Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN2353

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-07-2010
Datum publicatie
26-07-2010
Zaaknummer
201006308/2/M1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij ongedateerd besluit, uitgereikt aan Sterigenics op 1 juli 2010, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer een bij besluit van 16 december 2009 opgelegde last onder dwangsom ingetrokken en besloten om bestuursdwang toe te passen door het gebruik van de sterilisatoren binnen de inrichting van Sterigenics, gelegen op het perceel Storkstraat 8-10 te Zoetermeer, te beëindigen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 2010/1260
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201006308/2/M1.

Datum uitspraak: 19 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State omtrent ambtshalve toepassing van artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot de uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van 1 juli 2010 in zaak nr. 201006308/1/M1, inzake het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sterigenics Holland B.V. (hierna: Sterigenics), gevestigd te Zoetermeer,

verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (hierna: het college),

verweerder.

1. Procesverloop

Bij ongedateerd besluit (hierna: het bestreden besluit), uitgereikt aan Sterigenics op 1 juli 2010, heeft het college een bij besluit van 16 december 2009 opgelegde last onder dwangsom ingetrokken en besloten om bestuursdwang toe te passen door het gebruik van de sterilisatoren binnen de inrichting van Sterigenics, gelegen op het perceel Storkstraat 8-10 te Zoetermeer, te beëindigen.

Tegen dat besluit heeft Sterigenics bezwaar gemaakt.

Bij brief van 1 juli 2010, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, heeft Sterigenics de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij uitspraak van 1 juli 2010 in zaak nr. 201006308/1/M1 heeft de voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het bestreden besluit geschorst en daarbij bepaald dat hij zich, na een daartoe te houden zitting, ambtshalve zal beraden of er aanleiding bestaat de getroffen voorziening op te heffen of te wijzigen.

De voorzitter heeft partijen in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting op 5 juli 2010. Daar zijn verschenen Sterigenics, vertegenwoordigd door P. Lipkens, E. Meijers, H. Aeschliman, D. Beelen en ing. S. Veenstra, bijgestaan door mrs. L.A.J. Spaans en H.C. van Geen, beiden advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.H.A. van der Grinten, advocaat te Amsterdam, B. Loos, P. Harsveld, S. Rinsma, L. Schreuder, A.P. Duijzer en N.N. van Zanten, allen werkzaam bij de gemeente, en E.M.J. van der Gaag en ing. J. Boot, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Binnen de inrichting van Sterigenics worden producten, waaronder medische apparatuur, gesteriliseerd met ethyleenoxide. De afgassen uit de nabehandelingsruimten worden in een wasinstallatie behandeld ter verwijdering van ethyleenoxide.

2.2. In vergunningvoorschrift 4.2 van de bij besluit van 2 januari 2002 verleende milieuvergunning is, voor zover thans van belang, bepaald dat de concentratie ethyleenoxide uit de wasinstallatie geen hogere concentratie mag bevatten dan 15 milligram ethyleenoxide per kubieke meter gereinigde lucht (15 mg/m3).

2.3. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de in voorschrift 4.2 gestelde emissienorm is overschreden. Volgens het college is dit het geval, gelet op de door adviesbureau SGS Environmental Services (hierna: SGS) uitgevoerde emissiemetingen en het naar aanleiding van deze metingen opgestelde conceptrapport van 1 juli 2010. In dit rapport is vermeld dat in de maand juni 2010 de maandgemiddelde concentratie ethyleenoxide in de afgassen na correctie 16,7 mg/m3 bedroeg. Nu SGS is geaccrediteerd voor de uitvoering van de emissiemetingen, deze metingen volcontinu en conform de Nederlandse emissierichtlijn lucht (hierna: de NeR) en de norm NEN-EN 13526 zijn uitgevoerd, is volgens het college voldoende aannemelijk geworden dat de in voorschrift 4.2 gestelde emissienorm is overschreden. Het college stelt zich op het standpunt dat iedere overtreding van voorschrift 4.2 als ernstig beschouwd moet worden omdat ethyleenoxide in de NeR is aangewezen als stof waarvoor een minimalisatieverplichting geldt. Daarnaast heeft Sterigenics voorschrift 4.2 ook in februari 2010 overtreden hetgeen aanleiding is geweest de bij besluit van 16 december 2009 opgelegde dwangsom te verbeuren. Nu de opgelegde dwangsom niet heeft geleid tot het beëindigen van de overtreding, is toepassing van bestuursdwang gerechtvaardigd, aldus het college.

