebouwd, ten gevolge waarvan aanzienlijke schade is ontstaan aan haar woning. Volgens [appellante] is de achtergevel van de woning door RWS ten onrechte niet met kalkzandsteen en een stalen skelet uitgevoerd.

2.2. Allereerst dient te worden vastgesteld of RWS heeft gebouwd in afwijking van de aan haar verleende bouwvergunning.

2.3. Bij besluit van 21 mei 2007 heeft het college aan RWS bouwvergunning verleend voor het veranderen van de woning. In de aanvraag om bouwvergunning, die onderdeel uitmaakt van de verleende bouwvergunning, staat dat de achtergevel "in bestaand materiaal" wordt uitgevoerd. Ter zitting noch uit de in het dossier opgenomen stukken is aannemelijk geworden dat in de bestaande situatie de achtergevel van de woning was uitgevoerd met kalkzandsteen en dat een stalen skelet was aangebracht. Het college heeft zich derhalve, bij besluit op bezwaar van 19 mei 2008, terecht op het standpunt gesteld dat niet is vast komen te staan dat materialen zijn gebruikt in afwijking van de verleende bouwvergunning. Het college was dan ook niet bevoegd handhavend op te treden.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank, zij het op andere gronden, terecht tot de conclusie gekomen dat geen grond bestond voor handhavend optreden.

Aan hetgeen [appellante] heeft aangevoerd, wordt dan ook niet toegekomen.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van de gronden waarop deze rust, te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Van Driel

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2010

163-669.