Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN1945

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
21-07-2010
Zaaknummer
200908435/1/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 mei 2008 heeft het college op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer maatwerkvoorschriften gesteld voor een door All-In B.V. gedreven inrichting voor de opslag van vrachtwagenbanden en landbouwbanden aan de Mortelstraat 19 te Lelystad.

Wetsverwijzingen
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/389
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200908435/1/M2.

Datum uitspraak: 21 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid All-In Handelsmaatschappij B.V. (hierna: All-In B.V.), gevestigd te Lelystad,

appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Lelystad,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 mei 2008 heeft het college op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer maatwerkvoorschriften gesteld voor een door All-In B.V. gedreven inrichting voor de opslag van vrachtwagenbanden en landbouwbanden aan de Mortelstraat 19 te Lelystad.

Bij besluit van 24 september 2009 heeft het college het door All-In B.V. hiertegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, de gestelde maatwerkvoorschriften gedeeltelijk gewijzigd, en het besluit voor het overige in stand gelaten.

Tegen dit besluit heeft All-In B.V. bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 november 2009, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 mei 2010, waar All-In B.V., vertegenwoordigd door R.F. Wouters, en het college, vertegenwoordigd door drs. A.C.W.M. Maduro-Oosterholt en N. Bruins, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [partij] als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. All-In B.V. kan zich niet verenigen met de - na gedeeltelijke wijziging bij het bestreden besluit - gestelde maatwerkvoorschriften 1.2 tot en met 1.6. Deze maatwerkvoorschriften houden, kort weergegeven, in dat de in de inrichting aanwezige vrachtwagen- en landbouwbanden zodanig moeten worden opgeslagen dat per compartiment aan de voorgeschreven vuurlastnorm wordt voldaan. Aan deze compartimentering is in de gestelde maatwerkvoorschriften voorts een rapportageverplichting verbonden. All-In B.V. stelt dat teneinde aan de voorschriften te voldoen ingrijpende maatregelen nodig zijn; zij heeft ter zitting aangegeven zich te kunnen verenigen met een termijn van twee jaar, gerekend vanaf de datum van het bestreden besluit.

2.2. Ter zitting is aannemelijk geworden dat de in de maatwerkvoorschriften voorgeschreven wijze van compartimentering zodanige logistieke en organisatorische maatregelen in de bedrijfsvoering van de inrichting vereist, dat voor realisering ervan een zeer aanzienlijke termijn nodig is. Nu in het besluit van 28 mei 2008, noch in het bestreden besluit van 24 september 2009, een termijn is gegund om de bedrijfsvoering aan te passen, kon niet aan de gestelde maatwerkvoorschriften 1.2 tot en met 1.6 worden voldaan. De maatwerkvoorschriften 1.2 tot en met 1.6 zijn dus niet naleefbaar. Het stellen van maatwerkvoorschriften die niet naleefbaar zijn, is in strijd met het stelsel van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. De stelling van het college dat All-In B.V. er al lang van op de hoogte is dat de bandenopslag in de inrichting niet voldoet aan de vereisten van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, doet hieraan - daargelaten de juistheid van die stelling - niet af.

De beroepsgrond slaagt.

2.3. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd voor zover het betreft de maatwerkvoorschriften 1.2 tot en met 1.6.

2.4. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Lelystad van 24 september 2009, kenmerk U08-06239, voor zover het de beslissing over de maatwerkvoorschriften 1.2 tot en met 1.6 betreft;

III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Lelystad tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid All-In Handelsmaatschappij B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Lelystad aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid All-In Handelsmaatschappij B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Drouen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2010

262-584.