2.3.1. Sterigenics betoogt dat voorschrift 4.2 niet is overtreden en voert hiertoe aan dat eigen metingen met meetapparatuur, die specifiek geschikt is voor het meten van ethyleenoxide, uitwijzen dat de in voorschrift 4.2 gestelde emissienorm niet is overschreden. De door SGS gehanteerde meetmethode is volgens haar gevoelig voor alle organische componenten in de afgassen en derhalve niet specifiek voor het meten van ethyleenoxide. Nu bij het sterilisatieproces naast ethyleenoxide ook andere organische componenten vrijkomen, vormen de meetwaarden van SGS een overschatting van de concentratie ethyleenoxide in de afgassen, aldus Sterigenics. Voor zover al sprake zou zijn van een overtreding, is het toepassen van bestuursdwang volgens haar disproportioneel. Hiertoe voert zij aan dat door stillegging van het sterilisatieproces haar afnemers, met name ziekenhuizen, niet meer kunnen beschikken over gesteriliseerde apparatuur omdat alternatieve sterilisatiecapaciteit op korte termijn niet voorhanden is.

2.3.2. De voorzitter overweegt dat aan de milieuvergunning geen voorschriften zijn verbonden met betrekking tot de te hanteren meetmethode en -apparatuur. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting acht de voorzitter het op voorhand niet onaannemelijk dat zowel de door het college als door Sterigenics gebruikte meetmethoden en -apparatuur in beginsel geschikt zijn voor het meten van ethyleenoxide. Niet in geschil is dat tussen de meetwaarden van Sterigenics en het college grote verschillen bestaan. Hetgeen partijen en hun deskundigen ter zitting hebben betoogd, geeft naar het oordeel van de voorzitter geen afdoende verklaring voor deze grote verschillen. Daarvoor is nader onderzoek nodig waarvoor deze procedure zich niet leent. Gezien het voorgaande staat onvoldoende vast dat de in voorschrift 4.2 gestelde emissienorm voor ethyleenoxide is overschreden. In dit verband gaat de voorzitter ervan uit dat, gelet op de milieubelangen die zijn gediend met naleving van voorschrift 4.2, het college bevordert dat op korte termijn en met betrokkenheid van Sterigenics duidelijkheid wordt verschaft over de vraag of sprake is van een overtreding.

Voorts is niet aannemelijk geworden dat bij stillegging van de sterilisatoren van Sterigenics op korte termijn kan worden uitgeweken naar een sterilisatieproces elders. Gelet hierop kan toepassing van bestuursdwang een gebrek aan sterilisatiecapaciteit tot gevolg hebben als gevolg waarvan de afnemers van Sterigenics niet meer kunnen beschikken over voldoende gesteriliseerde medisch apparatuur. Tevens is ter zitting gebleken dat het college geen gezondheidsklachten verwacht door de geconstateerde overschrijding. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter, na afweging van alle belangen, geen aanleiding de bij uitspraak van 1 juli 2010 uitgesproken schorsing op te heffen of te wijzigen. Mocht komen vast te staan dat voorschrift 4.2 niet is overtreden, gaat de voorzitter ervan uit dat het college onverwijld tot intrekking van het bestreden besluit zal overgaan. Indien het tegendeel zou blijken, kan het college ingevolge artikel 8:87 van de Awb verzoeken om opheffing van de schorsing.

2.4. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. handhaaft de ten aanzien van het ongedateerde besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer door de voorzitter in zijn uitspraak van 1 juli 2010 in zaak nr. 201006308/1/M1 getroffen voorlopige voorziening, waarbij dat besluit is geschorst tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar, met dien verstande dat indien binnen die termijn wordt verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, de schorsing doorloopt totdat op dat verzoek is beslist;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer tot vergoeding van bij Sterigenics Holland B.V. in verband met de behandeling van het verzoek in zaak nr. 201006308/1/M1 opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer aan Sterigenics Holland B.V. het door haar voor de behandeling van het verzoek in zaak nr. 201006308/1/M1 betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. de Hek, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. De Hek

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2010

542.