Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN2593

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-07-2010
Datum publicatie
28-07-2010
Zaaknummer
201004220/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 maart 2010 heeft het dagelijks bestuur het uitwerkingsplan "33e uitwerking tevens gedeeltelijke wijziging bestemmingen gemengde doeleinden en recreatieve doeleinden deelgebieden 10.1 en 11 bestemmingsplan Nesselande" (hierna: het uitwerkingsplan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201004220/2/R1.

Datum uitspraak: 20 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers] (hierna in enkelvoud: [verzoeker]), beiden wonend te [woonplaats],

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Prins Alexander,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 maart 2010 heeft het dagelijks bestuur het uitwerkingsplan "33e uitwerking tevens gedeeltelijke wijziging bestemmingen gemengde doeleinden en recreatieve doeleinden deelgebieden 10.1 en 11 bestemmingsplan Nesselande" (hierna: het uitwerkingsplan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief van 29 april 2010, bij de Raad van State per fax ingekomen op dezelfde dag, beroep ingesteld.

Bij brief van 29 april 2010, bij de Raad van State per fax ingekomen op dezelfde dag, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 juli 2010, waar [verzoeker A], bijgestaan door mr. W. Visser, werkzaam voor Achmea Rechtsbijstand, alsmede het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. S.B.H. Fijneman, werkzaam bij de deelgemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het uitwerkingsplan is opgesteld teneinde een uitwerking te geven aan het op 14 januari 1999 vastgestelde en op 10 augustus 1999 goedgekeurde bestemmingsplan "Nesselande" en voorziet onder meer in een teleskibaan in het gebied dat is gelegen in de Zevenhuizerplas en dat in het bestemmingsplan "Nesselande" wordt aangeduid als deelgebied 10.1 of 11.

2.3. Het verzoek richt zich tegen het feit dat het uitwerkingsplan een teleskibaan mogelijk maakt. Ter zitting is gebleken dat reeds een aanvraag om bouwvergunning is ingediend. Gelet hierop acht de voorzitter een spoedeisend belang aanwezig, zodat zal worden beoordeeld of er aanleiding bestaat tot het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.5. [verzoeker] woont op een afstand van ongeveer 300 meter van het plangebied. Niet is gebleken dat hij vanuit zijn woning zicht heeft op het plangebied. Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die binnen het plangebied mogelijk worden gemaakt, is deze afstand naar het oordeel van de voorzitter te groot om een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang te kunnen aannemen. Voorts heeft [verzoeker] geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstand een objectief en persoonlijk belang rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt. De ter zitting aangevoerde omstandigheid dat vanwege de teleskibaan moet worden gevreesd voor parkeerproblemen in de straat waar [verzoeker] woont kan niet als zodanig worden aangemerkt, nu aannemelijk is geworden dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn in de directe nabijheid van de teleskibaan, zodat niet de verwachting bestaat dat naar elders hoeft te worden uitgeweken. De voorzitter is van oordeel dat [verzoeker] verder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de ruimtelijke uitstraling van de teleskibaan of de gevolgen die hij daarvan kan ondervinden anderszins zodanig zijn dat hij als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt.

De voorzitter heeft dan ook de verwachting dat [verzoeker] in de bodemprocedure niet als belanghebbende zal worden aangemerkt en dat zijn beroep daarom niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.6. Gelet hierop dient het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra w.g. Nienhuis

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2010

466-646.