Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN2658

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
28-07-2010
Zaaknummer
201000763/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 december 2007 heeft het college op aanvraag van de vereniging een voorziening voor nieuwbouw van de school "Het Startblok" op het Programma voorzieningen onderwijshuisvesting 2008 geplaatst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201000763/1/H2.

Datum uitspraak: 28 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 16 december 2009 in zaken nrs. 08/2197 en 08/2206 in het geding tussen:

de vereniging Vereniging Voor Christelijk Onderwijs, gevestigd te Harderwijk,

en

het college.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 december 2007 heeft het college op aanvraag van de vereniging een voorziening voor nieuwbouw van de school "Het Startblok" op het Programma voorzieningen onderwijshuisvesting 2008 geplaatst.

Bij besluit van 22 april 2008 heeft het college goedkeuring verleend aan het door de vereniging ingediende bouwplan voor "Het Startblok". Daarbij heeft het college medegedeeld dat de kosten voor het universeel bekabelingsnetwerk met toebehoren, waaronder een patchkast, (hierna: de data-infrastructuur) niet ten laste komen van de gemeente.

Bij besluit van 30 mei 2008 heeft het college op de door de vereniging ingediende stichtingskosten € 30.000 voor kosten van data-infrastructuur in mindering gebracht en de stichtingskosten vastgesteld op € 4.056.157.

Bij besluit van 18 november 2008 heeft het college de door de vereniging tegen de besluiten van 22 april en 30 mei 2008 gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 december 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door de vereniging daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 januari 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 17 februari 2010.

De vereniging heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 mei 2010, waar het college, vertegenwoordigd door mr. R.D. Lubach, advocaat te Amsterdam, en A.D. Deelen, bouwkundig adviseur in dienst van de gemeente, en de vereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigden], zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 2, aanhef en onder a, van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2006 worden bij de toepassing van deze verordening de volgende voorzieningen onderscheiden:

1º […] nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een gebouw waarin een school is gehuisvest, al dan niet op dezelfde locatie;

[…]

6º inrichting met een onderwijsleerpakket of met leer- en hulpmiddelen voor zover deze nog niet eerder voor bekostiging van rijks- of gemeentewege in aanmerking is gebracht

[…].

Ingevolge artikel 4, tweede lid, […] worden de vergoedingsbijdragen die zijn gebaseerd op de feitelijke kosten vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel B.

Ingevolge het derde lid […] is deel B van bijlage IV van toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a 1 en a 2; […].

2.2. In geschil is slechts of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de kosten van data-infrastructuur niet zijn begrepen in de voorzieningen voor onderwijshuisvesting als bedoeld in de Verordening.

2.3. Het college betoogt, samengevat weergegeven, dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de kosten ten behoeve van de data-infrastructuur moeten worden aangemerkt als nieuwbouwkosten die ten laste komen van het bouwkrediet. Daartoe voert het college aan dat de data-infrastructuur behoort tot het onderwijsleerpakket en als zodanig moet worden bekostigd uit de genormeerde vergoeding eerste inrichting, dan wel vanuit de rijksvergoeding voor materiële instandhouding.

2.3.1. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de data-infrastructuur, evenals infrastructuur voor telefonie, een wezenlijk onderdeel vormt van een schoolgebouw en dat de aanleg hiervan in de huidige tijd noodzakelijk is om een nieuw schoolgebouw functioneel te kunnen gebruiken, zodat de met de aanleg gepaard gaande kosten als nieuwbouwkosten van het schoolgebouw moeten worden aangemerkt.

Met de rechtbank ziet de Afdeling in de door het college overgelegde stukken geen grond om van de normale bekostigingssystematiek voor nieuwbouwkosten af te wijken. Deze stukken, waarin de kosten van informatie- en communicatietechnologie worden gebracht onder de bekostiging voor materiële instandhouding dan wel het onderwijsleerpakket, zien op de aanschaf van en het gebruik van computers en randapparatuur, dan wel op de periode waarin in bestaande schoolgebouwen data-infrastructuur moest worden aangebracht. Het college heeft geen stukken ingebracht die betrekking hebben op de toerekening van kosten van data-infrastructuur bij nieuwbouw.

Anders dan het college betoogt, is het aan de bekostiging van het onderwijs ten grondslag liggende beginsel van de vrijheid van onderwijs evenmin reden om van de normale bekostigingssystematiek af te wijken. Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze vrijheid in het gedrang komt door de data-infrastructuur te bekostigen via de stichtingskosten van het nieuwe schoolgebouw.

De rechtbank heeft derhalve terecht en op goede gronden overwogen dat het college ten onrechte de kosten voor data-infrastructuur in mindering heeft gebracht op de stichtingskosten en het besluit terecht vernietigd.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk tot vergoeding van bij de vereniging Vereniging Voor Christelijk Onderwijs in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. bepaalt dat van het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk griffierecht ten bedrage van € 448,00 (zegge: vierhonderdachtenveertig euro) wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. D. Roemers en mr. C.J.M. Schuyt, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Poot

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2010

362.