Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN1915

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
21-07-2010
Zaaknummer
200907875/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Franeker - Groot Lankum" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200907875/1/R3.

Datum uitspraak: 21 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Franekeradeel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Franeker - Groot Lankum" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 oktober 2009, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 24 november 2009.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellanten] hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 juni 2010, waar [appellanten], bijgestaan door mr. E.M. van der Molen, en de raad, vertegenwoordigd door mr. Barends en F. Zuurveen, werkzaam bij de gemeente, en drs.ing. J. Munsterman, adviseur, zijn verschenen. Voorts is Predium Projectontwikkeling B.V, thans de curator in haar faillissement mr. K.G. van de Streek, bijgestaan door [projectleider], als partij verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan heeft betrekking op het gebouw "Groot Lankum" en de daarbij behorende bijgebouwen. Het betreft de ontwikkeling van een woon-zorgcomplex. De ontwikkelingen zullen geheel binnen het bestaande gebouw gerealiseerd worden.

2.2. [appellanten] wonen in de omgeving van het door het plan beoogde woon-zorgcomplex in de woonwijk "Keningspark". Zij stellen dat de gegevens die de raad heeft gebruikt voor het bepalen van het aan het woon-zorgcomplex gerelateerde aantal verkeersbewegingen onjuist en misleidend zijn. Zo heeft de raad volgens [appellanten] miskend dat er in meerdere diensten wordt gewerkt en dat er dus meerdere malen per dag woon- werkverkeer door de van de woonwijk deel uitmakende Reinder Terpstralaan zal gaan.

Voorts voeren [appellanten] aan dat het soort verkeer dat straks van en naar het woon-zorgcomplex zal rijden vanuit leefbaarheids- en verkeersveiligheidsoogpunt een onaanvaardbare aantasting van hun wijk met zich mee zal brengen. Wordt de Reinder Terpstralaan nu alleen geconfronteerd met bestemmingsverkeer van de wijk zelf, met het in gebruik nemen van woon-zorgcomplex Groot Lankum komt daar volgens hen het woon-werkverkeer bij van de medewerkers, vrachtverkeer van leveranciers en het verkeer van bezoekers. Een in opdracht van [appellanten] opgesteld rapport van Veilig Verkeer Nederland (hierna: VVN) stelt dat de Reinder Terpstralaan ongeschikt is als ontsluitingsweg vanuit het principe van "Duurzaam Veilig". Het plan betekent volgens [appellanten] meer en andersoortig verkeer in de woonwijk "Keningspark" dan in de huidige situatie, die ten tijde van de aankoop van hun woningen als verkeersluw werd geschetst. Dit belang is volgens hen niet meegenomen door de raad bij de vaststelling van het plan.

2.2.1. De raad stelt dat hij wat betreft de verkeersbewegingen uitgaat van de gegevens zoals die aan hem door European Care Residences, de toekomstige exploitant van het woon-zorgcomplex (hierna: ECR) zijn aangeleverd. Deze zijn volgens de raad gebaseerd op de ervaringscijfers van ECR bij de overige vestigingen in Nederland. De raad stelt dat hij deze gegevens voor een second opinion heeft voorgelegd aan Goudappel Coffeng, een adviesbureau op het gebied van verkeer en vervoer. Volgens Goudappel Coffeng is de benadering van ECR aannemelijk en geeft de te verwachten verkeersgeneratie een realistisch beeld, aldus de raad.

Voorts stelt de raad op basis van een onderzoeksnotitie van Goudappel Coffeng in reactie op het advies van VVN dat voor de woonstraten binnen het Keningspark ruimschoots wordt voldaan aan de richtlijn van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (hierna: CROW) voor de maximaal wenselijke intensiteit voor erftoegangswegen met een 'erfinrichting'. Gezien de verkeersintensiteiten en de inrichting van het plangebied verwacht de raad geen verkeersonveilige situaties welke in strijd zijn met de 'Duurzaam Veilig' richtlijnen.

2.2.2. ECR heeft de verkeersgegevens vastgesteld op basis van eigen ervaring, omdat de richtlijn van het CROW geen kencijfers bevat over de verkeersgeneratie van woon-zorgcomplexen. Volgens het rapport van Goudappel Coffeng geven deze gegevens een realistisch beeld. Ter zitting is toegelicht dat bij de berekening van de verkeersgeneratie rekening is gehouden met het feit dat in meerdere diensten zal worden gewerkt. Gelet op het rapport van Goudappel Coffeng en de toelichting ter zitting kon de raad naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid uitgaan van de door ECR overlegde gegevens en de daarop gebaseerde berekening.

