Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BN1860

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-07-2010
Datum publicatie
21-07-2010
Zaaknummer
201003645/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 februari 2010, no. 6, heeft de raad van de gemeente Oude IJsselstreek het bestemmingsplan "Varkenshouderij Laarstraat" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201003645/2/R2.

Datum uitspraak: 12 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichting Stichting Behoud Kemnade en Waalse Water en anderen, gevestigd te Etten, gemeente Oude IJsselstreek,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Oude IJsselstreek,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2010, no. 6, heeft de raad van de gemeente Oude IJsselstreek het bestemmingsplan "Varkenshouderij Laarstraat" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben de stichting en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 april 2010, beroep ingesteld.

Bij deze brief hebben de stichting en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 juni 2010, waar de stichting, vertegenwoordigd door ir. A.K.M. van Hoof, werkzaam bij milieu-adviesbureau Het Groene Schild, en E. Visscher, voorzitter, en de raad, vertegenwoordigd door F.L. Kroesen, zijn verschenen. Voorts zijn L.W. Damsteeght en anderen, vertegenwoordigd door ing. R.B.M. Aagten, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. De stichting en anderen hebben onder meer aangevoerd dat niet is voldaan aan de inzagevereisten omdat gedurende de periode van terinzagelegging van het ontwerpplan de toelichting behorende bij het ontwerpplan is aangepast. De onjuiste versie heeft geruime tijd op de website gestaan. Dit verdraagt zich, aldus de stichting en anderen, niet met artikel 3.8, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro). Dat betrokkenen de juiste versie uiteindelijk hebben ingezien, sluit niet de mogelijkheid uit dat anderen door de onjuiste publicatie in hun belangen zijn geschaad en daardoor afgezien hebben van het inbrengen van een zienswijze. Voorts hebben de stichting en anderen door dit gebrek niet de gehele inzagetermijn kunnen benutten. De raad had daarom niet behoren over te gaan tot vaststelling van het plan zonder het ontwerpplan opnieuw ter inzage te leggen met de juiste plantoelichting.

2.3. In artikel 3.8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro is, voor zover hier van belang, bepaald dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van toepassing is, met dien verstande dat het ontwerp-besluit met de hierbij behorende stukken tevens langs elektronische weg wordt beschikbaar gesteld.

2.4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 december 2009, in de zaak nr. 200901438/1) moet deze bepaling worden uitgelegd dat deze in ieder geval de verplichting inhoudt om het ontwerp-bestemmingsplan, dat wil zeggen de verbeelding en de planregels, en de toelichting bij het ontwerp-bestemmingsplan via elektronische weg beschikbaar te stellen.

2.5. Ter zitting is toegelicht welke onderdelen van de digitaal ter beschikking gestelde plantoelichting tijdens de inzagetermijn is aangepast. De stichting en anderen hebben gesteld dat de geurtabel met berekende geurconcentraties, de ammoniakdepositie en de toelichting in de paragraaf omtrent geluid is aangepast. De raad heeft dit niet bestreden.

2.6. Hiermee is vast komen te staan dat gedurende de periode van terinzagelegging de plantoelichting niet uitsluitend op ondergeschikte onderdelen is aangepast en dat niet de gehele periode van terinzagelegging van het ontwerpplan de juiste versie van de plantoelichting langs elektronische weg beschikbaar is gesteld. Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter verdraagt zich dit niet met artikel 3.8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro.

2.7. Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter geeft hetgeen de stichting en anderen hebben aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 3.8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro.

2.8. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.9. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten van de stichting en anderen te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Oude IJsselstreek van 18 februari 2010, no. 6;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Oude IJsselstreek tot vergoeding aan de stichting en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 916,40 (zegge: negenhonderdzestien euro en veertig cent), waarvan een deel groot € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan één van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de andere;

III. gelast dat de raad van de gemeente Oude IJsselstreek aan de stichting en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan één van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de andere.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Sloten w.g. Ouwehand

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2010

224.