Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN3185

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-08-2010
Datum publicatie
04-08-2010
Zaaknummer
201000438/1/H1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBUTR:2009:BK7197, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 20 en 21 december 2007 heeft het college aan Bonte Vlucht bouwvergunningen verleend voor het plaatsen van in totaal 34 stacaravans (hierna: de objecten) op het perceel Leersumsestraatweg 23 te Doorn (hierna: het perceel).

Wetsverwijzingen
Woningwet
Woningwet 44
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2010/747
BR 2010/189

Uitspraak

201000438/1/H1.

Datum uitspraak: 4 augustus 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bonte Vlucht B.V. (hierna: Bonte Vlucht), gevestigd te Terwolde, gemeente Voorst,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 11 december 2009 in zaak nr. 08/2638 in het geding tussen:

Bonte Vlucht

en

het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug.

1. Procesverloop

Bij besluiten van 20 en 21 december 2007 heeft het college aan Bonte Vlucht bouwvergunningen verleend voor het plaatsen van in totaal 34 stacaravans (hierna: de objecten) op het perceel Leersumsestraatweg 23 te Doorn (hierna: het perceel).

Bij besluit van 14 juli 2008 heeft het college de door Recreantenvereniging De Bonte Vlucht (hierna: de Vereniging) en [bezwaarmaker] daartegen gemaakte bezwaren gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard, de besluiten van 20 december 2007 herroepen en alsnog geweigerd de gevraagde bouwvergunningen te verlenen.

Bij uitspraak van 11 december 2009, verzonden op 16 december 2009, heeft de rechtbank het door Bonte Vlucht daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 14 juli 2008 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Bonte Vlucht bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 januari 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 2 februari 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de Vereniging een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Bij besluit van 26 januari 2010 heeft het college de bezwaren opnieuw gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard, de besluiten van

20 (lees: 20 en 21) december 2007 opnieuw herroepen en nogmaals geweigerd de gevraagde bouwvergunningen te verlenen.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 juli 2010, waar Bonte Vlucht, vertegenwoordigd door mr. J. Bosman, advocaat te Ede, vergezeld door [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door mr. E.J. Zorgdrager en P. Ham, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is daar de Vereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigden], als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Bonte Vlucht betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de objecten waarvoor bouwvergunning is aangevraagd dienen te worden aangemerkt als stacaravans en niet als recreatiewoningen, zodat geen sprake is van strijd met het bestemmingsplan.

2.1.1. Ingevolge het bestemmingsplan "Woongebieden en recreatieterreinen" (hierna: het bestemmingsplan) heeft het perceel de bestemming "Recreatieve doeleinden I".

2.1.2. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de planvoorschriften wordt in de voorschriften verstaan onder:

n. recreatiewoning: een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor recreatief verblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; hieronder worden tevens trekkershutten begrepen;

o. toeristisch kampeermiddel: een onderkomen, zoals een tent, tentwagen, een kampeerauto, een caravan, met uitzondering van een stacaravan of enig ander (gedeelte van een) (voormalig) voertuig, dat periodiek dient als woning voor recreanten, die hun hoofdverblijf elders hebben en waarvoor geen bouwvergunning ingevolge de Woningwet is vereist;

p. stacaravan: een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat periodiek dient als woning voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben en mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als aanhangsel van een auto te worden voortbewogen.

2.1.3. Vaststaat dat de objecten een nokhoogte hebben van 3,8 m, schuin aflopend naar een goothoogte van 3 m en dat de daken ervan zijn voorzien van dakgoten en regenpijpen. Voorts varieert de oppervlakte tussen 43,6 m2 en 45,22 m2. Blijkens de bij de aanvragen behorende bouwtekeningen worden de objecten geplaatst op ingegraven stelconplaten en bevindt de ingang van de objecten zich op maaiveldniveau. Gelet op het totaalbeeld van de objecten is geen sprake van kampeermiddelen in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, maar van plaatsgebonden recreatiewoningen. De omstandigheid dat de objecten van wielen zijn voorzien, maakt dit niet anders. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat, gezien de constructie van het chassis met kleine wielen aan een korte balk, een plint die het chassis aan het oog onttrekt en een niet op de bouwtekening ingetekende verwijderbare dissel, aannemelijk is dat deze wielen slechts zijn bedoeld voor het laden en lossen van de objecten op hun definitieve standplaats. Dat het chassis blijkens de bouwtekeningen wordt ingegraven en dat de objecten op nutsvoorzieningen zullen worden aangesloten wijst ook op plaatsgebondenheid. De rechtbank heeft terecht geen grond gevonden voor een ander oordeel. Voor de vraag of de onderhavige objecten als stacaravans of als recreatiewoningen zijn aan te merken is de status en wijze van uitvoering van de bestaande recreatieobjecten in het recreatiepark voorts niet relevant.

Nu de objecten als recreatiewoningen aangemerkt dienen te worden, het aantal recreatiewoningen in het bestemmingsplan is gemaximeerd en dit maximum als gevolg van de bouwplannen wordt overschreden, heeft de rechtbank de bouwplannen terecht in strijd geacht met het bestemmingsplan.

Het betoog faalt.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Bij besluit van 26 januari 2010 (hierna: het nieuwe besluit) heeft het college, gevolg gevend aan de aangevallen uitspraak, opnieuw beslist op het door de Vereniging gemaakte bezwaar. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in samenhang met de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van die wet, geacht eveneens onderwerp te zijn van dit geding.

2.4. Gelet op artikel 44 van de Woningwet dient het college uitsluitend te beoordelen of zich voor de bouwvergunning een van de in dat artikel opgenomen weigeringsgronden voordoet. Als dat niet het geval is, moet de bouwvergunning worden verleend; als dat wel zo is, moet deze worden geweigerd. Vaststaat dat de bouwplannen in strijd zijn met het bestemmingsplan. Voorts is gebleken dat de gemeenteraad bij besluit van 14 januari 2010 heeft geweigerd ten behoeve van de bouwplannen vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen. Nu zich gezien het vorenstaande een weigeringsgrond als bedoeld in voormeld artikel voordoet, was het college gehouden de gevraagde bouwvergunningen te weigeren. Dit heeft het dan ook terecht gedaan.

2.5. Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. verklaart het beroep tegen het besluit van 26 januari 2010 ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. S.F.M. Wortmann, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Hanrath

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2010

392.