Ter onderbouwing van hun standpunt dat de Reinder Terpstralaan vanuit het principe van "Duurzaam Veilig" ongeschikt zou zijn als ontsluitingsweg, wijzen [appellanten] op een rapport van VVN. Dit rapport stelt dat het plan in strijd is met de richtlijn "uitsluitend gebruik door bestemmingsverkeer" van het CROW, omdat de straten in het verblijfsgebied dagelijks extra belast worden met voor deze woonstraten niet- bestemmingsverkeer. Het rapport stelt dat de inrichting van het gebied uitnodigt tot hard rijden en dat het te verwachten rijgedrag van deze automobilisten kan leiden tot problemen.

De onderzoeksnotitie van Goudappel Coffeng sluit aan bij de door het CROW gehanteerde richtlijnen betreffende de maximaal gewenste verkeersintensiteit op erftoegangswegen. Deze richtlijnen zijn beschreven in de Aanbevelingen Stedelijke Verkeersvoorzieningen. Voor 30 km/h-wegen wordt een wenselijke bovengrens aangehouden van 5000 tot 6000 motorvoertuigen per etmaal. Voor een erfinrichting wordt een wenselijke bovengrens aangehouden van 1000 voertuigen per etmaal. Uit de onderzoeksnotitie blijkt dat, wanneer wordt uitgegaan van de gegevens van ECR, de wenselijke intensiteiten niet zullen worden overschreden. Verder gaat de onderzoeksnotitie van Goudappel Coffeng in op de aanname uit het rapport van VVN dat de inrichting van de Reinder Terpstralaan automobilisten aanzet tot gevaarlijk rijgedrag. Wanneer de uiteindelijke inrichting van woonwijk "Keningspark" gerealiseerd is, zal het gebied volgens de onderzoeksnotitie een verblijfskarakter uitstralen en naar verwachting niet uitnodigen tot hard rijden. Als reactie hierop stellen [appellanten] met verwijzing naar een brief van VVN dat het verblijfskarakter van het gebied juist irritatie zal oproepen bij chauffeurs die buiten het gebied wonen. Zij zullen de inrichtingsmaatregelen volgens VVN meer als hindernissen aanvaren, dan als uitnodiging om langzaam te rijden.

Naar het oordeel van de Afdeling is met deze enkele, niet nader onderbouwde verwachting, niet aannemelijk gemaakt dat de verkeersveiligheid, al dan niet met te treffen verkeersmaatregelen, niet kan worden gegarandeerd.

Gelet hierop heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan uit het oogpunt van leefbaarheid en verkeersveiligheid aanvaardbaar is.

2.3. Voorts stellen [appellanten] dat het Filosofenpad als alternatief meer geschikt is om als toegangsweg voor het woon-zorgcomplex te kunnen worden gebruikt. Onder verwijzing naar het advies van VVN stellen [appellanten] dat de rijbaan van het Filosofenpad voldoende breed is voor het bestaande gebruik door bromfietsers en fietsers gecombineerd met de verwachten hoeveelheid auto's, die in de toekomst via deze route het woon-zorgcomplex als bestemming hebben. De raad kan twee aanvullende maatregelen nemen volgens hen, namelijk het invoeren van een maximum snelheid van 30 km per uur en een eenzijdige verbreding van de rijbaan zodat er voldoende ruimte ontstaat om ter plaatse van de verbreding twee vrachtauto's te laten passeren. [appellanten] stellen dat de raad dit alternatief ten onrechte van de hand heeft gewezen. Dit klemt des te meer nu het Filosofenpad tijdens de aanwezigheid van het Asielzoekerscentrum (hierna: AZC) te Franeker als ontsluitingsweg heeft gefunctioneerd en recentelijk de Gemeentelijke gezondheidszorg (hierna: GGZ) van de gemeente toestemming heeft gekregen om het Filosofenpad te gebruiken voor de afwikkeling van bouwverkeer, aldus [appellanten].

2.3.1. De raad stelt dat het Filosofenpad als ontsluitingsweg niet past in zijn verkeersbeleid. Deze weg maakt volgens de raad deel uit van het Fietsnetwerk Franeker en het Fietsnetwerk buitengebied en is bedoeld voor recreatief en utilitair gebruik. Verder is het Filosofenpad volgens de raad een belangrijke fietsroute voor met name schoolgaande jeugd. Voorts past het niet in de visie van de raad om deze weg en de aansluiting op te waarderen tot ontsluitingsweg.

Wat betreft de ontsluiting van het AZC en de GGZ ging het volgens de raad om tijdelijke situaties waarbij geen alternatieve route mogelijk was.

