Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN3143

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-07-2010
Datum publicatie
04-08-2010
Zaaknummer
201002769/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 januari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Hoog Dalem" en het exploitatieplan "Hoog Dalem" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201002769/2/R1.

Datum uitspraak: 27 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Gorinchem,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 januari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Hoog Dalem" en het exploitatieplan "Hoog Dalem" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 maart 2010, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 maart 2010, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 juli 2010, waar [verzoeker], bijgestaan door ing. H.W. Ebbers, werkzaam bij rentmeesterskantoor Noordanus & Partners en de raad, vertegenwoordigd door mr. T.E.P.A. Lam, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het bestemmingsplan voorziet, voor zover van belang, in de bouw van ongeveer 1400 woningen met voorzieningen in de wijk Hoog Dalem van Gorinchem.

2.3. Het verzoek van [verzoeker] is gericht tegen het bestemmingsplan, voor zover dit voorziet in woningbouw binnen een afstand van 100 meter van zijn paardenhouderij aan de [locatie].

2.4. Ter zitting is namens de raad onweersproken verklaard dat de in geding zijnde gronden in het exploitatieplan zijn aangeduid als de velden 13, 14 en 15. Verder heeft de raad te kennen gegeven dat de desbetreffende gronden al bouwrijp zijn gemaakt.

In artikel 4 van de regels van het exploitatieplan is - voor zover hier van belang - bepaald dat de realisatie, het woonrijp maken en de oplevering overeenkomstig de in de Planfasering Hoog Dalem voorgeschreven fasering plaatsvinden, met dien verstande dat, indien de in de Planfasering Hoog Dalem voorgeschreven werkzaamheden 'voorbereiding', 'besluitvorming' en 'bezwaar/beroep' worden vertraagd als gevolg van bezwaar en beroep, dientengevolge de opgesomde werkzaamheden elk een gelijke vertraging krijgen.

In de Planfasering Hoog Dalem is, ervan uitgaande dat de beroepsfase van het bestemmingsplan eind 2010 is afgerond, de realisatie wat betreft de velden 13, 14 en 15 gepland in onderscheidenlijk het tweede kwartaal van 2011, het tweede kwartaal van 2012 en het vierde kwartaal van 2013.

Ingevolge artikel 44, eerste lid, aanhef en onder g, van de Woningwet, mag slechts en moet een reguliere bouwvergunning worden geweigerd indien een bouwplan in strijd is met het exploitatieplan of met krachtens zodanig plan gestelde regels.

Gezien het voorgaande dient het college van burgemeester en wethouders een eventuele bouwaanvraag wat betreft de velden 13, 14 en 15 te weigeren, zodra het bestemmingsplan in werking treedt.

Bij faxbericht van 30 juni 2010 hebben de projectontwikkelaars van de velden 13, 14 en 15, de commanditaire vennootschap Hoog Dalem C.V. en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hoog Dalem Beheer B.V., verklaard dat er geen bouwaanvraag is ingediend en ook geen bouwaanvraag zal worden ingediend voor bebouwing van de velden 13, 14 en 15, voordat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan in de bodemzaak.

2.5. Gelet op het voorgaande is de voorzitter van oordeel dat de vereiste onverwijlde spoed voor het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt. Het verzoek komt niet voor inwilliging in aanmerking.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Nienhuis

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2010

466.