2.3.2. De onderzoeksnotitie van Goudappel Coffeng gaat in op het Filosofenpad als alternatieve ontsluitingsweg. De wegbreedte van het Filosofenpad voldoet volgens Goudappel Coffeng met circa 4,2 meter niet aan de minimale maatvoering voor een erftoegangsweg geschikt voor tweerichtingsverkeer. De passage van auto's onderling zal volgens Goudappel Coffeng dan ook een probleem vormen, zeker wanneer sprake is van vrachtverkeer voor bevoorrading. Om autopassages onderling mogelijk te maken zijn volgens Goudappel Coffeng forse aanpassingen van het wegprofiel noodzakelijk. Op meerdere locaties dienen passeerstroken te worden aangelegd. Gezien de kwetsbaarheid van de bermen zijn deze maatregelen niet zonder meer inpasbaar, aldus Goudappel Coffeng. Naast de wegbreedte van het Filosofenpad vormt volgens Goudappel Coffeng ook de aansluiting op de Harlingerweg een probleem. De aansluiting van het Filosofenpad is vanaf de Harlingerweg slecht zichtbaar. Daarnaast ligt de snelheid van het autoverkeer op de Harlingerweg volgens Goudappel Coffeng relatief hoog. Omdat het Filosofenpad verdiept ligt, is ook het zicht voor het oprijdende verkeer vanaf het Filosofenpad relatief slecht, aldus Goudappel Coffeng.

Als reactie op het rapport van Goudappel Coffeng stellen [appellanten] met verwijzing naar een brief van VVN dat de rijbaan op het Filosofenpad verbreed kan worden tot vijf meter door aan beide zijden van de asfaltbaan doorlopende stroken grasstenen van 0,4 meter breed aan te leggen. Verder kan de aansluiting met de Harlingerweg volgens VVN verkeersveiliger worden gemaakt door een snelheidsbeperkende maatregel op de bebouwde komgrens, gecombineerd met een fietsoversteekplaats ter hoogte van de aansluiting van het Filosofenpad. Verder kan de raad de aansluiting van het Filosofenpad op de hoogte van de rijbaan brengen, zodat de aansluiting beter zichtbaar wordt en de fietsers vanuit stilstand gemakkelijker de rijbaan kunnen oprijden en oversteken, aldus VVN.

De raad heeft ter zitting als reactie op het rapport van VVN aangevoerd dat verbreding van het Filosofenpad niet overal mogelijk is, gezien de eigendomssituatie, obstakels en zeer smalle berm. Bovendien is het Filosofenpad volgens de raad slechts bestand tegen een gewicht van maximaal 4,8 ton.

2.3.3. De raad heeft met verwijzing naar het gemeentelijk beleid en de onderzoeksnotitie van Goudappel Coffeng toegelicht waarom niet is gekozen voor het Filosofenpad als ontsluiting van het plangebied. De bezwaren met betrekking tot de wegverbreding worden met de door VVN voorgestelde maatregelen niet weggenomen. In hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid voor de ontsluiting via de woonwijk "Keningspark" heeft kunnen kiezen.

2.4. Ten slotte voeren [appellanten] aan dat het door de raad geschatte aantal benodigde parkeerplaatsen voor het woon-zorgcomplex te laag is en dat het Keningspark geconfronteerd zal worden met geparkeerde auto's die niet bij het woon-zorgcomplex zelf kunnen worden geparkeerd. Feitelijk is volgens [appellanten] nu sprake van een rustige en verkeersveilige woonstraat. De raad zou volgens [appellanten] moeten kijken naar de bestaande situatie en niet naar de parkeergelegenheden die bestaan op basis van het voorheen geldende plan dat niet tot uitvoering is gebracht. Voor de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen gaat de raad volgens [appellanten] uit van de CROW- normen voor verpleegtehuizen. Deze zijn in dit geval echter niet bruikbaar want die zullen veel lagere uitkomsten geven dan de aantallen benodigde parkeerplaatsen voor woon-zorgcomplexen, aldus [appellanten] .

2.4.1. Voor de berekening van de parkeerbehoefte heeft de raad gebruik gemaakt van de door ECR aangeleverde ervaringscijfers. Op basis daarvan is het aantal te realiseren parkeerplaatsen volgens de raad voldoende. Goudappel Coffeng stelt in zijn rapport dat de benadering van ECR een goed beeld geeft van de te verwachten parkeervraag.

2.4.2. Bij het vaststellen van het aantal benodigde parkeerplaatsen is de raad, in tegenstelling tot hetgeen [appellanten] aanvoeren, niet uitgegaan van de CROW-norm voor verpleeg- en verzorgingstehuizen, maar van de ervaringscijfers van ECR. [appellanten] hebben niet aannemelijk gemaakt waarom deze gegevens en de daarop gebaseerde berekening van ECR niet juist zouden zijn. Gelet hierop kon de raad in redelijkheid uitgaan van de door ECR opgegeven en door een deskundig bureau als realistisch aangemerkte parkeerbehoefte.

2.5. In hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

2.7. Het beroep is ongegrond.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Boermans

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2010

429-656.